wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SPV Oefententamen

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn goede bronnen van complexe koolhydraten?

a)

Rijst, pasta en fruit

b)

Volkoren brood, aardappelen en peulvruchten

c)

Vlees, vis en gevolgde

2.

Wat zijn de functies van voedingsvezels?

a)

Kauwen stimuleren en ontlasting smeuïger maken

b)

Meer energie en smaak aan voedingsmiddelen toevoegen

c)

Zorgen voor een snellere opname van voedingsstoffen en betere stoelgang

3.

Wat is de functie van glycogeen?

a)

Dient als energieopslag in de spieren en lever

b)

Is de reservebrandstof voor het lichaam

c)

Dit is hetzelfde als zetmeel bij planten

4.

Hoeveel kilocalorieën levert 1 gram vet?

a)

4

b)

7

c)

9

5.

Wat is een van de functies van vitamine A?

a)

Belangrijke rol in de bloedstolling

b)

Belangrijke rol in de opname van ijzer

c)

Speelt een rol bij de opbouw en afbraak van glycogeen

6.

Waar staat PAL voor?

a)

Physics Action Lifestyle

b)

Post Action Level

c)

Physical Activity Level

7.

Wat is de wetenschappelijke naam voor vitamine C?

a)

Ascorbinezuur

b)

Pantotheenzuur

c)

Pyridoxine

8.

Sporter drinkt 350ml vocht. Na training (zonder toiletbezoek), weegt zij 0,4kg minder. Hoeveel vocht moet zij drinken?

a)

750ml

b)

2000ml

c)

1125ml

9.

Wat zegt professor dr. Katan over het belang van het eten van fruit?

a)

Dat dit essentieel is voor de vitamines

b)

Met name belangrijk om te voorkomen dat je slechtere keuzes maakt

c)

Dat je dit beter kunt vermijden vanwege de hoge hoeveelheid monosachariden

10.

Welke gegevens heb je nodig om de basaalstofwisseling te berekenen?

a)

Geslacht, lengte, gewicht en leeftijd

b)

Vetpercentage, lengte, gewicht en leeftijd

c)

Geslacht, spiermassa, lengte en leeftijd

11.

Bereken de basaalstofwisseling van Gerard (81kg, 178cm en 47 jaar).

a)

1545 kcal

b)

1761 kcal

c)

2028 kcal

12.

Welke voedingsmiddelen zijn uitermate geschikt als sportvoeding (dus vlak voor, tijdens en/of direct na inspanning)?

a)

Reep ontbijtkoek en glas limonade

b)

Volkorenboterham met pindakaas

c)

Bak kwark met havermout

13.

Welke lichamelijke aanpassingen ontstaan er door sporten?

a)

Je vetpercentage daalt en je wordt sneller

b)

Je krijgt meer spiermassa en wordt sterker

c)

Het vermogen om koolhydraten en vetten te verbranden verbetert

14.

In welke voedingsmiddelen zit veel vitamine E?

a)

Brood, groente en zuivel

b)

Fruit, vlees en peulvruchten

c)

Noten, oliën en groentes

15.

Wat is het kenmerk van hypotonie drank?

a)

Bevat verhoudingsgewijs minder deeltjes dan vocht in het lichaam

b)

Bevat verhoudingsgewijs evenveel deeltjes als vocht in het lichaam

c)

Bevat verhoudingsgewijs meer deeltjes dan vocht in het lichaam

16.

Waar moet iemand met een vegetarische voedingspatroon op letten?

a)

Dat je eiwitcombinaties binnenkrijgt die een hoge biologische waarde hebben

b)

Dat je voldoende vis eet

c)

Dat je niet bij een steakhouse uit eten kan

17.

Eric (93kg) heeft een BMR van 1888 kcal en een staand beroep. Hij judoot 60 min per week. Hoeveel verbrandt hij op die dag?

a)

3587 kcal

b)

4368 kcal

c)

4723 kcal

18.

Welke combinatie van voedingsstoffen is het meest geschikt voor basisvoeding?

a)

Snelle koolhydraten en veel vezels

b)

Langzame koolhydraten en veel vezels

c)

Langzame koolhydraten en weinig vezels

19.

Nadine heeft een basaalmetabolisme van 1545 kcal en een energieverbruik van 2163 kcal. Wat voor soort werk doet zij?

a)

Staand werk

b)

Zittend werk met onderbrekingen

c)

Zittend werk zonder onderbrekingen

20.

Een sporter eet 2100 kcal, met 64 g vet, 17 g verzadigd vet, 212 g koolhydraten, 169 g eiwit. Welk advies zou je geven?

a)

Dat hij zuivel en vlees vaker vervangt door granen, groente en fruit

b)

Dat hij volle zuivel vervangt door magere zuivel

c)

Dat hij peulvruchten en fruit vervangt door mager vlees en schelpdieren