Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Check leerstof par 2.3

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Het eerste deel van de rivier noemen we de:

a)

beginloop

b)

bovenloop

c)

benedenloop

d)

delta

2.

In de bovenloop maakt de rivier vaak een:

a)

U-dal

b)

V-dal

c)

meander

3.

In het midden van deze afbeelding zie je een:

a)

horst

b)

slenk

4.

Wat is juist?

a)

Links=Zwarte Woud, Midden=Rijn, Rechts=Vogezen

b)

Links=Vogezen, Midden=Rijn, Rechts=Alpen

c)

Links=Zwarte Woud, Midden=Maas, Rechts=Vogezen

d)

Links=Vogezen, Midden=Rijn, Rechts=Zwarte Woud

5.

In de bovenloop is het verval ...... (1) en het debiet ..... (2)

a)

1=klein

2=klein

b)

1=groot

2=klein

c)

1=klein

2=groot

d)

1=groot

2=groot

6.

In de bovenloop is de stroomsnelheid: (a)  

7.

De Rijn legt in Nederland 150 km af; het hoogteverschil dat de rivier hier aflegt is 12 meter. Het verhang is dus:

a)

0,08 meter per kilometer

b)

12,5 cm per kilometer

c)

12 meter

d)

0,32 meter per kilometer

8.

Op deze afbeelding zie je een: (a)  

9.

In het afgebeelde gebied vind je vooral dit sediment:

a)

grind

b)

morene

c)

zand

d)

klei

10.

Een lus in de rivier noem je een:

(a)  

11.

de stroomsnelheid is hoog in de ..... (1) en laag in de ..... (2)

a)

1=buitenbocht

2=binnenbocht

b)

1=binnenbocht

2=buitenbocht

12.

Welk exogeen proces vindt vooral plaats in de buitenbocht?

(a)  

13.

Welk exogeen proces vindt vooral plaats in de binnenbocht?

(a)  

14.

Hier zie je de vorming van een (a)  

15.

Welke rivier heeft het meest onregelmatige regiem?

a)

Rijn

b)

Maas