wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica (zinsdelen)

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de PV?

Mijn buurvrouw rijdt sinds kort in een gloednieuwe BMW.

a)

Mijn buurvrouw

b)

Rijdt

c)

gloednieuwe

d)

sinds kort

2.

Wat is de PV?

Is het mogelijk om mijn ticket te annuleren?

a)

annuleren

b)

ticket

c)

is

3.

Wat is het WWG?

Waarom heb je mij geblokkeerd?

a)

waarom

b)

heb, geblokkeerd

c)

heb

d)

geblokkeerd

4.

Wat is het onderwerp?

Waarom sta je op de tafel?

a)

waarom

b)

sta

c)

je

5.

Wat is het onderwerp?

Gisteren aten mijn moeder en ik een pizza in het nieuwe restaurant.

a)

Gisteren

b)

aten

c)

mijn moeder

d)

mijn moeder en ik

6.

Wat is het onderwerp?

De oude minister van defensie gaat morgen met pensioen.

a)

gaat

b)

de oude minister

c)

de oude minister van defensie

d)

gaat met pensioen

7.

Wat is het lijdend voorwerp?

Mijn vader bakt iedere zondag een taart om het weekend te vieren.

a)

Mijn vader

b)

iedere zondag

c)

een taart

d)

er is geen LV

8.

Wat is het lijdend voorwerp?

De auto reed heel voorzichtig over de gladde straat.

a)

de auto

b)

reed

c)

over de gladde straat

d)

er is geen LV

9.

Wat is het lijdend voorwerp?

Wil jij die kaars aansteken?

a)

Wil

b)

jij

c)

die kaars

d)

er is geen lijdend voorwerp

10.

Wat is het lijdend voorwerp?

Oma gaf een groot feest voor haar zestigste verjaardag.

a)

oma

b)

een groot feest

c)

een groot feest voor haar zestigste verjaardag.

d)

er is geen LV

11.

Wat is het meewerkend voorwerp?

Wil jij dit cadeau aan Mike geven?

a)

dit cadeau

b)

wil, geven

c)

Mike

d)

er is geen MV

12.

Wat is het meewerkend voorwerp?

De verdachte vertelde zijn bedachte plannen aan de agent.

a)

vertelde

b)

de verdachte

c)

de agent

d)

er is geen MV

13.

Wat is het meewerkend voorwerp?

Wanneer komt die trein eens op tijd aan?

a)

Waarom

b)

die trein

c)

komt

d)

er is geen MV

14.

Wat is het meewerkend voorwerp?

De beroemde voetballer stuurde zijn fans een bedankje voor alle getoonde support.

a)

de beroemde voetballer

b)

stuurde

c)

zijn fans

d)

er is geen MV

15.

Wat is de bijwoordelijke bepaling?

In de lange file moest de bus stapvoets rijden.

a)

In de lange file, stapvoets

b)

moest, rijden

c)

de bus

d)

er is geen BWB

16.

Wat is de de bijwoordelijke bepaling?

Ik geef les op een middelbare school.

a)

ik

b)

geef les

c)

op een middelbare school

d)

er is geen BWB

17.

Wat is de de bijwoordelijke bepaling?

Gisteren werd de kerstboom versierd.

a)

De kerstboom

b)

werd, versierd

c)

gisteren

d)

er is geen bwb

18.

Wat is de de bijwoordelijke bepaling?

Het gemeentebestuur verstrekt haar inwoners maandagavond de benodigde informatie.

a)

Verstrekt

b)

het gemeentebestuur

c)

maandagavond

d)

haar inwoners

e)

er is geen bwb

19.

Wat is de bijvoeglijke bepaling?

Morgen staakt het personeel van de NS.

a)

Morgen

b)

het personeel van de NS

c)

van de NS bij: het personeel

d)

er is geen BVB

20.

Wat is de bijvoeglijke bepaling?

De foto stond op de kast onder de trap.

a)

de foto

b)

onder de trap bij: de kast

c)

op de kast

d)

er is geen BVB

21.

Wat is de bijvoeglijke bepaling?

De musea in Rotterdam zijn gesloten.

a)

De musea in Rotterdam

b)

in Rotterdam bij: de musea

c)

wegens Corona

d)

er is geen BVB

22.

Wat is de bijvoeglijke bepaling?

Op de huizen in de oude binnenstad staan jaartallen geschreven.

a)

Op de huizen

b)

in de oude binnenstad bij: de huizen

c)

jaartallen

d)

er is geen BVB

23.

Wat is de bijstelling?

De Thalys, de trein naar Parijs, heeft vertraging en vertrekt over 15 minuten.

(a)  

24.

Wat is de bijstelling?

Morgen, Eerste Kerstdag, gaan we met het hele gezin gezellig ontbijten.

(a)  

25.

Wat is het onderwerp?

Hans, de beveiliger van de koning, staat al vier uur lang te wachten.

a)

Hans

b)

Hans, de beveiliger van de koning,

c)

staat te wachten

d)

de koning