Font size
WorksheetsNumbers and present simple
Total questions: 13
Worksheet time: 5mins
Schrijf het telwoord voluit.
Bijvoorbeeld: 1 = one
(let op, zonder hoofdletter anders is het automatisch fout)
2
Schrijf het telwoord voluit.
Bijvoorbeeld: 1 = one
11
Schrijf het telwoord voluit.
Bijvoorbeeld: 1 = one
28
Schrijf het telwoord voluit.
Bijvoorbeeld: 1 = one
57
Schrijf het telwoord voluit.
Bijvoorbeeld: 1 = one
95
Schrijf de volgende rangtelwoorden 2x, afgekort en voluit
Bijvoorbeeld: 6 = 6th - sixth
2
Schrijf de volgende rangtelwoorden 2x, afgekort en voluit
Bijvoorbeeld: 6 = 6th - sixth
10
Schrijf de volgende rangtelwoorden 2x, afgekort en voluit
Bijvoorbeeld: 6 = 6th - sixth
30
Het regent veel in de herfst.
It rain a lot in the fall.
It rains a lot in the fall.
Karin studeert altijd veel voor toetsen.
Karin always studies a lot for tests.
Karin always studys a lot for tests.
Harry gaat nooit met de bus naar school.
Harry never goes to school by bus.
Harry never go to school by bus.
Ik maak altijd mijn huiswerk.
I always does my homework.
I always do my homework.
Zij voetballen vaak samen.
They often plays football together.
They often play football together.
