wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

N Kontakte - 2 H/V - Kapitel 5

Total questions: 50

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Vertaal naar het Duits :

smaken (hele werkwoord)

(a)  

2.

heten

(a)  

3.

het zout

(a)  

4.

de aardappelen

(a)  

5.

de pasta

(a)  

6.

het bord

(a)  

7.

de lepel

(a)  

8.

het mes

(a)  

9.

de vork

(a)  

10.

de fles

(a)  

11.

de sinaasappelsap

(a)  

12.

het toetje

(a)  

13.

de menukaart

(a)  

14.

het brood

(a)  

15.

eten ( hele werkwoord)

(a)  

16.

gegeten (voltooid deelwoord)

(a)  

17.

de groente

(a)  

18.

het fruit

(a)  

19.

alstublieft

(a)  

20.

dank u wel

(a)  

21.

eet smakelijk !

(a)  

22.

nemen ( hele werkwoord)

(a)  

23.

genomen ( voltooid deelwoord )

(a)  

24.

drinken (hele werkwoord)

(a)  

25.

gedronken ( voltooid deelwoord)

(a)  

26.

Pardon!

(a)  

27.

de patat, friet

(a)  

28.

het water

(a)  

29.

het kopje

(a)  

30.

Schrijf de juiste vervoeging van SEIN op:

ik ben

(a)  

31.

jij bent

(a)  

32.

hij is

(a)  

33.

zij is

(a)  

34.

wij zijn

(a)  

35.

jullie zijn

(a)  

36.

zij zijn ( meervoud )

(a)  

37.

U bent

(a)  

38.

Vertaal naar het Nederlands:

das Brötchen

(a)  

39.

brauchen

(a)  

40.

der Schinken

(a)  

41.

die Zwiebel

(a)  

42.

die Geschwindigkeit

(a)  

43.

der gute Zweck

(a)  

44.

der Tisch

(a)  

45.

im Fernsehen

(a)  

46.

es ist egal

(a)  

47.

es gibt

(a)  

48.

der Ort

(a)  

49.

die Bratkartoffeln

(a)  

50.

das Frühstück

(a)