Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 organen en cellen

Total questions: 33

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
2.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
3.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
4.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

6.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

7.

Wat is de functie van nummer 4?

a)

Het verplaatsen van de tafel.

b)

Het bijstellen van het licht.

c)

Het scherp zetten van het beeld

d)

Het draaien van de objectieven.

8.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

9.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
10.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
11.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
12.
Hoe heet onderdeel 8
a)
oculair
b)
objectief
c)
revolver
13.
Hoe heet de bovenste lens waardoor je kijkt?
a)
oculair
b)
objectief
14.
Wat is de functie van de revolver
a)
hiermee klem je het preparaat vast
b)
hiermee kun je naar een geschikt objectief draaien
c)
hieraan pak je de microscoop vast
15.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

16.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

18.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

19.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Wat voor orgaan is nummer 4?

a)

Maag

b)

Hart

c)

Lever

d)

Dunne darm

21.

Wat is nummer 5?

a)

Maag

b)

Lever

c)

Hart

d)

Dikke darm

22.

Wat is nummer 8?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Nier

23.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Bloedvatenstelsel

24.

Wat is een taak van de bladeren?

a)

Slaan reservevoedsel op

b)

Zorgen voor stevigheid

c)

Maken voedsel door fotosynthese

d)

Nemen water op

25.

Waarmee klem je een preparaat vast?

a)

Grote schroef

b)

Preparaatklemmen

c)

Tafel

d)

Diafragma

26.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

27.

Waar in een plantencel bevinden zich de bladgroenkorrels?

a)

Celmembraan

b)

Celkern

c)

Cytoplasma

d)

Vacuole

28.

Welke plastiden zitten er in een aardappel.

a)

Kleurstofkorrels

b)

Bladgroenkorrels

c)

Zetmeelkorrels

29.

In de afbeelding zie je een deel van een plant. Met welk nummer is een zijwortel aangegeven?

a)

Nummer 1

b)

Nummer 2

c)

Nummer 3

d)

Nummer 4

30.

Met welk deel van de plant neemt de plant water op?

a)

Met de hoofdwortel

b)

Met de zijwortel

c)

Met de wortelharen

31.

Hoe heet onderdeel 3 in de afbeelding

a)

Bladmoes

b)

Bladrand

c)

Bladnerf

32.

Tine zegt: Een plant slaat reservevoedsel op in de wortel. Daarmee kan de plant de winter doorkomen.

Rudy zegt: De plant neemt water en voedingsstoffen op en vervoert ze naar de bladeren. De stoffen worden vervoerd door vaatbundels.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide ongelijk

b)

Tine

c)

Rudy

d)

Beide gelijk

33.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen