wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 4 kader

Total questions: 30

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Kylian deed een cursus en kreeg daarbij een ... .

a)

pedant

b)

certificaat

c)

uniek

d)

prioriteit

2.

Bovenaan de trap, staat in de pauze een docent om ...

a)

toezicht te houden

b)

garantie te geven

c)

prioriteit te geven

d)

uit te voeren

3.

Die tweeling is precies hetzelfde, ze zijn ...

a)

gegarandeerd

b)

prijzig

c)

uitvoerig

d)

identiek

4.

Een broodje in de kantine is niet zo goedkoop. Het is zelfs best ...

a)

uitdagend

b)

identiek

c)

prijzig

d)

traag

5.

Dat klimpark heeft allerlei ... hindernissen.

a)

uitgebreide

b)

uitvoerige

c)

uitdagende

d)

uitkomende

6.

Op 19 maart is Ajax-Feyenoord. Dat wordt ... een gave wedstrijd.

a)

identiek

b)

prioriteit

c)

aangetoond

d)

gegarandeerd

7.

Groene ogen zijn zeer ... . Slechts ongeveer 2% van de wereldbevolking heeft ze.

a)

prijzig

b)

traag

c)

uniek

d)

uitdagend

8.

Google maps geeft altijd de snelste ... naar een bestemming.

a)

prioriteit

b)

prijs

c)

route

d)

certificaat

9.

Om te kunnen ... dat jij het bent, moet je je ID bij je hebben.

a)

beleven

b)

handhaven

c)

instructie

d)

aantonen

10.

Meneer Blom gaf vorige week ... over het gezegde.

a)

instructie

b)

prioriteit

c)

identiek

d)

gegarandeerd

11.

Vrijdag heb ik een wiskundetoets, maar de toets van Nederlands heeft ... . Daar sta ik namelijk onvoldoende voor.

a)

traag

b)

identiek

c)

prioriteit

d)

instructie

12.

Die nieuwe jongen zegt nog niet zo veel. Hij wil volgens mij ...

a)

toezicht houden

b)

de kat uit de boom kijken

c)

beleven

d)

de spijker op zijn kop slaan

13.

Je maakt vaak kennis met het onderwerp van een tekst in ...

a)

het middenstuk

b)

het slot

c)

de samenvatting

d)

de inleiding

14.

Vaak wordt de belangrijkste informatie uit een tekst herhaald in ...

a)

het middenstuk

b)

het slot

c)

de inleiding

d)

het tussenkopje

15.

Aan de woorden: maar, echter, toch en daarentegen, kun je zien dat er een ... genoemd wordt.

(a)  

16.

Schrijf het meervoud van: straf

(a)  

17.

Schrijf het meervoud van: zebra

(a)  

18.

Schrijf het meervoud van: laars

(a)  

19.

Schrijf het meervoud van: brief

(a)  

20.

Noteer het gezegde van de zin: tijdens gym hebben we gevoetbald.

(a)  

21.

Noteer het gezegde van de zin: ik kan nu beter Nederlands dan ik ooit had kunnen dromen.

(a)  

22.

Benoem het onderwerp in de zin: het feest van de brugklas was erg gezellig.

(a)  

23.

De persoonsvorm is altijd onderdeel van het gezegde.

a)

waar

b)

niet waar

24.

Alle werkwoorden in de zin vormen samen het gezegde.

a)

waar

b)

niet waar

25.

Noteer het gezegde van de zin: mijn moeder gaat vanavond pannenkoeken maken.

(a)  

26.

Wat klopt over de zin: "alle klassen hebben bijna vakantie."?

a)

'hebben' is zowel de persoonsvorm als het gezegde.

b)

'vakantie' is onderdeel van het gezegde.

c)

'alle klassen' is het onderwerp.

d)

'bijna' is de persoonsvorm.

27.

Selecteer stellingen die kloppen.

a)

Het middenstuk bestaat meestal uit meerdere alinea's.

b)

Traag en snel vormen een tegenstelling.

c)

De persoonsvorm is altijd onderdeel van het gezegde.

d)

In het slot wordt het onderwerp van de tekst geïntroduceerd.

28.

Wanneer gebruik je 's als meervoudsvorm?

4 lines
29.

Selecteer alle voltooid deelwoorden.

a)

gemaakt

b)

ingepakt

c)

fotograferen

d)

kochten

30.

Selecteer alle voltooid deelwoorden

a)

gevallen

b)

vindt

c)

lachen

d)

gestolen