Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zuid Amerika hele hoofstuk

Total questions: 22

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerk past niet bij de westkust van Zuid-Amerika?

a)

Subductie

b)

Vulkanisme

c)

Diepzeetrog

d)

Midoceanische rug

2.

Welk kenmerk past niet bij de Andes?

a)

Altiplano

b)

Schild

c)

Andesiet

d)

Hooggebergte

3.

Veel olie en aardgas wordt gevonden voor de kust van Brazilië.

Waar nog meer in Zuid-Amerika?

a)

Voorlandbekkens ten oosten van de Andes

b)

Hoogland van Brazilië

c)

Kustzone van Chili

d)

Pampas in Argentinië

4.

Waar in Zuid-Amerika is de kans op het vinden van bodemschatten als ertsen het kleinst?

a)

Andesgebergte

b)

Hoogland van Brazilië

c)

Laagland de Amazone

d)

Hoogland van Guyana

5.

Waar bevinden zich de meeste actieve vulkanen?

a)

Oostelijke cordilleras

b)

Westelijke cordilleras

c)

Oostelijke en westelijke cordilleras

d)

Altiplano

6.

Bij welke twee platen vind er subductie plaats?

a)

Nazcaplaat en Caribische plaat

b)

Nazca en Cocos plaat

c)

Nazcaplaat en Zuid-Amerikaanse plaat

d)

Nazcaplaat, Antarctische en Caribische plaat

7.

Wat is geen mogelijk gevolg van El Niño?

a)

Bosbranden in Indonesië

b)

Slechte visvangst voor de kust van Zuid-Amerika

c)

Zware regens in de woestijnen van Peru

d)

Overstromingen in Australië

8.

Welk klimaat heerst er in de Cerrado volgens de klimaatclassificatie van Köppen?

a)

Af

b)

As/Aw

c)

Cs

d)

BS

9.

In welke fase van het demografisch transitiemodel zitten de meeste Zuid-Amerikaanse landen?

a)

Fase 1

b)

Fase 2

c)

Fase 3

d)

Fase 4

10.

Welke kenmerken heeft fase 2 van het demografisch transitiemodel?

a)

Hoog sterftecijfer, teruglopend geboortecijfer

b)

Teruglopend sterftecijfer, laag geboortecijfer

c)

Laag sterftecijfer, teruglopend geboortecijfer

d)

Teruglopend sterftecijfer, hoog geboortecijfer

11.

Waartoe behoren de meeste (alle?) landen in Zuid-Amerika?

a)

Periferie

b)

Semi-Periferie

c)

Centrum

d)

Er is geen eenduidig beeld.

12.

Welke regeringsvorm past bij de meeste landen in Zuid-Amerika op dit moment?

a)

Oligarchie

b)

Dictatuur

c)

Autocratie

d)

Democratie

13.

In welk land is zeer recentelijk het parlement bestormd door protestanten?

a)

Brazilië

b)

Colombia

c)

Argentinië

d)

Suriname

14.

Wat is geen advies van de Wereldbank aan de UNASUR om als continent concurrerender te worden?

a)

Exportvalorisatie

b)

Fragmentarische modernisering

c)

Investeren in infrastructiir

d)

Investeren in onderwijs

15.

Welke conclusie kun je trekken over de het land met de Lorenzcurves zoals te zien in de afbeelding?

a)

Inkomensongelijk-heid toegenomen, Gini-coëfficiënt toegenomen

b)

Inkomensongelijk-heid toegenomen, Gini-coëfficiënt afgenomen

c)

Inkomensongelijk-heid afgenomen, Gini-coëfficiënt toegenomen

d)

Inkomensongelijk-heid afgenomen, Gini-coëfficiënt afgenomen

16.

Welk begrip past bij de afbeelding?

a)

Dé-agrarisatie

b)

Tertiarisering

c)

Landgrabbing

d)

Importsubstitutie

17.

Welk begrip past bij de afbeelding?

a)

Latifundia

b)

Minifundia

c)

Cash Crops

d)

Haciënda

18.

Wat is geen kenmerk van neoliberalisme?

a)

Privatisering

b)

Deregulering

c)

Inzetten op vrijhandel

d)

Meer overheidsuitgaven

19.

Wat maakt de economie van een land niet kwetsbaarder?

a)

Grote afhankelijkheid van uitvoer grondstoffen

b)

Nationaal inkomen opgehoogd door geldovermakingen migranten

c)

Een positieve handelsbalans

d)

Groot deel beroepsbevolking werkt in informele sector

20.

Wat is een favela?

a)

Braziliaans gerecht

b)

Een dure zakenwijk in Sao Paulo

c)

Illegale zelfbouw met gebrekkige voorzieningen

d)

Een ander woord voor 'gated community'

21.

Wat wordt er met Mestiezen bedoeld?

a)

Mix tussen inheems en Europees

b)

Mix tussen Inheems en Afrikaans

c)

Mix tussen Afrikaans en Aziatisch

d)

Mix tussen Inheems en Aziatisch

22.

Wat is cliëntelisme?

a)

Gewone burgers gaan zich steeds actiever met het bestuur van een land bemoeien.

b)

Mensen uit de bovenlaag bewijzen anderen een dienst in ruil voor politieke steun.

c)

Een transparante manier van besturen waarbij de bevolking de regering controleert.

d)

Regering die bestaat uit een kleine groep rijke en invloedrijke personen die alle macht heeft,