Worksheetsduits - h3 - kap2 - llnd_2
Total questions: 83
Worksheet time: 42mins
de arm
(a)
de buik
(a)
de arts, de dokter
(a)
de hooikoorts
(a)
het lichaam
(a)
de mond
(a)
het ongeluk
(a)
de rug
(a)
de spierpijn
(a)
de vinger
(a)
de voet
(a)
de apotheek
(a)
de hand
(a)
de gezondheid
(a)
de griep
(a)
de neus
(a)
de verkoudheid
(a)
de ziekte
(a)
het been
(a)
het gezicht
(a)
de koorts
(a)
het medicijn
(a)
het oor
(a)
het ziekenhuis
(a)
de kiespijn
(a)
de keelpijn
(a)
de pijn
(a)
gewond raken
(a)
naar de dokter gaan
(a)
overgeven
(a)
pijn doen
(a)
slapen
(a)
zich snijden
(a)
zich branden
(a)
zich voelen
(a)
Beterschap!
(a)
blij
(a)
duizelig
(a)
erg
(a)
gewond
(a)
gezond
(a)
moe
(a)
nogal, tamelijk
(a)
regelmatig
(a)
sinds
(a)
vanavond
(a)
vanmiddag
(a)
verkouden
(a)
weer
(a)
zenuwachtig
(a)
ziek
(a)
de tand
(a)
het oog
(a)
bezoeken
(a)
doen
(a)
fietsen
(a)
helpen
(a)
kunnen
(a)
lopen
(a)
nodig hebben
(a)
schrijven
(a)
wensen
(a)
gisteren
(a)
heet
(a)
helaas
(a)
vorige week
(a)
de armen
(a)
de vingers
(a)
de voeten
(a)
de handen
(a)
de benen
(a)
de medicijnen
(a)
de oren
(a)
gegaan
(a)
pijn gedaan
(a)
geslapen
(a)
gesneden
(a)
gebrand
(a)
de tanden
(a)
de ogen
(a)
geholpen
(a)
gelopen
(a)
geschreven
(a)
