wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 toetsvoorbereiding H2, Grote natuurlandschappen op aarde

Total questions: 61

Worksheet time: 2hrs 33mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat het rode lijn voor in een klimaatgrafiek?

a)

Gemiddelde neerslag

b)

Gemiddelde temperatuur

c)

Gemiddelde inwoners

d)

Geen van de antwoorden is juist.

2.

In welk landschap kom je de eerste bomen tegen als je vanaf de noordpool naar het zuiden gaat?

a)

Toendra

b)

Taiga

c)

Gemengdbos

d)

Tropisch regenwoud

3.

In welk landschap valt het meeste neerslag en in welk landschap valt het minst neerslag?

a)

Meest: gemengd bos, Minst: Poolgebied

b)

Meest: Savanne, Minst: Woestijn

c)

Meest: Tropisch regenwoud, Minst: Taiga

d)

Meest: Tropisch regenwoud, Minst: Woestijn

4.

In welk landschap komt permafrost voor?

a)

Taiga

b)

Toendra

c)

Savanne

d)

Woestijn

5.

Welk landschap zien we op de afbeelding?

a)

Toendra

b)

Taiga

c)

Tropisch regenwoud

d)

Woestijn

6.

Welk landschap zien we op de afbeelding?

a)

Taiga

b)

Savanne

c)

Toendra

d)

Tropisch regenwoud

7.

Waar komen naaldbomen voor?

a)

Toendra

b)

Taiga

c)

Poolgebied

d)

Savanne

8.

Bij welk landschap horen de volgende kenmerken?

Grassen, mossen en lage struikes

Geen bomen

Bewoonde delen van Groenland

Permafrost

a)

Savanne

b)

Taiga

c)

Toendra

d)

Steppe

9.

Waar wonen de Inuit?

a)

Canada

b)

Groenland

c)

Rusland

d)

Japan

10.

De poolcirkel bevindt zich op....?

a)

Hoge breedte

b)

Lage breedte

11.

Op de toendra wordt het nooit warmer dan .... graden. Welk getal hoort daar?

a)

2

b)

10

c)

14

d)

22

12.

Wat is de goede volgorde van begroeiing als je van de evenaar naar de polen reist?

a)

Tropisch regenwoud - loofbomen - Taiga

b)

Taiga - Savanne - Loofbomen Tropisch regenwoud

c)

Loofbomen - Tropisch regenwoud - Taiga

13.

In de zomer is een toendra...

a)

Drassig

b)

Droog

c)

Overstroomt

d)

Besneeuwd

14.

Waarom is de poolcirkel zo koud?

a)

De zonnestralen vallen overwegend schuin in

b)

De zonnestralen vallen overwegend recht in

15.

Wat voor soort gebergte zijn de Alpen?

a)

Hooggebergte

b)

Middelgebergte

c)

Laaggebergte

d)

Heuvelland

16.

Wanneer komen er veel toeristen naar het Lotschental (Alpen)?

a)

Zomer

b)

Winter

c)

Nooit

17.

Wanneer er zowel in de zomer als in de winter toeristen komen spreken we van een (a)  

18.
De plek waar de zon recht instraalt en een klein oppervlak verwarmt is de......
a)
Hoge breedte
b)
Lage breedte
19.

Wat is de goede volgorde?

a)

Loofboomgrens, rotsgrens, alpenweide, naaldboomgrens

b)

Loofboomgrens, naaldboomgrens, alpenweide, rotsgrens

c)

Naaldboomgren, rotsgrens, loofboomgrens, alpenweide

d)

Rotsgrens, alpenweide, naaldboomgrens, loofboomgrens

20.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
21.
Een klimaat waarin de tempratuur altijd hoger is dan 18 graden en het hele jaar door veel regen valt.
a)
Woestijnklimaat
b)
Tropisch regenwoudklimaat
c)
Steppeklimaat
d)
Middellands zeeklimaat
22.

Een ander woord voor reliëf is

a)

Hoogte in het landschap

b)

Hoogvlakte in het landschap

c)

Hoogteligging in het landschap

d)

Hoogteverschil in het landschap

23.
Wanneer is iets hooggebergte?
a)
Als de meeste toppen boven de 500meter zijn
b)
Als de meeste toppen boven de 1000 meter zijn
c)
Als de meeste toppen boven de 1500 meter zijn
d)
Als de meeste toppen boven de 2500 meter zijn
24.

Welk landschap past het best bij deze klimaatgrafiek?

a)

Woestijn

b)

Steppe

c)

Tropisch regenwoud

25.

Welk landschap past het best bij deze klimaatgrafiek?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Woestijn

c)

Steppe

26.

Waar in Australië liggen de grote steden?

Geef de locatie aan en de goede windrichting

a)

In het binnenland

b)

Aan de kust

c)

Zuidoosten

d)

Noordoosten

27.

In het tropisch regenwoud is de bevolkingsdichtheid ........

a)

Hoog

b)

Laag

28.

Als er veel koeien op een klein gebied staan gaat het over

a)

Extensieve veeteelt

b)

Intensieve veeteelt

29.

Hier gaat het om

a)

Extensieve veeteelt

b)

Intensieve veeteelt

30.

Hier gaat het om

a)

Intensieve veeteelt

b)

Extensieve veeteelt

31.

Wat is de goede volgorde horende bij stijgingsregen:

1. Neerslag

2. Opwarming (verdamping)

3. Condenseren

4. Opstijgen

a)

2-4-3-1

b)

3-2-4-1

c)

2-1-4-3

d)

2-3-4-1

32.

Wat hoort hierbij?

a)

Extensieve veeteelt

b)

Intensieve veeteelt

33.

Geef aan juist of onjuist:

Als de biodiversiteit in een gebied hoog is zijn er weinig dieren

a)

Onjuist

b)

Juist

34.

Wat groeit het hoogst op de berg?

a)

Loofbomen

b)

Naaldbomen

35.

Hier hebben we te maken met een....

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

36.

Hier hebben we te maken met een....

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

37.
Meridianen lopen van pool tot pool. Deze zin is....
a)
Juist
b)
Onjuist
38.

Waar liggen de tropische regenwouden?

a)

Op lage breedte

b)

Op hoge breedte

39.

Hoe heet het als de bodem steeds bevroren is?

(a)  

40.

Hoe heten grote ijsmassa's in de bergen?

(a)  

41.

Dit landschap komt voor in de...

a)

Polaire zone

b)

Gematigde zone

c)

Subtropische zone

d)

Tropische zone

e)

Boreale zone

42.

Dit landschap komt voor in de...

a)

Boreale zone

b)

Polaire zone

c)

Subtropische zone

d)

Aride zone

e)

Tropische zone

43.

Dit landschap komt voor in de...

a)

Boreale zone

b)

Polaire zone

c)

Subtropische zone

d)

Aride zone

e)

Tropische zone

44.

Waarom is het in de buurt van de evenaar warmer dan op de Noordpool?

a)

de evenaar ligt dichterbij de zon

b)

De zonnestralen zijn krachtiger op de evenaar

c)

De zonnestralen vallen loodrecht in op de evenaar

d)

De zonnestralen hoeven een kortere weg door de atmosfeer af te leggen bij de evenaar

45.

Bekijk de schaduwen en de hoek van de zonnestralen. Welk plaatje past bij een plek in de tropen? (leerdoel 2)

a)

Plaatje 1

b)

Plaatje 2

c)

Plaatje 3

46.

Wat verandert er als je van de savanne naar de steppe gaat.

a)

Er valt meer regen en de temperatuur is hoger

b)

Er valt minder regen en de temperatuur is lager

c)

Er valt minder regen en de temperatuur is hoger

d)

Er valt net zoveel regen en de temperatuur is hetzelfde

47.

Wat is een oase? En welk klimaatzone komt die voor?

a)

Plek waar bomen groeien midden in de savanne

b)

Plek met water en bomen midden in de toendra

c)

Plek met bomen en water midden in de woestijn

d)

Plek met water en struiken midden in de woestijn

48.

Wat is het klimaat met de meeste hoeveelheid neerslag uit het onderstaand rijtje?

a)

Woestijnklimaat

b)

Steppeklimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Weet ik niet

49.

Welk landschap zie je op de afbeelding?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Woestijn

50.

Waterdruppels veranderen in waterdamp

a)

Condenseren

b)

Infiltratie

c)

Verdamping

51.

Waterdamp verandert in waterdruppels

a)

Condenseren

b)

Infiltratie

c)

Verdamping

52.

Welk landschap zie je op de afbeelding?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Woestijn

53.

Dit zijn nomaden, kies het juiste woord dat hierbij past

a)

Intensieve veeteelt

b)

Extensieve veeteelt

54.

Dit zijn nomaden, op welke landschappen zie je deze volken (2 landschappen)

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Tropisch regenwoud

d)

Woestijn

55.

Hier zien we landbouw in Afrika.

Bij welk landschap past dit?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Woestijn

56.

Wat wordt er verbouwd op plantages?

a)

Cacao, Koffie, Thee

b)

Graan, Maïs, Gerst

57.

Welk landschap hoort bij het klimaatdiagram hiernaast?

a)

savanne

b)

steppe

c)

woestijn

d)

toendra

58.

Welk landschap hoort bij het klimaatdiagram hiernaast?

a)

tropisch regenwoud

b)

toendra

c)

steppe

d)

savanne

59.

De rode lijn geeft .. weer.

a)

De temperatuur

b)

De neerslag

60.

Bij welk landschap past deze klimaatdiagram?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Woestijn

c)

Toendra

d)

Taiga

61.

Heeft dit landschap veel of weinig plantengroei, je kunt het halen uit de temperatuur en neerslag die te zien zijn in de grafiek.

a)

Veel

b)

Weinig