wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz overheidsingrijpen H2 marktresultaat en overheidsinvloed

Total questions: 16

Worksheet time: 1hrs 16mins

Name
Class
Date
1.

Om consumenten te beschermen zal de overheid een maximumprijs instellen die onder de evenwichtsprijs ligt

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Om producenten te beschermen zal de overheid een minimumprijs vaststellen die onder de evenwichtsprijs ligt

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Zowel de instelling van een maximumprijs en een minimumprijs leidt tot een verloren surplus

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Als de overheid ingrijpt in de prijsvorming van een markt werkt deze minder doelmatig

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Als de overheid de accijns op een product verhoogd met €0,50 stijgt de verkoopprijs met hetzelfde bedrag

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Bij een product met een relatief vlakke vraaglijn zullen aan aanbieders er makkelijker in slagen een verhoging van een indirecte belasting af te wentelen op de vragers dan bij een product met een relatief steile vraaglijn

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

De instelling van een indirecte subsidie leidt tot verloren surplus

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Een kostprijsverlagende subsidie leidt voor de consument tot een afname van het surplus

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

De evenwichtsprijs van een goed op een markt van volkomen concurrentie bedraagt € 50,-. omdat de productie van dit goed milieubelastend is, legt de overheid een milieuheffing op van € 10,- per product. Hierdoor stijgt de evenwichtsprijs naar € 55,-. Bereken het afwentelingspercentage

a)

50%

b)

33%

c)

100%

d)

10%

10.

De aanbodfunctie van een product is Qa= 3P -45. De overheid voert een indirecte belasting in van €5,- per product. De nieuwe aanbodfunctie ziet er na invoering van de belasting als volgt uit:

a)

Qa= 3p -40

b)

Qa = 3p -60

c)

Qa = 3P + 50

d)

Qa = 3P -50

11.

De aanbodfunctie van een product is Qa = 3P - 45. De overheid voert een prijsverlagende subsidie in van €5,- per product. de nieuwe aanbodfunctie ziet er na invoering van de subsidie als volgt uit:

a)

Qa= 3p -40

b)

Qa = 3p -60

c)

Qa = -3P +30

d)

Qa = 3P -30

12.

Op een markt met volkomen concurrentie geldt het volgende: Qa = 2P -40 en Qv=-3P+360. Beide in 1000 stuks en P in euro's. De overheid vindt het marktresultaat ongewenst en stelt een prijs vast van € 70,- Welke bewering is juist? De vastgestelde prijs is.....

a)

Een maximumprijs en leidt tot een aanbodoverschot

b)

Een minimumprijs die leidt tot een aanbodoverschot

c)

Een maximumprijs die leidt tot een vraagoverschot

d)

Een minimumprijs die leidt tot een vraagoverschot

13.

Op een markt van volkomen concurrentie zijn de volgende vergelijkingen:

Qa=2P-40 en Qv=-3P+360. De overheid stelt een prijs in van €100,- en koopt de overschotten op. Ga met een berekening na of de volgende uitspraak klopt.

1. Vergeleken met de uitgangssituatie zullen de aanbieders de aangeboden hoeveelheid met 25% verhogen

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Op een markt van volkomen concurrentie zijn de volgende vergelijkingen:

Qa=2P-40 en Qv=-3P+360. De overheid stelt een prijs in van €100,- en koopt de overschotten op. Ga met een berekening na of de volgende uitspraak klopt. Het opkopen van het aanbodoverschot kost de overheid €8,12 miljoen

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Op een markt van volkomen concurrentie zijn de volgende vergelijkingen:

Qa=2P-40 en Qv=-3P+360. De overheid stelt een prijs in van €100,- en koopt de overschotten op. Ga met een berekening na of de volgende uitspraak klopt. Vergeleken met de uitgangssituatie zal de gevraagde hoeveelheid met 50% teruglopen.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Op een markt van volkomen concurrentie zijn de volgende vergelijkingen:

Qa=2P-40 en Qv=-3P+360. De overheid stelt een prijs in van €100,- en koopt de overschotten op. Ga met een berekening na of de volgende uitspraak klopt. De aanbieders zien de totale omzet in de markt met 66,7% stijgen

a)

Juist

b)

Onjuist