wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KerstQuiz V4 - Biologie

Total questions: 23

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Heeft Rudolph echt een rode neus?

a)

Ja! Dat komt door de vele vaatjes in hun neus.

b)

Nee, dat is een verzinsel uit een kinderboekje.

2.

De neuskleur bij rendieren wordt veroorzaakt door een autosomaal gen. Zwarte neuskleur is dominant over rode neuskleur.

De ouders van Rudolf hebben allebei een zwarte neus. Wat is hun genotype?

a)

Beide Aa

b)

Beide aa

c)

Beide AA

d)

AA en Aa

e)

AA en aa

3.

Kijk naar de tak van deze kerstboom. De naalden zijn niet allemaal even lang.

Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?

a)

Alleen het genotype is anders

b)

Alleen het fenotype is anders

c)

Genotype en fenotype zijn gelijk

d)

Zowel genotype als fenotype zijn anders

4.

Drie cellen in het lichaam van de kerstman worden met elkaar vergeleken: een spermacel, een spiercel en een zenuwcel.

In welke van deze cellen kan het Y-chromosoom ontbreken?

a)

in geen van deze cellen

b)

alleen in de spermacel

c)

alleen in de zenuwcel

d)

in de spiercel en zenuwcel

5.

Voor het maken van kerstbrood zijn gistcellen nodig. Gistcellen behoren tot het rijk van de schimmels.

In die gistcellen vinden verschillende processen plaats.

Vinden in de gistcellen alleen assimilatieprocessen, alleen dissimilatieprocessen of beide typen processen plaats?

a)

alleen assimilatie (opbouw)

b)

alleen dissimilatie (afbraak)

c)

zowel assimilatie als dissimilatie (opbouw en afbraak)

6.

Een brandende kaars dooft snel als er een glazen stolp overheen wordt geplaatst.

Bij een experiment wordt naast een (nog niet brandende) kaars een plant onder een stolp geplaatst. Het geheel wordt

24 uur in het licht geplaatst, waarna de kaars wordt aangestoken. Uit het experiment blijkt dat de kaars onder de stolp met de plant langer blijft branden dan zonder de plant.

Hieruit kunnen we afleiden dat tijdens de fotosynthese:

a)

zuurstof wordt geproduceerd

b)

koolstofdioxide wordt verbruikt

c)

glucose worden geproduceerd

d)

water wordt verbruikt

7.

Wat is een voorbeeld van een populatie?

a)

Alle rendieren op de Noordpool

b)

De beplanting in een naaldbos

c)

Alle organismen in de Noordelijke IJzee

d)

Een ijsbeer met haar 2 jongen op de Noordpool

8.

Een elf doet onderzoek naar de ontwikkeling van pinguïns. Hij kijkt daarbij of een pinguïn ander gedrag vertoont als er meer kerstliedjes worden afgespeeld.

Welk van onderstaande voorbeelden is het beste voorbeeld van een onderzoeksvraag bij dit onderzoek?

a)

Gedraagt een pinguïn zich anders bij kerstmuziek?

b)

In welke mate is veroorzaakt kerstmuziek voor veranderingen in de gedragingen van pinguïns?

c)

Pinguïns hebben kerstmuziek nodig. Wat is het effect van geen kerstmuziek?

d)

Hoeveel kerstmuziek is nodig voor de veranderingen in gedrag van pinguïns?

9.

De kerstman moet zware pakjes tillen. Het bloed stroomt van een armspier via de longen weer terug naar dezelfde armspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:

a)

linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

b)

linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

c)

rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

d)

rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

10.

Schrijf je: Kerst of kerst?

a)

Kerst

b)

kerst

11.

Wat voor soort boom is een kerstboom?

a)

Dennenboom

b)

Spar

c)

Weet ik niet

12.

Welk dier wordt met kerst veel gegeten?

a)

Koe

b)

Paard

c)

Konijn

13.

Hoe heet het plantje waar je met Kerst onder gaat staan en je geliefde mag zoenen?

a)

brandnetel

b)

hulst

c)

mistletoe

d)

hyacint

14.

" Vroeger hingen de mensen glazen kerstballen in de boom om heksen af te schrikken. Heksen hebben nl geen spiegelbeeld en zo konden mensen heksen in huis herkennen en wegsturen. Deze ballen heetten vroeger dan ook heksenballen".

Dit is .....

a)

waar

b)

niet waar

15.

Met Kerst gebruiken we als versiering vaak deze plant. Wat is de naam ervan?

a)

dennenblad

b)

hulst

c)

eikenblad

d)

buxusblad

16.

Hoelang duurt het voordat een kerstboom volwassen is?

a)

3 jaar

b)

5 jaar

c)

8 jaar

d)

10 jaar

17.

Wat is het grootste kerstcadeau ooit gegeven?

a)

Een kerstboom van 20 meter hoog

b)

De Eifeltoren in Parijs

c)

Het Vrijheidsbeeld van New York

d)

Een pakje van 3 verdiepingen hoog

18.

In het Engels zegt men i.p.v. Christmas ook wel Xmas. Waarom is dat?

a)

X is Christus in het Grieks

b)

Deze mensen die dat zeggen zijn Dyslectisch

c)

Dit schrijft sneller op kerstkaartjes

d)

X is tien en dat staat voor het aantal herders bij de kribbe in Bethlehem

19.

Wat gebruiken ze als kerstboom in India?

a)

Palmboom

b)

Bananenboom

c)

Ananasboom

d)

Dennenboom

20.

Hoeveel rendieren heeft de kerstman?

a)

7

b)

8

c)

9

d)

10

21.

Waar is het kouder? Op de noordpool of op de zuidpool?

a)

Zuidpool

b)

Noordpool

22.

Wij vinden -5 al heel erg koud. Maar wat is de koudst gemeten temperatuur ooit op aarde?

a)

-25,6

b)

-48,9

c)

-79,6

d)

-89,2

23.

Waar of niet waar? Een kerstboom drinkt een liter water per dag.

a)

Niet Waar

b)

Waar