wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 2 - H10 - Bloedsomloop en uitscheiding

Total questions: 115

Worksheet time: 2hrs 42mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet bloedvat 1?

(a)  

2.

Hoe heet bloedvat 2?

(a)  

3.

Hoe heet bloedvat 3?

(a)  

4.

Hoe heet bloedvat 4?

(a)  

5.

Hoe heet bloedvat 5?

(a)  

6.

Hoe heet deel A?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

7.

Hoe heet deel B?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

8.

Hoe heet deel C?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

9.

Hoe heet deel D?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

10.

Met welk nummer worden de hersenhaarvaten weergegeven?

(a)  

11.

Met welk nummer wordt de halsader weergegeven?

(a)  

12.

Met welk nummer wordt de armader weergegeven?

(a)  

13.

Met welk nummer wordt de bovenste holle ader weergegeven?

(a)  

14.

Met welk nummer worden de leverhaarvaten weergegeven?

(a)  

15.

Met welk nummer wordt de onderste holle ader weergegeven?

(a)  

16.

Met welk nummer wordt de leverader weergegeven?

(a)  

17.

Met welk nummer wordt de poortader weergegeven?

(a)  

18.

Met welk nummer wordt de nierader weergegeven?

(a)  

19.

Met welk nummer worden de nierhaarvaten weergegeven?

(a)  

20.

Met welk nummer worden de beenhaarvaten weergegeven?

(a)  

21.

Met welk nummer wordt de beenader weergegeven?

(a)  

22.

Met welk nummer wordt de beenader weergegeven?

(a)  

23.

Met welk nummer wordt de halsslagader weergegeven?

(a)  

24.

Met welk nummer wordt de armhaarvaten weergegeven?

(a)  

25.

Met welk nummer wordt de longslagader weergegeven?

(a)  

26.

Met welk nummer worden de longhaarvaten weergegeven?

(a)  

27.

Met welk nummer wordt de longader weergegeven?

(a)  

28.

Met welk nummer wordt de aorta weergegeven?

(a)  

29.

Met welk nummer wordt de leverslagader weergegeven?

(a)  

30.

Met welk nummer worden de darmhaarvaten weergegeven?

(a)  

31.

Met welk nummer wordt de darmslagader weergegeven?

(a)  

32.

Met welk nummer wordt de nierslagader weergegeven?

(a)  

33.

Met welk nummer wordt de beenslagader weergegeven?

(a)  

34.

Geef de naam van bloedvat 1

(a)  

35.

Geef de naam van bloedvat 2

(a)  

36.

Geef de naam van bloedvat 3

(a)  

37.

Geef de naam van bloedvat 4

(a)  

38.

Geef de naam van bloedvat 5

(a)  

39.

Geef de naam van bloedvat 6

(a)  

40.

Geef de naam van bloedvat 7

(a)  

41.

Geef de naam van bloedvat 8

(a)  

42.

Geef de naam van bloedvat 9

(a)  

43.

Geef de naam van bloedvat 10

(a)  

44.

Geef de naam van bloedvat 11

(a)  

45.

Geef de naam van bloedvat 12

(a)  

46.

Geef de naam van bloedvat 13

(a)  

47.

Geef de naam van bloedvat 14

(a)  

48.

Geef de naam van bloedvat 15

(a)  

49.

Geef de naam van bloedvat 16

(a)  

50.

Geef de naam van bloedvat 17

(a)  

51.

Geef de naam van bloedvat 18

(a)  

52.

Geef de naam van deel 19

(a)  

53.

Geef de naam van deel 20

(a)  

54.

Geef de naam van deel 21

(a)  

55.

Geef de naam van deel 22

(a)  

56.

Hoe heet het bloedvat dat zuurstofrijk bloed naar de nier vervoert?

(a)  

57.

Hoe heet een bloedvat in hersenen waar zuurstof uitgaat naar de cellen toe?

(a)  

58.

Hoe heet het bloedvat in de hals dat bloed met veel CO2 naar het hart vervoert?

(a)  

59.

Hoe heet het bloedvat dat bloed uit het o.a. het hoofd en de armen naar het hart vervoert?

(a)  

60.

Hoe heet een bloedvat in de lever waar CO2 in het bloed wordt opgenomen ?

(a)  

61.

Hoe heet het bloedvat dat bloed uit o.a. de romp en de benen naar het hart vervoert?

(a)  

62.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel CO2 uit de darmen en de lever naar het hart vervoert?

(a)  

63.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel CO2 en voedingsstoffen uit de darmen naar de lever vervoert?

(a)  

64.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel CO2 uit de nieren naar het hart vervoert?

(a)  

65.

Hoe heet een bloedvat in de nier waar afvalstoffen uit het bloed wordt gehaald?

(a)  

66.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel afvalstoffen uit de benen naar het hart vervoert?

(a)  

67.

Hoe heet een bloedvat in een been waar glucose uit het bloed wordt opgenomen?

(a)  

68.

Hoe heet een bloedvat in de hersenen waar glucose uit het bloed wordt opgenomen?

(a)  

69.

Hoe heet een bloedvat in een arm waar voedingsstoffen uit het bloed worden opgenomen?

(a)  

70.

Hoe heet een bloedvat in de longen waar CO2 uit het bloed gaat en waar zuurstof in het bloed wordt opgenomen?

(a)  

71.

Groot bloedvat met zuurstofrijk bloed, dat bloed van de longen naar het hart vervoert ...

(a)  

72.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar het hoofd vervoert?

(a)  

73.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar een arm vervoert?

(a)  

74.

Hoe heet het bloedvat dat bloed bevat met veel zuurstof en voedingsstoffen en dat ontspringt uit de linker hartkamer?

(a)  

75.

Hoe heet het bloedvat dat behoort tot de kleine bloedsomloop en ontspringt uit de rechter hartkamer?

(a)  

76.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar de lever vervoert?

(a)  

77.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar de darmen vervoert?

(a)  

78.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar een nier vervoert?

(a)  

79.

Hoe heet het bloedvat dat bloed met veel zuurstof en voedingsstoffen naar een been vervoert?

(a)  

80.

In de afbeelding is een deel van een ECG te zien.

Welke letter(s) geeft of geven de boezemsystole weer?

a)

P

b)

QRS

c)

T

81.

In de afbeelding is een deel van een ECG te zien.

Welke letter(s) geeft of geven de kamersystole weer?

a)

P

b)

QRS

c)

T

82.

Op de afbeelding is een ECG te zien.

Hoeveel hartslagen zijn hier weergegeven?

(Alleen een getal typen.)

(a)  

83.

Wat is de stand van de kleppen tijdens de boezemsystole?

a)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen open

b)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen dicht

c)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen open

d)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen dicht

84.

Wat is de stand van de kleppen tijdens de kamersystole?

a)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen open

b)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen dicht

c)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen open

d)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen dicht

85.

Wat is de stand van de kleppen tijdens de diastole?

a)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen open

b)

Halvemaanvormige kleppen open;

Hartkleppen dicht

c)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen open

d)

Halvemaanvormige kleppen dicht;

Hartkleppen dicht

86.

Met welk nummer wordt een witte bloedcel aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

87.

Met welk nummer wordt een rode bloedcel aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

88.

Met welk nummer wordt een bloedplaatje aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

89.

Met welk nummer wordt bloedplasma aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

90.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat het grootste deel van het zuurstof vervoert?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

91.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat het grootste deel van de koolstofdioxide vervoert?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

92.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat voedingsstoffen vervoert?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

93.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat afvalstoffen vervoert?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

94.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat een rol speelt bij de afweer tegen ziekteverwekkers?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

95.

Met welk nummer wordt het deel aangegeven dat veel hemoglobine bevat?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

96.

Met welke twee nummers worden de delen aangegeven die een rol spelen bij de bloedstolling?

a)

1 en 4

b)

2 en 4

c)

3 en 4

97.

Over impulsgeleiding

Hoe heet deel 1 op de afbeelding?

(a)  

98.

Boezemsystole.

Welk deel geeft een impuls af?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

99.

Met welk nummer wordt de nierschors aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

100.

Met welk nummer wordt het deel van de nier aangegeven waar het bloed gefilterd wordt?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

101.

Met welk nummer wordt het niermerg aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

102.

Met welk nummer wordt het deel van de nier aangegeven waar stoffen teruggeven worden aan het bloed?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

103.

Met welk nummer wordt het nierbekken aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

104.

Met welk nummer wordt het deel van de nier aangegeven waarin de urine verzameld wordt?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

105.

Met welk nummer wordt de nierslagader aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

106.

Met welk nummer wordt de nierader aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

107.

Met welk nummer wordt de urineleider aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

108.

Met welk nummer wordt de urineleider aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

109.

Met welk nummer wordt de urineblaas

aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

110.

Met welk nummer wordt de urinebuis

aangegeven?

(alleen een getal invoeren)

(a)  

111.

Het bloedplasma van een persoon met bloedgroep A bevat antistoffen tegen bloedfactor:

a)

A

b)

B

c)

B en AB

d)

B, AB en 0

112.

Iemand heeft bloedgroep B. Hij heeft dringend een bloedtransfusie nodig, maar er is geen bloed van bloedgroep B beschikbaar. Wat mag in noodgevallen gegeven worden?

a)

Bloedgroep 0

b)

Bloedgroep A

c)

Bloedgroep AB

d)

Bloedgroep AB of bloedgroep 0

113.

Iemand heeft bloedgroep A+. Hij heeft dringend een bloedtransfusie nodig, maar er is geen bloed van bloedgroep A+ beschikbaar. Wat mag in noodgevallen gegeven worden?

a)

Bloedgroep B+

b)

Bloedgroep AB+

c)

Bloedgroep 0-

114.

Het bloedplasma van een persoon met bloedgroep B bevat antistoffen tegen bloedfactor:

a)

A

b)

B

c)

A en AB

d)

A, AB en 0

115.

Het bloedplasma van een persoon met bloedgroep 0 bevat antistoffen tegen bloedfactor:

a)

A

b)

B

c)

A en B

d)

A, B en AB