Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Machthebbers in Europa - geheel

Total questions: 9

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraak is van een absolute koning?

a)

Ik regeer alleen en hoef niemand te gehoorzamen

b)

Ik regeer samen met mijn ministers en overleg met ze

c)

Ik luister naar wat het volk wil

d)

Mijn ministers regeren voor mij en ik moet ze gehoorzamen

2.

Kies uit de onderstaande antwoordopties drie maatregelen die Lodewijk XIV nam om alle macht naar zich toe te trekken.

a)

Wetgeving werd alleen nog door Lodewijk XIV bepaald

b)

Lodewijk XIV versterkte het leger

c)

De Franse adel moest verplicht in paleis Versailles wonen, zodat Lodewijk XIV ze in de gaten kon houden

d)

Lodewijk XIV hief de standenmaatschappij op, zodat de geestelijkheid en adel hun macht kwijt raakten

3.

Welke religieuze beslissing nam Lodewijk XIV in 1685?

a)

Alleen het katholicisme was nog toegestaan

b)

Hij verleende hugenoten vrijheid van religie

c)

Gewetensvrijheid werd ingevoerd

d)

Franse vorsten mochten zelf het geloof van de onderdanen bepalen

4.

Bij de ​ (a)   kwamen Willem III en Mary aan de macht in Engeland

Choose from the below words
Glorius Revolution
Glorius War
Revolution
Amazing Revolution
Bill of Rights
5.

Wat houdt de Bill of Rights in?

a)

De koning mag zonder het parlement keuzes maken

b)

De koning moet toestemming krijgen van het parlement

c)

De koning schaft het parlement af

d)

De koning heeft helemaal geen rechten meer

6.

Onder welke voorwaarde mocht Willem III koning van Engeland worden?

a)

Hij moest de Engelse katholieken met rust laten

b)

Voor belangrijke besluiten moest hij toestemming vragen van het parlement

c)

Hij mocht zelf helemaal geen belasting meer heffen

d)

Hij mocht nooit meer terugkeren naar de Republiek

7.

Uit hoeveel zelfstandige gewesten bestond de Republiek?

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

8.

Wat betekent het begrip 'regent'?

a)

Lid van het leger

b)

Leider van een gewest

c)

Een bestuurder

9.

Wat was een stadhouder?

a)

De opperbevelhebber van leger

b)

De opperbevelhebber van vloot

c)

De hoogste regent

d)

Alle antwoorden zijn goed