wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 8.2 Check 4 Havo

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze afbeelding

a)

de sociale kwestie

b)

de industriële revolutie en de opkomst van de industriële samenleving

c)

de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionnalisme en feminisme

d)

democratische revoluties

2.

Het ​ (a)   is een stroming waar vrijheid centraal staat. In het socialisme staat ​ (b)   centraal, en wordt gestreden voor de positie van de ​ (c)   . Het ​ (d)   wil juist zo veel mogelijk hetzelfde houden.

Choose from the below words
liberalisme
gelijkheid
arbeider
conservatisme
socialisme
nationalisme
feminisme
vrijheid
fabriekseigenaar
3.

Met het Congres van Wenen probeerde de grote mogendheden na de overwinning op Napoleon de oude orde te herstellen.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

De liberalen steunden veel verlichtingsidealen. Welke van de onderstaande opvattingen horen bij de deze stroming. (meerder antwoorden)

a)

Voor de wet is iedereen gelijk

b)

De macht van de koning dient niet te worden beperkt.

c)

De regering is ondergeschikt aan de volksvertegenwoordiging.

d)

Burgerrechten dienen in een grondwet te worden opgenomen

e)

Iedereen heeft recht op een gelijk bezit

5.

Welke beweringen zijn juist?

a)

Nationalisme is het streven naar een natie staat.

b)

Nationalisme is het streven naar een grootmacht.

c)

Nationalisme is voorliefde voor de eigen staat.

d)

Nationalisme is de voorliefde voor het eigen volk.

6.

Wat maakt een volk tot een volk?

a)

Een gemeenschappelijk land, gemeenschappelijke taal, gemeenschappelijke wetten.

b)

Een gemeenschappelijk cultuur, gemeenschappelijke taal, gemeenschappelijke wetten.

c)

Een gemeenschappelijk land, gemeenschappelijke taal, gemeenschappelijke geschiedenis.

d)

Een gemeenschappelijke cultuur, gemeenschappelijke taal, gemeenschappelijke geschiedenis.

7.
Een kernbegrip bij het liberalisme is gelijkheid.
a)
Goed
b)
Fout
8.

Check 8.1:

In Engeland waren rijke ​ ​ (a)   ​ die winst wilde maken en geld staken in ​ ​ (b)  

Choose from the below words
ondernemers
machines
fabrieken
arbeiders
steenkool
revolutie
9.

Check 7.1:

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren

b)

Geleerden vinden dat kerkleiders de mensen dom en onwetend houden

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving werd bestuurd

10.

Check 7.3:

Wat maakte Amerika bijzonder na de Onafhankelijkheidsoorlog?

(Selecteer 2)

a)

Amerika werd het eerste land met een president.

b)

Amerika werd het eerste land die in 1783 de slavernij afschafte.

c)

Amerika ging zelf thee maken.

d)

Amerika werd een democratie.

11.

Check 6.3:

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie