wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Atoombouw

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Waar in het atoommodel bevindt zich een proton

a)

In de kern

b)

Om de kern heen

2.

Welke soorten deeltjes komen altijd in gelijke aantallen voor in een ongeladen atoom?

a)

De protonen, neutronen en elektronen

b)

Alleen de protonen en elektronen

c)

Alleen de neutronen en elektronen

d)

Alleen de protonen en neutronen

3.

Een atoom bevat X protonen. Het aantal elektronen is:

a)

Onbekend

b)

1/2 X

c)

2X

d)

X

4.

Na heeft atoomnummer 11 en Mg atoomnummer 12. Een bepaald Na-atoom heeft een massagetal van 23 en een bepaald Mg-atoom van 24. Dit Na-atoom en dit Mg-atoom hebben hetzelfde aantal ...

a)

Elektronen

b)

Neutronen en protonen

c)

Protonen

d)

Neutronen

5.

Welke van onderstaande stellingen is juist?

I. Atomen met een verschillend atoomnummer hebben altijd een verschillend massagetal.

II. De moleculen van de halogenen zijn opgebouwd uit twee atomen.

a)

Alleen I is juist

b)

Alleen II is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Geen van beide zijn juist.

6.

Welke van de onderstaande stellingen is juist?

I. Isotopen verschillen in het aantal neutronen in de kern.

II. De atoommassa van zuurstof is het gewogen gemiddelde van de isotopen zuurstof, zoals ze hier op aarde voorkomen.

a)

Alleen I is juist.

b)

Alleen II is juist.

c)

Beide zijn juist.

d)

Geen van beide is juist.

7.

Hoeveel protonen heeft een calciumatoom?

a)

40,08

b)

+2

c)

20

d)

8,2

8.

Hoeveel elektronen heeft een calciumion

a)

+2

b)

20

c)

22

d)

18

9.

Wat is de lading van een sulfide-ion?

a)

0

b)

4+

c)

2+

d)

2-

10.

Wat is de lading van ijzer in Fe2O3?

a)

0

b)

2

c)

+2

d)

+3