wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test formuleren

Total questions: 39

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Welk woord moet er weg? Indien u voor 31 december bij ons bestelt, kunt u een gratis cadeautje verwachten.
a)

Indien

b)

gratis

c)

cadeautje

d)

verwachten

2.
Welk woord moet er weg? Ze hebben daar veel leuke attracties, zoals bijvoorbeeld een achtbaan en een draaimolen.
a)

daar

b)

veel

c)

bijvoorbeeld

d)

een

3.
Welk woord moet er weg? Je hoeft je niet te haasten, want je hebt het immers al bijna af.
a)

je

b)

immers

c)

bijna

d)

af

4.
Welk woord moet er weg? Ik besef me dat ik soms stomme taalfouten maak.
a)

besef

b)

me

c)

soms

d)

stomme

5.
Welk woord moet er weg? Je kunt aan die pasgeverfde muur nog niets aan ophangen.
a)

die

b)

pasgeverfde

c)

nog

d)

niets

e)

aan

6.
Welk woord moet er weg? In verband met de drukte wordt de toets tijdelijk opgeschort.
a)

met

b)

de

c)

tijdelijk

d)

opgeschort

7.
Welk woord moet er weg? Zou je de tekst even hardop willen voorlezen?
a)

Zou

b)

de

c)

hardop

d)

willen

e)

voorlezen

8.
Welk woord moet er weg? Ik zou het wel willen doen, maar ik heb echter geen tijd.
a)

het

b)

wel

c)

maar

d)

echter

9.
Welk woord moet er weg? De directie heeft een bord geplaatst om iedereen duidelijk te maken dat het verboden is om hier geen fietsen te plaatsen.
a)

om

b)

iedereen

c)

te

d)

hier

e)

geen

10.
Welk woord moet er weg? We gaan straks proefjes doen waarin vooral leerlingen die natuurkunde en scheikunde in hun profiel hebben, zeer geïnteresseerd in zullen zijn.
a)

straks

b)

vooral

c)

hun

d)

zeer

e)

in

11.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Die politieke partij breekt keer op keer (a)   verkiezingsbeloftes.

12.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Veel Noord-Europese landen klagen erover dat Griekenland (a)   verantwoordelijkheden niet heeft genomen tijdens de crisis.

13.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Als je goed kijkt, zie je dat het land alles heeft gedaan (a)   het kon doen.

14.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Het volk heeft gewoon vreselijk veel pech gehad met (a)   economie.

15.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Mijn buurjongen keek jaloers naar het meisje (a)   achterop mijn scooter zat.

16.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? De politie doet precies wat (a)   moet doen.

17.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Het gebouw (a)   daar staat heeft mijn bureau ontworpen.

18.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Het kind was gevallen met de step en daarom huilde (a)   .

19.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Wil jij het kastje (a)   daar staat even verplaatsen?

20.

Welk verwijswoord moet er op de lijn? Harald, deze klanten willen een factuur, kun jij die voor (a)   printen?

21.
Door welk woord is de zin incongruent? De omstanders werden gevraagd om plaats te maken voor het ambulancepersoneel.
a)
werden
b)
gevraagd
c)
maken
d)
voor
22.
Door welk woord is de zin incongruent? Voor het proefwerk van gisteren hadden een aantal leerlingen niet geleerd.
a)
Voor
b)
van
c)
hadden
d)
aantal
23.
Door welk woord is de zin incongruent? Het lijkt me moeilijk om te beoordelen of de media wel betrouwbaar is.
a)
lijkt
b)
beoordelen
c)
media
d)
is
24.
Door welk woord is de zin incongruent? Een klein deel van de renners haalden de finish niet.
a)
klein
b)
deel
c)
renners
d)
haalden
25.
Door welk woord is de zin incongruent? De oplossing voor deze moeilijke opdrachten zijn moeilijk te vinden.
a)
oplossing
b)
deze
c)
zijn
d)
vinden
26.
Door welk woord is de zin incongruent? Vroeger werd softdrugs illegaal verkocht.
a)
werd
b)
softdrugs
c)
illegaal
d)
verkocht
27.
Door welk woord is de zin incongruent? Van de meeste leerlingen worden behoorlijk veel verwacht.
a)
meeste
b)
worden
c)
veel
d)
verwacht
28.
Door welk woord is de zin incongruent? Dit soort fouten worden helaas nog veel gemaakt.
a)
Dit
b)
fouten
c)
worden
d)
gemaakt
29.
Door welk woord is de zin incongruent? De jongeren renden weg, waarna de politie de achtervolging inzetten.
a)
renden
b)
weg
c)
waarna
d)
inzetten
30.
Door welk woord is de zin incongruent? Tachtig procent van de mensen zijn tegen de bezuinigingen.
a)
Tachtig
b)
zijn
c)
tegen
d)
de
31.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Hij pakte een verse kop koffie en daarna het cadeautje in.

(a)  

32.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Het pakket ligt vanaf morgen voor u klaar en kunt u op elk moment van de dag ophalen.

(a)  

33.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Hij is vorige week jarig geweest en op vakantie in Italië.

(a)  

34.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Zij had mijn vader eerst uitgescholden en daarna haar excuses aangeboden.

(a)  

35.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Hier wordt gewerkt en daarom fouten gemaakt.

(a)  

36.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Mijn band is lek en zal ik moeten plakken.

(a)  

37.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Hij heeft een mooi huis en tuin.

(a)  

38.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? Op het laatst werd hij verdrietig en daarom niet meer gepest.

(a)  

39.

Foutieve samentrekking: welk woord is ten onrechte weggelaten? De judoka greep zijn kans en zijn tegenstander bij zijn jasje.

(a)