WorksheetsWant/ Omdat
Total questions: 8
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
WANT/OMDAT?
Hij heeft tandpijn, ... hij heeft te veel snoepjes gegeten.
(a)
2.
WANT/OMDAT?
Vanavond zal hij laat moeten werken ... hij veel huiswerk heeft.
(a)
3.
WANT/OMDAT?
Ik heb de bus gemist ... ik te laat ben opgestaan.
(a)
4.
WANT/OMDAT?
Hij parkeert hier, ... hij wil niet ver lopen.
(a)
5.
Note l'ordre des mots :
Hij zal goed luisteren ...
1: hij 2: omdat 3: wil 4: gaan 5: naar de bioscoop
(a)
6.
Note l'ordre des mots :
We vertrekken morgen ...
1: overmorgen 2: zouden 3: we 4: in Italië 5: zijn 6: want 7: graag
(a)
7.
Note l'ordre des mots :
De baby wil niet slapen ...
1: hij 2: honger 3: omdat 4: nog 5: heeft
(a)
8.
Note l'ordre des mots :
Mijn zus houdt niet van tatoeages ...
1: vindt 2: niet mooi 3: omdat 4: ze 5: dat
(a)
100 %
