WorksheetsFrans studeren pg 226-227
Total questions: 52
Worksheet time: 52mins
aanvaarden
(a)
uitleggen
(a)
bezet
(a)
op het einde van
(a)
graag gedaan
(a)
sorry
(a)
tot aan
(a)
inderdaad
(a)
dichtbij
(a)
graag
(a)
het centrum
(a)
het park
(a)
de parking
(a)
de wijk
(a)
het treinstation
(a)
de Grote Markt
(a)
het plein
(a)
de brede laan
(a)
het kruispunt
(a)
de weg
(a)
de hoek
(a)
de verkeerslichten
(a)
het zebrapad
(a)
het plan
(a)
de brug
(a)
de rotonde
(a)
het verkeer
(a)
het trottoir
(a)
de tunnel
(a)
het viaduct
(a)
de laan
(a)
het fietspad
(a)
de weg
(a)
de straat
(a)
de bestemming
(a)
de richting
(a)
de wandeling
(a)
gaan
(a)
stoppen
(a)
aankomen
(a)
doorgaan
(a)
binnenkomen
(a)
stappen
(a)
terugkeren
(a)
wandelen
(a)
zich bevinden
(a)
zich oriënteren
(a)
buitengaan
(a)
volgen
(a)
naar links afslaan
(a)
oversteken
(a)
komen
(a)
