wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1B - Herhalingsquiz 2de trimester

Total questions: 60

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Vul in:

1 uur = (a)   kwartier

2.

Vul in:

1 dag = (a)   uur

3.

Vul in:

1 eeuw = (a)   jaar

4.

Vul in:

5 min = (a)   s

5.

Vul in:

800 jaar = (a)   eeuwen

6.

Vul in:

Je poetst je tanden best 2 keer per (a)   .

7.

Vul in:

Om een ei hard te koken, heb je ongeveer 8 (a)   nodig.

8.

Hoeveel dagen heeft de maand september?

(a)  

9.

Hoeveel dagen heeft de maand augustus?

(a)  

10.

Hoe laat is het op deze klok?

a)

10 over 9

b)

10 voor 9

c)

kwart over 10

d)

kwart voor 10

11.

Hoe laat is het op deze klok?

a)

4 uur

b)

20 over 4

12.

Geef de digitale klok in de namiddag.

a)

03:10

b)

10:03

c)

15:10

d)

10:15

13.

Geef de digitale klok voor half 11 's morgens.

a)

10:30

b)

11:30

c)

22:30

d)

23:30

14.

Bereken de tijdsduur.

Ik vertrek om 14:30 u. en wandel tot 17:30 u.

Hoe lang heb ik gewandeld?

(Geen spaties typen in je oplossing)

(a)  

15.

Reken uit:

6 x 5 =

(a)  

16.

Reken uit:

7 x 8 =

(a)  

17.

Reken uit:

3 x 8 =

(a)  

18.

Reken uit:

12 x 4 =

(a)  

19.

Reken uit:

2,25 x 10 =

(a)  

20.

Reken uit:

14,52 x 100 =

(a)  

21.

Reken uit:

0,863 x 1000 =

(a)  

22.

Bereken k.g.v. (6,9) =

(a)  

23.

Bereken k.g.v. (6,15) =

(a)  

24.

Welk getal ligt het dichtst bij de juiste uitkomst? Maak een schatting.

38 x 61 =

a)

24

b)

240

c)

2400

25.

Welk getal ligt het dichtst bij de juiste uitkomst? Maak een schatting.

91 x 9 =

a)

81

b)

810

c)

8100

26.

Schat de uitkomst: 2,15 x 3,7 =

(Typ enkel je antwoord).

(a)  

27.

Schat de uitkomst: 59 x 46 =

(Typ enkel je antwoord).

(a)  

28.

Los het volgend vraagstuk op. (Reken uit met je rekenmachine)

Er deden 796 lopers mee aan de Cityrun.

Elke deelnemer betaalde 8 euro inschrijvingsgeld.

Hoeveel inschrijvingsgeld heeft de organisatie ontvangen?

(a)  

29.

Los het volgend vraagstuk op. (Reken uit met je rekenmachine)

De 12 leerlingen van 1Bc gaan samen na school frietjes eten.

Ze kopen ieder een bakje frietjes van 2,20 euro.

Hoeveel moeten ze samen betalen?

(a)  

30.

Reken uit:

24 : 6 =

(a)  

31.

Reken uit:

63 : 7 =

(a)  

32.

Reken uit:

48 : 8 =

(a)  

33.

Reken uit:

3178 : 1000 =

(a)  

34.

Reken uit:

269 : 100 =

(a)  

35.

Reken uit:

128,5 : 100 =

(a)  

36.

Door welk getal is 48 562 deelbaar?

a)

2

b)

5

c)

10

d)

100

e)

Niets

37.

Door welk getal is 205 deelbaar?

a)

2

b)

5

c)

10

d)

100

e)

Niets

38.

Door welk getal is 317 deelbaar?

a)

2

b)

5

c)

10

d)

100

e)

Niets

39.

Door welk getal is 200 000 deelbaar?

a)

2

b)

5

c)

10

d)

100

e)

Niets

40.

Door welk getal is 580 deelbaar?

a)

2

b)

5

c)

10

d)

100

e)

Niets

41.

Maak een schatting van dit vraagstuk.

We gaan met 7 personen op vakantie. De reis kost 1453 euro.

Hoeveel moeten we ongeveer per persoon betalen?

(a)  

42.

Maak een schatting van het vraagstuk.

Ik betaal voor 13 koekjes 42 euro.

Hoeveel kost dan ongeveer één koekje?

(a)  

43.

Geef de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.

(a)  

44.

Geef de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.

(a)  

45.

Geef de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.

(a)  

46.

Geef de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.

(a)  

47.

Geef de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.

(a)  

48.

Geef het maatgetal van: 3900g.

(a)  

49.

Welke lengtemaat gebruik je voor de hoogte van het lokaal?

(a)  

50.

Welke lengtemaat gebruik je voor de afstand tussen België en Nederland?

(a)  

51.

Welke lengtemaat gebruik je voor de dikte van een blad papier?

(a)  

52.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

2,5 dm = (a)   mm

53.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

8 mm = (a)   cm

54.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

250 m = (a)   km

55.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

0,4 km = (a)   m

56.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

5 dm = (a)   mm

57.

Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).

24 m = (a)   km

58.

Los op:

167 cm - 1,5 m = (a)   cm

59.

Los op:

3 km : 6 = (a)   m

60.

Los op:

20 cm x 50 = (a)   m