wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HAVO 3, CH 3 science & tech

Total questions: 100

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

advanced

a)

vernieuwing,

b)

geavanceerd,

c)

apparaat, toestel

2.

appliance

a)

apparaat, toestel

b)

ontwikkeld

3.

available

a)

beschikbaar

b)

gemiddeld(e)

c)

innovatie

4.

to develop

a)

 ingenieur

b)

ontwikkelen

5.

maintenance

a)

controleren,

b)

produceren

c)

onderhoud

6.

to manufacture

a)

nieuwste

b)

produceren

c)

duurzaam

7.

to monitor

a)

nieuwste

b)

controleren, volgen

8.

outdated

a)

gereedschap

b)

ouderwets

c)

vooruitgang

9.

progress

a)

vooruitgang

b)

gereedschap

c)

instrument

10.

resource

a)

duurzaam

b)

nieuwste

c)

middel, (hulp) bron

11.

state of the art

a)

onderhoud

b)

nieuwste van het nieuwste

c)

nieuwste

12.

sustainable

a)

onderhoud

b)

duurzaam

c)

innovatie

13.

tool

a)

geavanceerd,

b)

ontwikkeld

c)

gereedschap, instrument

14.

artificial

a)

chemisch

b)

kunstmatig

c)

berekenen

15.

to calculate

a)

berekenen

b)

kunstmatig

c)

chemisch

16.

chemical

a)

bereknen

b)

chemisch

c)

kunstmatig

17.

to conduct an experiment

a)

samenvoegen

b)

smelten

c)

een experiment uitvoeren

18.

flammable

a)

brandbaar, ontvlambaar

b)

vallen en opstaan

c)

straling

19.

galaxy

a)

sterrenstelsel

b)

smelten

c)

samenvoegen

20.

gravity

a)

 laboratorium

b)

zwaartekracht

c)

scheiden

21.

to measure

a)

meten

b)

smelten

c)

samenvoegen

22.

to melt

a)

straling

b)

meten

c)

smelten

23.

to merge

a)

druk

b)

samenvoegen

c)

smelten

24.

orbit

a)

straling

b)

baan (van planeet)

c)

scheiden

25.

pressure

a)

druk

b)

vallen en opstaan

c)

scheiden

26.

radiation

a)

scheiden

b)

straling

c)

smelten

27.

to separate

a)

scheiden

b)

vallen en opstaan

c)

druk

28.

trial and error

a)

laboratorium

b)

vallen en opstaan

c)

smelten

29.

to anticipate

a)

binnenkort

b)

verwachten

c)

inschatten

30.

anytime

a)

op elk moment

b)

binnenkort

c)

decennium

31.

decade

a)

optimistisch

b)

decennium (10 jaar)

c)

inschatten

32.

to estimate

a)

waarschijnlijk

b)

inschatten

c)

geloven

33.

to imagine

a)

optimistisch

b)

bedenken, geloven

c)

waarschijnlijk

34.

(im)probably

a)

(on)waarschijnlijk

b)

op lange / korte termijn

c)

positief

35.

long/short term

a)

binnenkort

b)

op elk moment

c)

op lange / korte termijn

36.

possible

a)

mogelijk

b)

voorspelbaar

c)

voorspellen

37.

to predict

a)

voorspelbaar

b)

voorspellen

c)

Uitvindingen

38.

predictable

a)

voorspelbaar

b)

voorspellen

39.

promising

a)

Uitvindingen

b)

veelbelovend

c)

verdwijnen

40.

(un)likely

a)

voorspelbaar

b)

(on)waarschijnlijk

c)

Uitvindingen

41.

to vanish

a)

beschrijven

b)

Uitvindingen

c)

verdwijnen

42.

to be compatible with

a)

duurzaam

b)

geschikt zijn voor

c)

beschrijven

43.

to be powered by

a)

fraai

b)

aangedreven worden door

c)

gloednieuw

44.

brand new

a)

log

b)

gloednieuw

c)

luxe

45.

bulky

a)

compact

b)

log, omvangrijk

c)

fraai

46.

durable

a)

verfijnd

b)

ingenieus

c)

duurzaam

47.

fancy

a)

ingenieus

b)

mooi, luxe, fraai

c)

verfijnd

48.

(im)practical

a)

draadloos

b)

vernuftig

c)

(on)praktisch

49.

ingenious

a)

vernuftig

b)

verfijnd

50.

portable

a)

draagbaar

b)

draadloos

51.

sophisticated

a)

ingenieus

b)

draadloos

c)

verfijnd

52.

transparent

a)

waterbestendig

b)

doorzichtig

c)

gebruiksvriendelijk

53.

user-friendly

a)

verfijnd

b)

gebruiksvriendelijk

c)

vernuftig

54.

waterproof

a)

waterbestendig

b)

draadloos

c)

doorzichtig

55.

wireless

a)

doorzichtig

b)

draadloos

c)

gebruiksvriendelijk

56.

alter

a)

vijand

b)

veranderen, wijzigen

c)

nep

57.

doctored

a)

komiek

b)

bron

c)

bewerkt

58.

enemy

a)

vijand

b)

bron

c)

nep

59.

facial expression

a)

invoegen

b)

gezichtsuitdrukking

c)

manipuleren

60.

fake

a)

invoegen

b)

bron

c)

nep

61.

harmless

a)

onnatuurlijk

b)

onschuldig

c)

scheuren

62.

legit

a)

legitiem, geldig

b)

onnodig

c)

buigen

63.

source

a)

kunstmatig

b)

bron

c)

beeld

64.

tear up

a)

scheuren

b)

liften

c)

afgelegen

65.

warning

a)

opname

b)

maken

c)

waarschuwing

66.

an affluent city

What does affluent mean?

a)

de ruimte

b)

rijk

c)

borg

67.

announce

a)

wederzijds

b)

aankondigen

c)

afgelegen

68.

boundary

a)

grens

b)

bron

c)

nep

69.

companionship

a)

kameraadschap

b)

borg

c)

chirurg

70.

contender

a)

bereidheid

b)

afgelegen

c)

mededinger, deelnemer

71.

deposit

a)

bron

b)

borg

c)

nep

72.

entrepreneur

a)

onnodig

b)

ondernemer

c)

oplossing

73.

firm

a)

nep

b)

ondernemer

c)

bedrijf

74.

hitch a ride

a)

liften

b)

kunstmatig

c)

oplossing

75.

intend

a)

in zekere zin

b)

wederzijds

c)

van plan zijn

76.

mutual

a)

wederzijds

b)

in zekere zin

c)

opnamen

77.

outer space

a)

de ruimte

b)

hergebruik

c)

snelheid

78.

pioneer

a)

baanbreker

b)

dateren uit

c)

tonen

79.

remote

a)

chirurg

b)

afgelegen

c)

beeld

80.

reusability

a)

onderhoudend

b)

vastleggen

c)

hergebruik

81.

define

a)

definiëren

b)

standpunt

c)

snelheid

82.

depict

a)

buigen

b)

tonen, weergeven

c)

oplossing

83.

in a sense

a)

zinloos

b)

geen zin in

c)

in zekere zin

84.

intricate

a)

zich afvragen

b)

ingewikkeld, complex

c)

perspectief

85.

medieval

a)

middeleeuws

b)

operatie

c)

kunstmatig

86.

surgeon

a)

chirurgie

b)

operatie

c)

chirurg

87.

surgery

a)

operatie, chirurgie, ingreep

b)

chirurg

c)

kunstmatig

88.

synthetic

a)

onnodig

b)

kunstmatig

c)

geschokt zijn

89.

unnecessary

a)

snelheid

b)

onnodig

c)

belangrijk

90.

I was appalled.

What does appalled mean?

a)

overleden

b)

geschikt

c)

geschokt zijn

91.

bend

a)

herbouwen

b)

buigen

c)

apart

92.

deceased

a)

bereidheid

b)

vervangen

c)

overleden

93.

engaging

a)

opnamen

b)

onderhoudend

c)

maken

94.

initially

a)

in eerste instantie

b)

opnamen

c)

vervangen

95.

manage to

a)

groot

b)

voor elkaar krijgen

c)

bereidheid

96.

reconstruct

a)

bereidheid

b)

herbouwen

c)

vervangen

97.

replace

a)

chirurg

b)

snelheid

c)

vervangen

98.

solution

a)

vastleggen

b)

oplossing

99.

vast

a)

vervangen

b)

zeer groot

c)

bereidheid

100.

willingness

a)

hergebruik

b)

bereidheid

c)

snelheid