wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 havo - thema 5

Total questions: 20

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.
Een persoon heeft een trage werkende schildklier. Wat gebeurt er met zo'n iemand? 
a)
Zo'n persoon word rusteloos
b)
Zo'n persoon vermagert sterk
c)
Bij zo'n persoon is de verbranding van cellen laag.
d)
Bij zo'n persoon is er veel verbranding van de cellen
2.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
3.
Welk hormoon produceren die bijnieren?
a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)
Geslachshormonen
4.
De oranje delen van de afbeelding geven aan:
a)
de bijnieren
b)
de alvleesklier
c)
de teelballen
d)
de schildklier
5.

In welk orgaan (of in welke organen) wordt het groeihormoon geproduceerd?

a)

in de bijnieren

b)

in de eierstokken

c)

in de hypofyse

d)

in de schildklier

e)

in de teelballen

6.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

7.

Waar worden oestrogenen & progesteron geproduceerd?

a)

eileider

b)

eierstok

c)

baarmoeder

d)

hypofyse

8.

Het hormoon dat het lichaam snel tot grote activiteit kan zetten (bijv. vluchten) wordt geproduceerd door:

a)

bijnieren

b)

schildklier

c)

hypofyse

d)

alvleesklier

9.

Endocriene klieren geven hormonen af aan holtes en aan de huid

a)

waar

b)

niet waar

10.

Een zenuwcel bestaat uit een aantal onderdelen. Nummer 2 is ..

a)

het cellichaam

b)

de korte uitloper

c)

de lange uitloper

d)

de celkern van het cellichaam

11.

Het zenuwstelsel bestaat uit meerdere organen. Het Centrale Zenuwstelsel bestaat uit ..

a)

De grote hersenen, de zenuwbanen en de kleine hersenen

b)

De grote hersenen, de kleine hersenen en het ruggenmerg

c)

De grote hersenen, de zenuwbanen en het ruggenmerg

d)

De grote hersenen, de hersenstam en de zenuwbanen

12.

De hypofyse wordt aangegeven met nummer ..

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.

Waar in het centrale zenuwstelsel word je je bewust van de prikkeling van een bepaald zintuig?

a)

de grote hersenen

b)

de kleine hersenen

c)

de hersenstam

d)

in het ruggenmerg

14.

welke drie soorten zenuwcellen zijn er?

(a)  

15.

het grijze stof bestaat vooral uit cellichamen

a)

juist

b)

onjuist

16.

de kleur van het witte stof wordt veroorzaakt door ....

a)

de dendrieten

b)

de axonen

c)

de synaps

d)

cellichamen

17.

In welke kant van het ruggenmerg worden gevoelszenuwcellen ontvangen?

a)

de rugzijde

b)

de buikzijde

c)

aan allebei kanten

18.

welk deel van het zenuwstelsel stimuleert de 'vecht-modus'?

a)

ortho-sympatisch deel

b)

para-sympathisch deel

19.

welk deel van het zenuwstelsel bedoelen we met de periferie?

a)

de grote hersenen

b)

de zenuwen buiten het Centrale deel

c)

het ruggenmerg

d)

de kleine hersenen

20.

wat is een onderdeel van de grote hersen

a)

de kleine hersenen

b)

de hersenstam

c)

de hersenschors