wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 basis Hfd 12 SO

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Elijah rijdt op een scooter. Hij rijd 11.1 m/s. Hoe groot is deze snelheid in km/h?

a)

3.1 km/h

b)

14.7 km/h

c)

40.0 km/h

2.

Welke kracht werkt met de rijrichting mee?

a)

Luchtwrijving

b)

rolwrijving

c)

voortstuwende kracht

3.

De hond van Don rent achter een bal aan. De bal legt een afstand van 20 meter af in een tijd van 2 seconde.

Bereken de gemiddelde snelheid van de bal.

a)

20 m/s

b)

10 m/s

c)

40 m/s

d)

0,2 m/s

4.

De bal zweeft even door de lucht met een constante snelheid. Van het zweven is een snelheid-tijddiagram gemaakt.

Welke snelheid-tijddiagram hoort bij deze beweging?

a)

Diagram A

b)

Diagram B

c)

Diagram C

5.

Door het remmen neemt de snelheid van Eveliens auto af. Hoe noem je deze beweging?

a)

Vertraagde beweging

b)

Versnelde beweging

c)

Beweging met constante snelheid

6.

In welke situatie is de luchtwrijving op een voertuig het grootst?

a)

Bij wind mee en kleine snelheid

b)

Bij wind mee en een grote snelheid

c)

Bij wind tegen en een grote snelheid

d)

Bij wind tegen en kleine snelheid

7.

De motorkracht die op een scooter werkt, is 695 N. De luchtwrijving is 556 N. De rolwrijving is 37 N.

a)

102 N

b)

176 N

c)

1288 N

d)

1214 N

8.

Een vliegtuig vliegt 2,5 uur met een snelheid van 1000 km/h. Welke afstand heeft het vliegtuig afgelegd?

a)

2500 km

b)

2,5 km

c)

1000 km

d)

250 km

9.

Sam doet mee aan de 100 m sprint op school (afbeelding 6). Hij loopt met een gemiddelde snelheid van 5 m/s. Hoe lang heeft Sam hierover gedaan?

a)

20 seconde

b)

5 seconde

c)

100 seconde

d)

10 seconde

10.

Hoe groot is de snelheid op 5 s?

a)

2,5 m/s

b)

5 m/s

c)

10 m/s

d)

3 m/s

11.

Jesse is aan het fietsen. Het stoplicht springt op rood en hij remt af. Jesse staat stil voor het stoplicht te wachten.

Wat geldt voor de netto kracht die op Jesse werkt als hij stilstaat?

a)

Netto kracht is groter dan 0 N.

b)

Netto kracht is kleiner dan 0 N.

c)

Netto kracht is gelijk aan 0 N.

12.

Door welke oorzaak kan de remweg NIET groter gemaakt worden?

a)

Grote massa

b)

De vogeltjes fluiten

c)

Versleten remmen

d)

Hoge snelheid

13.

Noteer vier redenen waardoor mensen NIET minder snel reageren.

a)

Alcohol gebruik

b)

Drugs gebruik

c)

Ze zijn heel oud

d)

Ze hebben genoeg geslapen

14.

Waar zit de kooiconstructie van een auto?

a)

zit om de ruimte waar de mensen zitten.

b)

Zit om de ruimte waar de motor in zit.

c)

Zit om de gehele auto heen.

d)

Zit alleen om de achterbank heen want daar zitten vooral de kinderen.

15.

Op welke plaats(en) in de auto is het dragen van autogordels verplicht?

a)

Alleen op de bestuurdersplaats

b)

Alleen op de plaatsen voor in de auto

c)

Op alle plaatsen in de auto

d)

Alleen kinderen in een auto.