wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Procenten en verhoudingstabellen

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel is 23% van 245 ? (gebruik je rekenmachine)

a)

55,2

b)

55,67

c)

56,35

d)

56,55

2.

Kees krijgt 15% korting op een broek van 88 euro. Hoeveel euro korting heeft hij nu gekregen?

a)

13,20 euro

b)

12,30 euro

c)

13,56 euro

d)

12,88 euro

3.

Hoeveel procent is 37 van 256 ? (gebruik je rekenmachine)

a)

ongeveer 14,5%

b)

ongeveer 15,1%

c)

ongeveer 13,9%

d)

ongeveer 16,1%

4.

Welke uitspraak is waar?

a)

Dit is een rechtevenredige verhoudingstabel

b)

Dit is een omgekeerd evenredige verhoudingstabel

c)

Dit is geen verhoudingstabel

d)

Dit is een ander soort tabel

5.

Welke uitspraak is waar?

a)

Dit is een verhoudingstabel van een rechtevenredig verband

b)

Dit is een verhoudingstabel van een omgekeerd evenredig verband

c)

De grafiek van dit verband is een rechte lijn

d)

Dit is geen verhoudingstabel

6.

Welke uitspraak is waar?

a)

De grafiek van dit verband gaat door het punt (0,0)

b)

Dit is een verhoudingstabel van een recht evenredig verband

c)

Dit is verhoudingstabel van een omgekeerd evenredig verband

d)

Dit is geen verhoudingstabel

7.

Chiara gebruikt een recept voor 4 personen. Volgens dat recept heeft ze 2 eieren nodig. Hoeveel eieren heeft ze nodig voor 30 personen?

a)

14 eieren

b)

15 eieren

c)

16 eieren

d)

geen heel aantal eieren

8.

Verband 1: het aantal euro's dat je kan omwisselen tegen Britse ponden

Verband 2: het aantal uren dat je wandelt en je wandelsnelheid

Welke bewering is waar?

a)

1 en 2 zijn rechtevenredige verbanden

b)

1 en 2 zijn omgekeerd evenredige verbanden

c)

verband 1 is rechtevenredig en verband 2 is omgekeerd evenredig

d)

verband 1 is omgekeerd evenredig en verband 2 is rechtevenredig

9.

7 appels kosten 2,78 euro. Hoeveel kosten 29 appels (gebruik je rekenmachine en rond af op 2 decimalen)

a)

11,52 euro

b)

11,67 euro

c)

11, 68 euro

d)

11,53 euro

10.

Welke antwoorden zijn goed (zowel a als b)

a)

a: 360

b: 450

b)

a: 360

b: 500

c)

a: 350

b: 450

d)

a: 350

b: 500