wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 (Grenzen en identiteit)

Total questions: 51

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Door de Europese Unie zijn de grenzen ............. geworden.

a)

Zachter

b)

Harder

c)

Natuurlijker

d)

Territorialer

e)

Kunstmatiger

2.

Met welke van de onderstaande begrippen heeft identiteit het minst te maken?

a)

Economie

b)

Politiek

c)

Sociaal en cultureel

3.

Wat is geen onderdeel van cultuur?

a)

Ongeveer de helft van Nederland is gelovig

b)

Bij het inburgeren moet de Nederlandse taal z.s.m. worden geleerd.

c)

Tijdens Koningsdag kleurt Nederland oranje

d)

Meer dan een miljoen mensen werken rondom de haven van Rotterdam

4.

Het spreken van een dialect past het beste bij...

a)

Regionalisme

b)

Mentaliteit

c)

Identiteit

d)

Insluiting

e)

Lokalisme

5.

Stelling 1: De rivier de Maas is de kunstmatige grens tussen

Nederland en België.

Stelling 2: Doordat Nederland en België veel samenwerken, hebben ze dezelfde identiteit.

a)

1 = juist 2 = onjuist

b)

1 = onjuist 2 = juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

6.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:

Het recht van een land om binnen zijn territorium bescherming te bieden aan mensen die in een ander land worden vervolgd.

a)

Asiel

b)

Vluchteling

c)

Migrant

7.

Aan welke zijde van Europa gebeurd dit?

a)

Noordgrens

b)

Zuidgrens

c)

Oostgrens

d)

Westgrens

8.

Wat zijn open grenzen?

a)

Een grens tussen landen.

b)

Een scheidingslijn.

c)

Een grens die makkelijk te passeren is.

d)

Een grens die moeilijk te passeren is.

9.

Een regio die gericht is op werk en inkomen?

a)

Bestuurlijke regio

b)

Landschappelijk regio

c)

Economische regio

d)

Culturele regio

10.

Wanneer is er sprake van ontgrenzing

a)

Als het een gesloten grens is.

b)

Als je langs een grenzenpost moet.

c)

Als grenzen vervagen of zelfs geheel verdwijnen.

11.

Waar of niet waar?

In Europa is er sprake (geweest) van ontgrenzing.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Let op! Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

De Berlijnse Muur en de Chinese Muur zijn voorbeelden van ...

a)

Harde, gesloten grenzen

b)

Open, zachte grenzen

c)

Kunstmatige grenzen

d)

Natuurlijke grenzen

13.

Bij .... is de woonplaats het enige wat telt.

a)

Regionalisme

b)

Lokalisme

c)

Nationalisme

14.

Wat is uitsluiting?

a)

Geaccepteerd worden.

b)

Verdraagzaamheid.

c)

Niet geaccepteerd worden.

15.

Waar of niet waar?

De identiteit is wat eigen is aan een persoon.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Oorzaak: De invloeden van de stad hebben langzaam het platteland bereikt. Wat is het gevolg?

a)

De mensen in de stad gaan meer naar het platteland.

b)

Op het platteland zijn ze meer gaan leven als in de stad.

17.

Wat zijn natuurlijke grenzen?

a)

Grenzen die op natuurlijke wijze ontstaan.

b)

Een rivier

c)

Een berg

d)

Een muur

18.

Wat is participatie?

a)

Actief deelnemen aan iets.

b)

Betrokken zijn bij iets.

c)

De mate waarin mensen contact hebben met elkaar.

19.

Waar of niet waar?

Nederland heeft een pluriforme samenleving.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Je spreekt van regionalisme als

a)

mensen de nationale identiteit belangrijker vinden.

b)

mensen de regionale identiteit belangrijker vinden.

c)

mensen de lokale identiteit belangrijker vinden.

d)

mensen de internationale identiteit belangrijker vinden.

21.

Een ander woord voor tolerantie is:

a)

insluiting

b)

uitsluiting

c)

verdraagzaamheid

d)

omarming

22.
Wat voor soort grens is dit?
a)
Natuurlijke grens
b)
Kunstmatige grens
23.
Wat voor soort grens is dit?
a)
Natuurlijke grens
b)
Kunstmatige grens
24.

Waar zijn de grenzen binnen de Eu een voorbeeld van?

a)

Open Grenzen

b)

Natuurlijke grenzen

c)

Gesloten grenzen

25.

Wat voor soort grens zie je op de foto?

a)

Kunstmatige grens

b)

Natuurlijke grens

26.

Wat voor soort grens zie je op de foto?

a)

Harde (gesloten) grens

b)

Zachte (open) grens

27.

Wat voor soort grens zie je op de foto?

a)

Harde (gesloten) grens

b)

Zachte (open) grens

28.

Waar of niet waar?

Harde (gesloten) grenzen liggen vast en zijn duidelijk zichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Waar of niet waar?

Zachte (open) grenzen liggen vast en zijn duidelijk zichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Wat zijn kenmerken van leefbaarheid?

a)

De aanwezigheid van speeltuintjes en parken.

b)

Een schone en veilige woonomgeving.

c)

De bereikbaarheid van een wijk.

d)

De aanwezigheid van winkels.

31.

Wat is de hoofdstad van de Europese Unie?

a)

Amsterdam

b)

Brussel

c)

Berlijn

32.

Welke regio wil zich van Spanje afscheiden?

a)

Catalonie

b)

Bretagne

c)

Wallonie

33.

Wat betekent soevereiniteit?

a)

Je willen afscheiden van een land

b)

Andere landen morgen niet zomaar beslissen wat er in een ander land gebeurt

c)

Gemeenschappelijke kenmerken hebben met een groep mensen in een land

34.

Wat houdt ontkerkelijking in?

a)

Mensen behoren niet langer tot een bepaalde kerk

b)

Kerken worden afgebroken

c)

Kerken worden verboden

35.

Wat betekent verstedelijking?

a)

Steden verpauperen

b)

Steden worden onleefbaar

c)

Een steeds groter percentage mensen woont in een stedelijk gebied

36.

De strijd om onafhankelijkheid van Baskenland in Spanje is een voorbeeld van

a)

Culturele identiteit

b)

Ruimtelijke segregatie

c)

Separatisme

37.

Op dit plaatje van Sao Paolo zie je een voorbeeld van

a)

Integratie

b)

Ruimtelijke segregatie

c)

Separatisme

38.

Wat betekent de term russificatie?

a)

Rusland wil in een bepaald een gebied de Russische taal en cultuur bevorderen en neemt daar maatregelen voor

b)

Rusland wil bepaald gebied annexeren/toe eigenen

c)

Russen die binding met de Russische identiteit verliezen

39.

Rusland kent verschillende grote problemen. Een economisch probleem wat Rusland heeft is

a)

Kleine steden

b)

Weinig industrie

c)

Gebrek aan ijsvrije havens

40.

Wat is de belangrijkste reden dat vrouwen in Rusland veel ouder worden dan mannen?

a)

Alcoholisme onder mannen

b)

Mannen lopen groot gevaar in het leger

c)

Vrouwen hoeven niet te werken

41.

Waarom wordt het noordpoolgebied steeds belangrijker?

a)

Het is een groot gebied wat nog geen eigendom is van andere landen

b)

Er wonen steeds meer mensen

c)

Door opwarming van de aarde is het gebied beter bevaarbaar en de grondstoffen makkelijker te winnen

42.

Belangrijke onderdelen van een cultuur zijn:

a)

taal, godsdienst, haarkleur en muziek

b)

godsdienst, huidskleur, taal en sport

c)

godsdienst, taal, kleding, eten en drinken

d)

taal, diffusie, godsdienst en sport

43.

Het streven om alle inwoners van Rusland op te laten gaan in één groep met één taal en één cultuur. Welk begrip?

a)

Unificatie

b)

Nationalisme

c)

Russificatie

d)

Cultuur

44.

In welke land wonen de meeste Russen buiten Rusland?

a)

VS

b)

Kazachstan

c)

Oekraine

d)

Oezbekistan

45.

Na de tweede wereldoorlog gingen een aantal Europese landen samenwerken. In welk jaar was dat?

a)

1945

b)

1949

c)

1951

d)

1955

46.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:

Het recht van een land om binnen zijn territorium bescherming te bieden aan mensen die in een ander land worden vervolgd.

a)

Asiel

b)

Vluchteling

c)

Migrant

47.

Aan welke zijde van Europa gebeurd dit?

a)

Noordgrens

b)

Zuidgrens

c)

Oostgrens

d)

Westgrens

48.

Met welke groep hebben de protestanten een conflict in Noord-Ierland?

(a)  

49.

Wat is een reden waarom de Britten een brexit willen?

a)

Ze willen geen Euro meer

b)

Ze willen geen open grenzen meer

c)

Ze willen weer een eigen regering

50.

Wie maakt de wetsvoorstellen in de Europese unie?

a)

Europese Commissie

b)

Europees Parlement

c)

Europese raad

51.

Wie keurt de wetten van de Europese unie goed?

a)

Europese Commissie & Europese raad

b)

Europese Raad & Europese comissie

c)

Europese Raad & Europees parlement

d)

Europese Commissie & Europees Parlement