Font size
WorksheetsDuits - h3 - kap3 - llnd
Total questions: 78
Worksheet time: 39mins
de bus
(a)
de plattegrond
(a)
het plein, de plaats
(a)
de rotonde
(a)
het station
(a)
de stoep
(a)
het vliegveld
(a)
de binnenstad
(a)
de bocht
(a)
de brug
(a)
de halte
(a)
de hoek
(a)
de informatie
(a)
de kant, de zijde
(a)
de kruising
(a)
de lijn
(a)
de metro
(a)
de richting
(a)
de trein
(a)
het stoplicht
(a)
de tram
(a)
het veer, de veerpont
(a)
het vliegtuig
(a)
het centrum
(a)
het dorp
(a)
het spoor
(a)
het schip
(a)
het ticket
(a)
aankomen
(a)
afslaan, inslaan
(a)
instappen
(a)
lopen
(a)
oversteken
(a)
overstappen
(a)
te voet gaan, lopen
(a)
uitstappen
(a)
vertrekken
(a)
wijzen
(a)
zoeken
(a)
bijna
(a)
daarginds
(a)
dichtstbijzijnde, volgende
(a)
Goede reis!
(a)
Graag gedaan!
(a)
in de buurt van
(a)
laat
(a)
naar huis
(a)
rechtdoor
(a)
terug
(a)
ver
(a)
vroeg
(a)
weer
(a)
het verkeer
(a)
de stad
(a)
de straat
(a)
fietsen
(a)
gaan (reizen) met
(a)
nemen
(a)
nodig hebben, erover doen
(a)
vinden
(a)
vliegen
(a)
weten
(a)
de dorpen
(a)
de tickets
(a)
aangekomen
(a)
afgeslagen, ingeslagen
(a)
ingestapt
(a)
gelopen
(a)
overgestapt
(a)
gegaan
(a)
uitgestapt
(a)
vertrokken
(a)
de steden
(a)
gefietst
(a)
genomen
(a)
gevonden
(a)
gevlogen
(a)
geweten
(a)
