wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aardrijkskunde De Geo VMBO-KGT 1 HF 2.1 en 2.2

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Mensen wonen graag bij elkaar op 1 plek, dit noem je een:

a)

Woonwijk

b)

Nederzetting

c)

Voorziening

d)

Winkelcentrum

2.

Een grote nederzetting noemen we een:

a)

Dorp

b)

Woonwijk

c)

Stad

d)

Bedrijventerrein

3.

Buiten het centrum liggen de __________. Deze zijn soms weer verdeeld in buurten.

a)

Binnenstad

b)

Dorpen

c)

Stadscentrum

d)

Woonwijken

4.

Dit gedeelte is herkenbaar aan oude gebouwen, kerken en nauwe, smalle straatjes.

a)

De binnenstad

b)

De woonwijken

c)

De bedrijventerreinen

d)

De polders

5.

Een stad met vastgegroeide voorsteden heet een:

a)

Woonwijk

b)

Agglomeratie

c)

Stadscentrum

d)

Nederzetting

6.

Dit is het groeien van steden (we noemen het ook verstedelijking):

a)

Welvaart

b)

Emigratie

c)

Mobiliteit

d)

Urbanisatie

7.

Door de groei van de welvaart werden de huizen groter. Mensen kochten ook auto's. Vanaf welk jaar is dit?

a)

1870

b)

1945

c)

1900

d)

1970

8.

In de stad werd het steeds drukker, veel mensen gingen buiten de stad wonen. Dit heet:

a)

Suburbanisatie

b)

Welvaart

c)

Verstedelijking

d)

Migratie

9.

Oude, kleine woningen zijn goedkoper dan nieuwe, grote woningen.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

In nieuwere wijken wonen mensen met lagere inkomens.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Na 1870 trokken veel mensen van het land richting de stad om daar te gaan wonen. Dat kwam door:

a)

Winkels in de stad

b)

Fabrieken in de stad

c)

Familie in de stad

d)

Minder druk in de stad

12.

Het gemak waarmee iemand zich kan verplaatsen noemen:

a)

Welvaart

b)

Urbanisatie

c)

Mobiliteit

d)

Immigratie