Free Printable Worksheets
Font size
More settings
Gisteren ... (barbecueën) ik in de tuin. (a)
Zij hebben ... (faxen). (a)
Hij heeft deo ... (sprayen). (a)
De rechercheurs werden ... (briefen). (a)
Hij ... (upgraden) vorige week zijn smartphone. (a)
Toen hij jong was, ... (volleyballen) hij op nationaal niveau. (a)
Heb jij haar naar links of rechts ... (swipen)? (a)
Mijn vader ... (leasen) een auto van het bedrijf. (a)
De hele stad heeft mee ... (recyclen). (a)
De trailer heeft me ... (teasen) om de film te gaan bekijken. (a)
View all
10 questions
Evaluación de diagnostico de Lengua
Worksheet
•
1st - 4th Grade
11 questions
Verbe être au conditionnel
3rd - 4th Grade
12 questions
Frans
1st - 12th Grade
Lutèce
4th - 12th Grade
Les aliments
2nd - 11th Grade
1st - 6th Grade
Repaso
4th Grade
QUIZZ SESSION
1st - 5th Grade