Font size
WorksheetsT4 - BS1 - het skelet - B
Total questions: 19
Worksheet time: 12mins
Typ een ander woord voor skelet.
(a)
Typ een ander woord voor botten.
(a)
Kies het woord dat op plek 1 moet staan.
ledematen
arm
been
hoofd
romp
Kies het woord dat op plek 2 moet staan.
ledematen
arm
been
hoofd
romp
Kies het woord dat op plek 3 moet staan.
ledematen
arm
been
hoofd
romp
Kies het woord dat op plek 4 moet staan.
ledematen
arm
been
hoofd
romp
Kies het woord dat op plek 5 moet staan.
ledematen
arm
been
hoofd
romp
De schoudergordel bestaat uit:
sleutelbeenderen
schouderbladen
ribben
borstbeen
heupbeenderen
De borstkas bestaat uit:
sleutelbeenderen
schouderbladen
ribben
borstbeen
heupbeenderen
Het bekken bestaat uit:
hals-, borst- en lendenwervels
heiligbeen
staartbeen
borstbeen
heupbeenderen
De wervelkolom bestaat uit:
hals-, borst- en lendenwervels
heiligbeen
staartbeen
borstbeen
heupbeenderen
De schedel bestaat uit:
hals-, borst- en lendenwervels
schedelbeenderen
bovenkaak
onderkaak
kinbeen
Deze botten zitten in de arm:
opperarmbeen
dijbeen
ellepijp en spaakbeen
kuitbeen en scheenbeen
botten van de hand
Deze botten zitten in het been:
opperarmbeen
dijbeen
ellepijp en spaakbeen
kuitbeen en scheenbeen
botten van de voet
Kies de juiste functie van het skelet.
Je strekt je arm om je pen te pakken.
bescherming
beweging
stevigheid
vorm
Kies de juiste functie van het skelet.
Je ziet je eigen schaduw op de grond.
bescherming
beweging
stevigheid
vorm
Kies de juiste functie van het skelet.
Iemand stoot met zijn schouders tegen je borstkas aan.
bescherming
beweging
stevigheid
vorm
Kies de juiste functie van het skelet.
Je staat rechtop tegen een muur om je lengte te meten.
bescherming
beweging
stevigheid
vorm
Dit bot zit vast een de kant van de pink in je hand.
ellepijp
spaakbeen
scheenbeen
kuitbeen
