wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Immuniteit

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Het coronavaccin is verplicht

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Wat maakt je lichaam aan om het virus te verslaan?

a)

Chromosomen

b)

Bloedcellen

c)

Antistoffen

d)

Niks

3.

Een ander woord voor vaccineren is inenten.

a)

waar

b)

niet waar

4.
Waarom krijg je een vaccin?
a)
Omdat je niet kunt wachten op je eigen afweerstoffen
b)
Om een ziekte te voorkomen
5.
Als je niet langer gevoelig bent voor een ziekteverwekker, ben je...
a)
Beter
b)
Gezond
c)
Immuun
d)
Resistent
6.
Wat doet een witte bloedcel?
a)
O2 en CO2 vervoeren
b)
Ziekteverwekkers aanvallen
c)
Deze zijn paars
7.

Een antistof werkt op meerdere soorten ziekteverwekkers

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Bij een vaccinatie worden er verzwakte of dode ziekteverwekkers binnengebracht zodat je witte bloedcellen afweerstoffen gaan maken.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Bacteriën en virussen zijn voorbeelden van ziekteverwekkers

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Wat is de juiste volgorde?


1: Witte bloedcellen die antistof maken gaan zich snel delen . Er komen veel antistoffen in het bloed.

2. Ziekteverwekker komt in je lichaam

3. Vreetcellen sluiten gekoppelde ziekteverwekkers in en verteren ze.

4. Witte bloedcel type 2 maken passende antistoffen

5. Antistoffen koppelen ziekteverwekkers aan elkaar.

a)

3 - 5 - 4 - 1 - 3

b)

2 - 4 - 5 - 1 - 3

c)

2 - 4 - 1 - 5 - 3

d)

2 - 1 - 4 - 3 - 5

11.

Wat zijn antistoffen?

a)

Lichaamsvreemde stoffen

b)

Ziekteverwekkers

c)

Een soort organisme

d)

Een stofje wat door witte bloedcellen wordt gemaakt

12.

Waar bevinden zich witte bloedcellen?

a)

In de bloedvaten

b)

In de bloedvaten en daarbuiten

c)

In de darmen

d)

Tussen de organen

13.

Natuurlijk immuniteit is...

a)

wanneer je natuurlijke antistoffen ingespoten krijgt

b)

wanneer je kunstmatige antistoffen ingespoten krijgt

c)

wanneer je zelf natuurlijke antistoffen maakt

d)

wanneer je zelf kunstmatige antistoffen maakt

14.

Corona is een

a)

infectie

b)

bacterie

c)

virus

d)

antistof

15.

Een antistof kan zich hechten aan verschillende ziekteverwekkers

a)

Waar, antistoffen werken op verschillende antigenen

b)

Niet waar, antistoffen werken op slechts één type lichaamsvreemde stof

c)

Waar, antistoffen werken op een groep van dezelfde antigenen

d)

Niet waar, dit is niet de functie van antistoffen

16.

Een vaccin bevat dode of verzwakte ziekteverwekkers

a)

Waar

b)

Niet waar