wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KLA2, Nando M05, voorbereiding EX1

Total questions: 75

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

D31

(a)  

2.

D31

(a)  

3.

D31

(a)  

4.

D31

(a)  

5.

-15+47=

(a)  

6.

1310+54=\frac{-13}{10}+\frac{5}{4}=  
Reken uit op een apart blad. 
Schrijf een breuk als t/n (teller/noemer). B.v. -0,5 = -1/2



(a)  

7.

116:23=\frac{11}{6}:\frac{2}{3}=  
Reken uit op een apart blad. 
Schrijf een breuk als t/n (teller/noemer). B.v. -0,5 = -1/2



(a)  

8.

3027.(86)=\frac{-30}{27}.\left(\frac{-8}{6}\right)=  
Reken uit op een apart blad. 
Schrijf een breuk als t/n (teller/noemer). B.v. -0,5 = -1/2



(a)  

9.

32 . (2) : (6) + (7) =-3^2\ .\ \left(-2\right)\ :\ \left(-6\right)\ +\ \left(-7\right)\ =  


(antwoord met / als er geen antwoord is)



(a)  

10.

Tot welke verzameling behoort het getal -3

(pas op: het zou kunnen dat er meerdere antwoorden zijn)

a)

natuurlijke getallen

b)

gehele getallen

c)

rationale getallen

11.

18a + 39a =

a)

57a2

b)

57a

c)

57

d)

57aa

e)

ander antwoord

12.

(23)3=\left(\frac{-2}{3}\right)^{^3}=  

a)

-8/27

b)

8/27

c)

-16/9

d)

-8/9

13.

3a(2b+5c)3a\left(2b+5c\right)  

a)

6ab+15ac6ab+15ac  

b)

21abc21abc  

c)

6ab+5c6ab+5c  

d)

5ab+8ac5ab+8ac  

14.

Bereken: (x + 3)⋅(y + 2) =

a)

6xy

b)

xy + 2x + 3y + 6

c)

xy + 2x + 3y + 5

d)

xy + 3x + 2y + 6

15.

Vraag 43a) Werk uit:

-4 . (x-2)

(geen spaties in je antwoord)

(a)  

16.

Vraag 43c) Werk uit:

-8 . (3m - 7)

(geen spaties in je antwoord)

(a)  

17.

Vraag 43e) Werk uit:

-3 . (v2 + 5v - 4)

(geen spaties in je antwoord, schrijf een exponent na de letter. Voorbeeld: x2 is 'x tot de tweede macht')

(a)  

18.

Vraag 43h) Werk uit:

2d . (3 - 4d)

(geen spaties in je antwoord, schrijf een exponent na de letter. Voorbeeld: x2 is 'x tot de tweede macht')

(a)  

19.

Vraag 43j) Werk uit:

m4. (8m24)\frac{m}{4}.\ \left(8m-24\right)  
(geen spaties in je antwoord, schrijf een exponent na de letter. Voorbeeld: x2 is 'x tot de tweede macht')



(a)  

20.

Vraag 46f) Werk uit:

2 . (m - 1) - (m - 4) + 3m
(geen spaties in je antwoord, schrijf een exponent na de letter. Voorbeeld: x2 is 'x tot de tweede macht')



(a)  

21.

Vraag 46h) Werk uit:

b.(b+4)5.(b2+b1)b.\left(b+4\right)-5.\left(b^2+b-1\right)  

(geen spaties in je antwoord, schrijf een exponent na de letter. Voorbeeld: x2 is 'x tot de tweede macht')



(a)  

22.

Duid de gelijksoortige eentermen aan.

a)

3x23x^2

b)

0,5x2-0,5x^2

c)

3x3x

d)

3y23y^2

23.

Herleid: x+y+xy3x3y+2xyx+y+xy-3x-3y+2xy  



(a)  

24.

2a2+3a5a2-2a^2+3a-5a^2  

a)

7a2+3a-7a^2+3a  

b)

4a2-4a^2  

c)

4a3-4a^3  

d)

3a2+3a-3a^2+3a  

25.

Herleid: x+y+xy3x3yxyx+y+xy-3x-3y-xy  



(a)  

26.
Wat is de graad in x in onderstaande veelterm?
- 6x+ 4 - 4x3
a)
0
b)
1
c)
2
d)
3
27.
Wat is de graad van onderstaande eenterm in x?
-4x5y4
a)
Min vier
b)
Vier
c)
Vijf
d)
Negen
28.

Wat is de definitie van een veelterm?

a)

Een veelterm zijn meerdere eentermen.

b)

Een veelterm is een som van eentermen.

c)

Een veelterm is een product van eentermen.

d)

Een veelterm is een quotiënt van eentermen.

29.

Wat is de coëfficiënt van de éénterm -b ?

(a)  

30.

Wat is de graad van de veelterm

t3+5t24t1-t^3+5t^2-4t-1  ?



(a)  

31.

Wat is de juiste notatie van de veelterm

34x+5x23-4x+5x^2  ?

a)

5x24x+35x^2-4x+3  

b)

5x25x^2  

c)

5x2+34x5x^2+3-4x  

d)

4x+3+5x2-4x+3+5x^2  

32.

Duid de ééntermen aan die gelijksoortig zijn.

a)

12b12b

b)

b-b

c)

3b23b^2

d)

9b9b

e)

0,75b-0,75b

33.

1a)

α=70° en β=20°. α en β zijn ...\alpha=70°\ en\ \beta=20°.\ \alpha\ en\ \beta\ zijn\ ...  

a)

complementair

b)

supplementair

34.

1c)

α=90° en β=90°. α en β zijn ...\alpha=90°\ en\ \beta=90°.\ \alpha\ en\ \beta\ zijn\ ...  

a)

complementair

b)

supplementair

35.

2a)

α=66°. Het su pplement van α is ...\alpha=66°.\ Het\ su\ pplement\ van\ \alpha\ is\ ...  

(geef de hoekgrootte in graden)



(a)  

36.

7a) Het complement van een scherpe hoek is groter dan het supplement van die scherpe hoek.

a)

waar

b)

niet waar

37.

7d) Het supplement van een scherpe hoek is 90° groter dan het complement van die hoek

a)

waar

b)

niet waar

38.

(2)4=\left(-2\right)^4=  

a)

16

b)

-16

c)

8

d)

-8

39.

(32)3 = \left(\frac{-3}{2}\right)^3\ =\  

a)

278\frac{-27}{8}  

b)

272\frac{-27}{2}  

c)

64\frac{-6}{4}  

d)

278\frac{27}{8}  

40.

7x+1,4=4,97x+1,4=4,9  

           x=?



(a)  

41.

2(x+5)=302\cdot\left(x+5\right)=30  
               x = ?

(a)  

42.

Geef het grootste priemgetal dat kleiner dan honderd is...

(a)  

43.

sq(P)=...s_q\left(P\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

R

44.

sS(S)=...s_S\left(S\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

R

45.

r(R, 270°)(Q)=...r_{\left(R,\ -270°\right)}\left(Q\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

46.

tNS(R)=...t_{\overrightarrow{NS}}\left(R\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

47.

Hoeveel symmetrieassen heeft een ruit?

(a)  

48.

Hoeveel symmetrievlakken heeft een kubus?

Je ziet reeds twee mogelijkheden.

(a)  

49.

tQS(T)=...t_{\overrightarrow{QS}}\left(T\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

50.

Elke driehoek heeft minstens één symmetrieas.

a)

Waar

b)

Niet waar

51.

Welke van deze speelkaarten zijn spiegelsymmetrisch om een as?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

52.

Welke van deze speelkaarten zijn spiegelsymmetrisch om een punt?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

53.

Bepaal de getalwaarde van ...

p2 + 2p  voor p = 3-p²\ +\ 2p\ \ voor\ p\ =\ 3  


a)

-3

b)

3

c)

15

d)

-4

54.

Druk met een formule het aantal stippen (s) uit in functie van het gegeven nummer (n) eronder.

a)

s = 2n + 1

b)

s = 3n + 2

c)

s = 2n + 5

d)

s = 3n - 1

55.

Noteer de oppervlakte van bovenstaande figuur met een veelterm.

a)

15x + 10

b)

3x + 7

c)

15x + 2

d)

8x + 2

e)

25x

56.

Noteer de omtrek van bovenstaande figuur met een veelterm.

a)

15x + 10

b)

3x + 7

c)

15x + 2

d)

8x + 2

e)

6x + 14

57.

(5x27)  (3x2 + 5x  7)=\left(5x²-7\right)\ -\ \left(3x²\ +\ 5x\ -\ 7\right)=  

a)

2x25x2x²-5x  

b)

2x2+5x142x²+5x-14  

c)

2x25x142x²-5x-14  

d)

3x3-3x³  

58.

Bepaal de graad in a.

5a4+5a2105a^4+5a^2-10  


a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

59.

Herleid.

8x+6y3x+2y=8x+6y-3x+2y=  



Gebruik geen spaties!



(a)  

60.

Complementaire hoeken zijn twee hoeken ...

a)

waarvan de som 90° is.

b)

waarvan de som 180° is.

c)

die in elkaars verlengde liggen.

d)

die elkaar nooit zullen tegenkomen.

61.

Supplementaire hoeken zijn twee hoeken ...

a)

waarvan de som 90° is.

b)

waarvan de som 180° is.

c)

die in elkaars verlengde liggen.

d)

die elkaar nooit zullen tegenkomen.

62.

Hoeveel graden meet de hoek die supplementair is met een hoek van 25°?

(a)  

63.

Hoe groot is het supplement van het complement van een hoek van 75°?

a)

165°

b)

25°

c)

105°

d)

Dit is echt veel te moeilijk!

64.

De hoeken A1 en A3 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ A_3\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

65.

De hoeken A1 en A2 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ A_2\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

66.

De hoeken A1 en B1 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ B_1\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

67.

De hoeken A2 en B4 zijn ...De\ hoeken\ A_2\ en\ B_4\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

68.

Hoe groot moet alfa zijn opdat a // b?




(a)  

69.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

70.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

71.

(4a)2=\left(4a\right)^2=  

a)

16a216a^2  

b)

4a24a^2  

c)

16a16a  

d)

8a28a^2  

72.

(efm)2=\left(ef^m\right)^2=  

a)

e2f2me^2f^{2m}  

b)

efm2ef^{m^2}  

c)

e2fm2e^2f^{m^2}  

d)

e2fm2e^{2fm^2}  

73.

(a5)2=\left(a^5\right)^2=  

a)

a10a^{10}  

b)

a7a^7  

c)

a25a^{25}  

d)

Heel veel keer a...

74.

(6c7d)2=\left(\frac{-6c}{7d}\right)^{-2}=  

a)

49d236c2\frac{49d^2}{36c^2}  

b)

36c249d2\frac{36c^2}{49d^2}  

c)

49d236c2\frac{-49d^2}{36c^2}  

d)

14d212c2\frac{14d^2}{12c^2}  

75.

 Zet de wetenschappelijke notatie om naar de decimale notatie. Gebruik geen spaties!

5,31045,3\cdot10^4



(a)