wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H3: Gambia

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Noteer het juiste begrip.

Het gemiddelde weer in en bepaald gebied over dertig of veertig jaar

(a)  

2.

Hieronder zie je 2 uitspraken welke zijn juist?

I In een land met een hoog ontwikkelingspeil is de levensverwachting hoog en het sterftecijfer hoog

II In een land met een laag ontwikkelingspeil is de levensverwachting laag en het geboortecijfer hoog

a)

Uitspraak I is juist en uitspraak II is onjuist

b)

Uitspraak I is onjuist en uitspraak II is juist

c)

Uitspraak I en II zijn onjuist

d)

Uitspraak I en II zijn juist

3.

Kies het juiste antwoord

Welke kenmerken passen het best bij mangrove

a)

Mangrove kan leven in tropische gebieden in zoet water en is een kraamkamer voor veel diersoorten

b)

Mangrove kan leven in tropische gebieden in zout water en dient als kust bescherming en kraamkamer van veel diersoorten

c)

Mangrove kan leven in tropische gebieden en staan vaak in zoet water in moerassen en worden gekapt om stranden aan te leggen

d)

Mangrove is een kust bescherming die in zout water staat, de wortels van de mangrove worden veel door de Gambianen gegeten

4.

Hoe heet het buurland van Gambia dat je ziet op de kaart?

a)

Mali

b)

Senegal

c)

Guinea-Bissau

d)

Mauritanië

5.

Welke baantjes horen bij de informele sector

a)

schoenenpoetser

b)

buschauffeur

c)

sigarettenverkoper

d)

souvenirverkoper op het strand

6.

Gambia is een kolonie geweest van...

a)

Groot Brittannië

b)

Frankrijk

c)

Nederland

d)

Verenigde Staten

7.

Welke twee kenmerken heeft een staat?

a)

Het heef teen duidelijk grens

b)

Het moet een kolonie geweest zijn

c)

Er wonen alleen mensen met 1 taal en cultuur

d)

De regering is de baas in het land en andere landen niet

8.

Wat zijn analfabeten?

a)

Mensen die niet kunnen zingen

b)

Mensen die niet kunnen leren

c)

Mensen die niet kunnen lezen en schrijven

d)

Mensen die geen huis en schoon drinkwater hebben

9.

Basisbehoeften zijn...

a)

Voedsel

b)

Wonen

c)

Onderwijs

d)

Gezondheidszorg

10.

Zuigelingensterfte zegt wat over welke basisbehoefte?

a)

Onderwijs

b)

Gezondheidszorg

c)

Voedsel

d)

Onderdak

11.

Op welk continent ligt Gambia?

a)

Senegal

b)

Afrika

c)

Zuid-Amerika

d)

Kenia

12.

Hoe heet de rivier die door Gambia stroomt?

a)

Er stroomt helemaal geen rivier door Gambia

b)

De Nijl

c)

De Gambia

d)

De Maas

13.

Op welke afbeelding zie je mangroven?

a)
b)
c)
d)
14.

Wanneer is er volgens de klimaatgrafiek van Gambia een drogere periode?

a)

juni-oktober

b)

november - mei

c)

Er is geen drogere periode in de klimaatgrafiek te zien

d)

Het is er het hele jaar erg droog

15.

Welke drie landschappen heeft Gambia?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Bossavanne

c)

Grassavanne

d)

Mangroven

e)

Woestijn

16.

In Gambia is er een drogere periode. Dan hebben ze last van de harmattan.

Wat is de harmattan?

a)

Een droge stoffige wind uit het noordoosten

b)

Groep boze mensen uit de woestijn

c)

Regen tijdens de droge periode vanuit het westen

d)

Een sprinkhanenplaag

17.

Welke is juist over de de bevolkingsdiagram?

a)

Gambia heeft een jonge bevolking

b)

Je ziet hier de bevolkingsdichtheid van Gambia

c)

Je ziet hier de bevolkingsspreiding in het land Gambia

18.

Bevolkingsdichtheid is het aantal inwoners per vierkante kilometer in een land.

a)

juist

b)

onjuist

19.

Bij welke sector hoort dit beroep?

a)

landbouw

b)

diensten

c)

industrie

20.

In een arm land als Gambia werken de meeste mensen in de ....

a)

landbouw

b)

industrie

c)

diensten

21.

Welke uitspraak is waar over de import en export van Gambia?

a)

Gambia exporteert dure producten zoals computers

b)

Gamba exporteert vooral pinda's en producten gerelateerd aan pinda's

c)

Gambia importeert veel voedings- genotsmiddelen (tabak, koffie, suiker)

d)

Gambia importeert veel pinda's

22.

Waarom vertrekken veel mensen uit de dorpen naar grote steden?

a)

Ze moeten weg, omdat er bossen aangelegd moeten worden

b)

Ze gaan weg, omdat er weinig werk is op het platteland

c)

Ze gaan weg, omdat het mooier weer is in de steden

d)

Ze gaan weg, om de bevolking eerlijker te verspreiden in het land

23.

De infrastructuur in Gambia bestaat grotendeels uit wegen van asfalt.

a)

juist

b)

onjuist

24.

Rond de 15e eeuw werd Gambia gekoloniseerd door de Britten. Waar verdienden ze het meeste geld mee?

a)

Specerijen

b)

Slavenhandel

c)

Aardappels

d)

Koffie

25.

De meeste Gambianen zijn...

a)

Islamitisch

b)

Christelijk

c)

Joods

d)

Boeddhistisch

26.

Wat is ontwikkelingshulp?

a)

Rijke landen helpen ontwikkelingslanden om hun levensomstandigheden te verbeteren

b)

Gambia maakt ontwikkelingsplannen en gaat op zoek naar sponsoren

c)

Gambia krijgt geen geld van andere landen en zorgt zelf voor inkomsten

27.

Gambianen die naar het buitenland reizen om geld te verdienen zijn?

a)

Arbeidsmigranten

b)

Vluchtelingen

c)

Toeristen

28.

De gezinnen in Gambia zijn groot, omdat mensen veel kinderen krijgen zodat ze voor hun ouders kunnen gaan zorgen

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

De hoofdstad van Gambia is

a)

Banjul

b)

Serekunda

c)

Kunta Kinteh

d)

Dakar

30.

Wat betekent verstedelijking?

a)

Mensen trekken van het platteland naar de stad

b)

Mensen trekken van de stad naar het platteland

c)

Mensen trekken naar buurlanden

d)

Mensen trekken naar Europa