Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

GS8 H2 Toets

Total questions: 16

Worksheet time: 4hrs 0mins

Name
Class
Date
1.

Het hoofdstuk gaat over de middeleeuwen.

Welke jaren horen er bij monniken en ridders?

a)

0 - 500

b)

500 - 1000

c)

1000 - 1500

d)

1500 - 2000

2.

Het hoofdstuk gaat over de middeleeuwen.

Welke jaren horen er bij steden en staten?

a)

0 - 500

b)

500 - 1000

c)

1000 - 1500

d)

1500 - 2000

3.

De Friezen dreven veel handel.

Wat zijn belangrijke handelsplaatsen voor de Friezen?

Let op! Twee goede antwoorden!

a)

Lelystad

b)

Walacria

c)

Dorestad

d)

Leeuwarden

4.

Waarom zijn Dorestad en Walacria belangrijke handelsplaatsen?

a)

Omdat die steden een sterke verdedigingsmuur hadden

b)

Omdat die steden goed bestuurd werden

c)

Omdat die steden aan het water lagen

d)

Omdat in die steden een stadswaag stond

5.

In welke producten handelden de Friezen?

LET OP! 2 goede antwoorden!

a)

Slaven

b)

Laken

c)

Aardewerk

d)

Kaas

6.

Wanneer leefde Karel de Grote?

a)

Rond 500

b)

Rond 600

c)

Rond 700

d)

Rond 800

7.

Karel de Grote had een palts in Nijmegen.

Wat is een palts?

a)

Een paard

b)

Een kasteel

c)

Een paleis

d)

Een stuk land

8.

Wanneer kwamen de Vikingen?

a)

Tussen 500 en 1000

b)

Tussen 800 en 1000

c)

Tussen 1000 en 1200

d)

Tussen 800 en 1200

9.

Uit welke landen kwamen de Vikingen?

LET OP! 2 goede antwoorden!

a)

Noorwegen

b)

Denemarken

c)

Duitsland

d)

Friesland

10.

Waarom kwamen de Vikingen naar Nederland?

LET OP! 2 goede antwoorden!

a)

Rooftochten

b)

Handelstochten

c)

Kruistochten

d)

Ontdekkingstochten

e)

Strooptochten

11.

In de middeleeuwen had iedereen zijn eigen plaats.

Wat was de hoogste stand?

a)

Geestelijkheid

b)

Adel

c)

Boeren

12.

Wat zijn horigen?

a)

Mensen die bij een stuk land horen

b)

Mensen met een goed gehoor, net zoals zieners

c)

Mensen die honger leiden

d)

Mensen die bij een ridder horen

13.

Wat is een gilde?

a)

Een vereniging van mensen met het zelfde beroep

b)

Een beroep dat je kan beoefenen

c)

Een weegschaal om waren op te wegen

d)

Een proef die je moet afleggen om meester te worden

14.

Wat maakt een gezel om meester te worden?

a)

Een proefstuk

b)

Een meesterproef

c)

Een gezelproef

d)

Een meesterstuk

15.

Waar wordt een heksenwaag voor gebruikt?

a)

Om heksen te wegen

b)

Daarmee vliegen heksen door de lucht

c)

Om handelaren hun goederen te laten wegen

d)

Om heksen mee te straffen

16.

Waarom was er een stadswaag?

a)

Zodat iedereen naar de handelsplaats kwam

b)

Zodat heksen gewogen konden worden

c)

Zodat handelaren geen eigen weegschaal hoefden te kopen

d)

Zodat gewichten werden gecontroleerd en niemand te weinig kreeg