wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica en spelling

Total questions: 28

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

vv: Volgens de Citotoest is hij geschikt voor het atheneum.

a)

Volgens de Citotoets

b)

is geschikt

c)

voor het atheneum

2.

vv: Ik ben erg nieuwsgierig naar de uitslag.

a)

ben nieuwsgierig

b)

ben erg nieuwsgierig

c)

nieuwsgierig naar

d)

naar de uitslag

3.

vv: Ik zal de volgende les trakteren op een ijsje

a)

op een ijsje

b)

zal trakteren

c)

zal de volgende les

d)

ik zal trakteren op

4.

vv: We gaan een begin maken met de werkzaamheden

a)

gaan maken

b)

gaan een begin maken

c)

met de werkzaamheden

d)

gaan maken, met de werkzaamheden

5.

vv: De schippers werden gewaarschuwd voor de lage waterstand

a)

De schippers

b)

voor de lage waterstand

c)

werden gewaarschuwd

d)

gewaarschuwd voor

6.

vv: Ik reken dat wel even op mijn rekenmachine uit.

a)

op mijn rekenmachine

b)

reken uit

c)

reken uit op mijn rekenmachine

d)

Zit geen vv in

7.

vv: Hij is klaar voor de wedstrijd van vanavond.

a)

Voor de wedstrijd

b)

is klaar voor de wedstrijd

c)

is klaar voor de wedstrijd

d)

voor de wedstrijd van vanavond

8.

vv: Zij zijn dol op skaten.

a)

dol op skaten

b)

op skaten

c)

zijn dol

9.

vv: Hij was altijd al tevreden met een zesje.

a)

met een zesje

b)

was tevreden

c)

altijd al tevreden

d)

tevreden met een zesje

10.

vv: Wij wachten met spanning op de uitslag van het examen.

(a)  

11.

vv:Zij is erg bang voor spinnen.

(a)  

12.

vv: Ik moest erg lang zoeken naar de bril van Anne-Marie

(a)  

13.

bezit.vnw: Mijn kamer is een grote bende terwijl zijn kamer erg schoon is

a)

Mijn kamer, zijn kamer

b)

mijn, zijn

c)

mijn

d)

zijn

14.

bezit. vnw: Van onze ouders moet ik mijn kamer schoonmaken. En voor straf ook hun kamer.

a)

onze ouders

b)

ouders, kamer

c)

onze, mijn

d)

onze, mijn, hun

15.

pers.vnw.: Hij maakt ook opdrachten

a)

hij

b)

maakt

c)

hij maakt

d)

ook opdrachten

16.

pers.vnw.: De juf zegt dat ook tegen hen.

(a)  

17.

bezit.vnw.: Jouw schrift lag in hun kamer en ons boek lag daar ook.

(a)  

18.

pers.vnw.: Jullie worden steeds beter.

(a)  

19.

bezit.vnw.: Ik wil dus snel mijn computer terug, het is ook de mijne!

(a)  

20.

pers.vnw: Heeft hij zijn boeken al ingeleverd?

(a)  

21.

pers.vnw.: Ik heb u uw potlood toch al teruggeven?

(a)  

22.

Leestekens: Het schilderij, dat verplaatst moest worden, heeft de ‘operatie’ goed doorstaan.

a)

Goed

b)

Fout

23.

Leestekens: Toen ze thuis kwam: zag ze dat de kerstverlichting al brandde.

a)

Goed

b)

Fout

24.

Leestekens: Toen ze thuis kwam zag ze dat de kerstverlichting al brandde.

a)

Goed

b)

Fout

25.

Leestekens: Toen ze thuis kwam, zag ze dat de kerstverlichting al brandde.

a)

Goed

b)

Fout

26.

Leestekens: Hij kocht andijvie, boerenkool, wortelen, aardappelen en een cd.

a)

Goed

b)

Fout

27.

Leestekens: Van de zomer gaan we naar Zuid-Frankrijk; daar is het altijd lekker warm.

a)

Goed

b)

Fout

28.

Leestekens: Een punt zet je aan het eind van een zin

a)

Goed

b)

Fout