wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2N Par 3.2 Franse Revolutie

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

2.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

3.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
4.
Door de guillotine kwamen om het leven...
a)
Robespierre
b)
Lodewijk XV
c)
Lodewijk XVI en Robespierre
d)
nog niemand, hij was nog niet uitgevonden
5.

Wat is de slogan van de Franse Revolutie? Deze is geinspireerd door de verlichting.

a)

Alle macht voor de koning!

b)

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

c)

De burgers bepalen alles!

d)

Memento Mori (gedenk te sterven).

6.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

7.

Waarmee begon de Franse Revolutie?

a)

Met de Bestorming van de Bastille

b)

Met het koningschap van Lodewijk XVI

c)

Met de ondertekening van de Franse grondwet

d)

Met de onthoofding van Lodewijk XVI

8.

Waarom werd Lodewijk XVI onthoofd?

a)

Hij keek nooit op Classroom

b)

Hij was veroordeeld voor landverraad

c)

Hij weigerde de grondwet te tekenen

d)

Hij wilde de belastingen niet verlagen

9.

Zet de gebeurtenissen van de Franse Revolutie in de juist volgorde

a)

Staten-Generaal na 175 jaar weer bijeen

b)

Oprichting Nationale Vergadering

c)

Bestorming van de Bastille

d)

Nieuwe grondwet

e)

Onthoofding Lodewijk XVI

1)
2)
3)
4)
5)
10.

Welk idee past het beste bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

11.

Waarom leidde de radicale houding van Robespierre tot een terreur?

a)

Hij wilde gematigde veranderingen, waardoor zijn tegenstanders terreur gebruikten.

b)

Hij wilde heftige veranderingen, waardoor zijn tegenstanders terreur gebruikten.

c)

Hij wilde gematigde veranderingen, waardoor hij tegen zijn tegenstanders terreur gebruikte.

d)

Hij wilde heftige veranderingen, waardoor hij tegen zijn tegenstanders terreur gebruikte?