wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nask NOVA GK3 H4.2

Total questions: 17

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

De fase-overgang van vast naar vloeibaar heet:

a)

smelten

b)

stollen

c)

bevriezen

d)

condenseren

e)

rijpen

2.

De fase-overgang van vast naar gas heet:

a)

vervluchtigen

b)

smelten

c)

bevriezen

d)

condenseren

e)

rijpen

3.

De fase-overgang van vloeibaar naar gas heet:

a)

verdampen

b)

smelten

c)

bevriezen

d)

condenseren

e)

rijpen

4.

De fase-overgang van gas naar vloeibaar heet:

a)

condenseren

b)

smelten

c)

bevriezen

d)

vervluchtigen

e)

rijpen

5.

De fase-overgang van gas naar vast heet:

a)

condenseren

b)

smelten

c)

bevriezen

d)

vervluchtigen

e)

rijpen

6.

De fase-overgang van vloeibaar naar vast bij een temperatuur van 0 graden Celsius of lager heet:

a)

condenseren

b)

stollen

c)

bevriezen

d)

vervluchtigen

e)

rijpen

7.

De fase-overgang van vloeibaar naar vast bij een temperatuur van meer dan 0 graden Celsius heet:

a)

condenseren

b)

stollen

c)

bevriezen

d)

vervluchtigen

e)

rijpen

8.

Scheidingsmethode waarbij je een filter gebruikt om een vloeistof en een vaste stof te scheiden.

a)

filtereren

b)

indampen

c)

extraheren

d)

centrifugeren

9.

Scheidingsmethode waarbij je een opgeloste stof scheidt van het oplosmiddel op basis van het kookpunt.

a)

filtereren

b)

indampen

c)

extraheren

d)

centrifugeren

10.

Scheidingsmethode waarbij je stoffen scheidt van het oplosmiddel op basis van de oplosbaarheid.

a)

filtereren

b)

indampen

c)

extraheren

d)

centrifugeren

11.

Scheidingsmethode waarbij je in een suspensie vaste stoffen van vloeistoffen kan scheiden.

a)

filtereren

b)

indampen

c)

extraheren

d)

centrifugeren

12.

Temperatuur waarbij een stof van een vloeistof in een gas verandert.

a)

Kookpunt

b)

stolpunt

c)

smeltpunt

13.

Temperatuur boven 0 graden Celsius waarbij een stof van een vloeistof in een vaste verandert.

a)

Kookpunt

b)

stolpunt

c)

smeltpunt

14.

Temperatuur waarbij een stof van een vaste stof in een vloeistof verandert.

a)

Kookpunt

b)

stolpunt

c)

smeltpunt

15.

Een stof die uit twéé of meer soorten moleculen bestaat is een:

a)

zuivere stof

b)

mengsel

c)

atoom

16.

Wat zijn de kenmerken van een oplossing?

a)

helder

b)

troebel

c)

geen neerslag

d)

neerslag

17.

Wat zijn de kenmerken van een suspensie?

a)

helder

b)

troebel

c)

geen neerslag

d)

neerslag