Font size
WorksheetsCampus 1a: examen 1
Total questions: 50
Worksheet time: 29mins
Arthur vertelt zijn pa dat hij morgen niet mee wil naar het familiefeest. Hij hoopt dat zijn pa het goed vindt, want hij heeft stiekem afgesproken met Anaïs, op wie hij een oogje heeft. Wie is de zender?
Anaïs
Arthur
Arthurs pa
Bekijk volgende afbeelding. Wie is de zender?
de chauffeur
de fietser
Bekijk volgende afbeelding. Wat is de boodschap?
Stap af om te praten.
Ga opzij. Ik wil door.
Hij krijgt plaats om door te rijden.
Een jonge kerel, volledig in het zwart gekleed, verlaat de bank die hij net heeft overvallen. Hij vlucht te voet met de buit in zijn rugzak, maar hij wordt achtervolgd door twee agenten. Plots schiet een van de agenten tweemaal in de lucht … Wie is de zender?
een jonge kerel
agenten
geen van deze antwoorden
de bank
De communicatie is geslaagd als ...
de boodschap is aangekomen bij de ontvanger
het kanaal juist gekozen is
het effect overeenkomt met het doel
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
Degene die de boodschap overbrengt, is de ...
(a)
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
Degene naar wie de boodschap wordt verstuurd, noemen we de ...
(a)
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
De manier waarop informatie wordt overgebracht, noemen we het ...
(a)
Is de communicatie geslaagd?
Ja
Nee
Wat is het onderwerp in deze zin?
Na Azië, Verenigde Staten en Londen is de selfieccino nu ook verkrijgbaar in België.
Na Azië
de selfieccino
verkrijgbaar
in België
Wat is het onderwerp in deze zin?
Een man die onlangs een koffiebar in Antwerpen opende, maakte dit mogelijk.
Een man
Een man die onlangs een koffiebar in Antwerpen opende,
een koffiebar
Antwerpen
Wat is het onderwerp in deze zin?
Willen jij en je vriendinnen op rij dertien in een vliegtuig zitten?
Willen
jij en je vriendinnen
op rij dertien
in een vliegtuig
Iedere zondag komt de hele familie samen bij oma en opa om gezellig bij te babbelen.
Het onderwerp is:
iedere zondag
de hele familie
oma en opa
komt
Anneke vertelde Marieke het geheim van haar broer.
Het onderwerp in deze zin is:
Anneke
Marieke
het geheim van haar broer
vertelde
Gisteren was het mooi weer.
De persoonsvorm in deze zin is:
gisteren
was
het
mooi weer
De kraag van de kraaghagedis dient als afschrikmiddel voor andere dieren.
Het onderwerp in deze zin is:
de kraag
afschrikmiddel
andere dieren
dient
de kraag van de kraaghagedis
Vanaf 1 meter diepte kan je de kikkervis al vinden.
Het onderwerp in deze zin is:
vanaf 1 meter diepte
kan
je
de kikkervis
Wat doe je als je oriënterend leest? Duid alle juiste antwoorden aan.
Je leest de titels en tussentitels.
Je kijkt naar de illustraties.
Je zoekt moeilijke woorden op in het woordenboek.
Je denkt na over het onderwerp van de tekst.
Je maakt een schema van de tekst.
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
Hier zijn meerdere antwoorden correct.
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Ik (vermoeden) dat je niet graag zwemt.
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Ik (vinden) sushi erg lekker.
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Tomas (besteden) weinig tijd aan zijn schoolwerk.
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
(Branden) die kaars de hele dag?
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Tim (vieren) zijn verjaardag vandaag.
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
(Rijden) jij morgen met mij mee?
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Waarom (antwoorden) je oma niet op dat bericht?
(a)
Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
(Worden) je ook gek van dat werkje?
(a)
Welk schooltaalwoord past best in deze zin?
Dit schilderij is ...: er is geen ander exemplaar.
uniek
uitgebreid
verzonnen
automatisch
gesitueerd
Welk schooltaalwoord past best in deze zin?
Ze bevonden zich in een moeilijke ...
formulering
situatie
bewering
instructie
verantwoording
Welk schooltaalwoord past best in deze zin?
Om deze appelcake te maken, moet je goed de ... volgen.
formuleringen
criteria
beweringen
instructies
verantwoordingen
Welk schooltaalwoord past best in deze zin?
Je moet eerst een boek uit de lijst ...
formuleren
informeren
uitbreiden
situeren
selecteren
Noteer een synoniem uit de lijst van de schooltaalwoorden.
buitengewoon, enig = ...
(a)
Noteer een synoniem uit de lijst van de schooltaalwoorden.
boeiend = ...
(a)
Noteer een antoniem (= tegengesteld woord) uit de lijst van de schooltaalwoorden.
beknopt <-> ...
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
Ik voel me afgepeigerd.
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
De leerkracht was furieus.
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
De directeur zal jou straffen.
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
Ga jij ook naar de tentoonstelling?
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
In de winkelstraat wandelen we en bekijken we de etalages.
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
Wil je dat eens herhalen?
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
In de winkel kregen we een mooie korting.
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
Blijf niet zo lang kijken naar die vrouw!
(a)
Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.
Na die mop moesten we hard lachen.
(a)
Noteer een synoniem uit de lijst van de schooltaalwoorden.
de eis = het ...
(a)
