Font size
WorksheetsZelfstandige naamwoorden (les 1-3)
Total questions: 18
Worksheet time: 14mins
Vul het ontbrekende woord in.
We gebruiken het (a) om duidelijk te maken of het gaat om een welbepaalde of een willekeurige persoon of zaak.
Vul het ontbrekende woord in.
(a) lidwoorden maken duidelijk welke persoon of zaak je precies bedoelt.
Vul het ontbrekende woord in.
Onbepaalde lidwoorden maken duidelijk dat je over iets of iemand (a) spreekt.
Vul het ontbrekende woord in.
Het ontkennend lidwoord ' (a) ' duidt op de afwezigheid van iets of iemand of op ontkenning.
Vul het ontbrekende woord in.
Het lidwoord geeft een woordgeslacht of (a) van het woord aan.
- de-woorden zijn mannelijk of vrouwelijk
- het-woorden zijn onzijdig
Duid aan wat past.
Het zelfstandig naamwoord 'klas' is ___
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
Duid aan wat past.
Het zelfstandig naamwoord 'melodie' is ___
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
Duid aan wat past.
Het zelfstandig naamwoord 'café' is ___
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
Duid aan wat past.
Wanneer je het getal van 'klas' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:
klinkerweglating
medeklinker-verdubbeling
meervoud op -en
klemtoon op laatste 'ie'
Duid aan wat past.
Wanneer je het getal van 'café' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:
geen uitspraak-probleem
uitspreekprobleem : + 's
meervoud op -s
meervoud op -en
Duid aan wat past.
Wanneer je het getal van 'melodie' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:
meervoud op -s
klemtoon niet op laatste 'ie' : + ¨en
meervoud op -en
klemtoon op laatste 'ie' : + ën
Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - kje
Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.
(a)
Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - pje
Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.
(a)
Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - etje
Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.
(a)
Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - tje
Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.
(a)
Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van taxi.
meervoud: taxi's
verkleinvorm: taxi'tje
meervoud: taxies
verkleinvorm: taxietje
meervoud: taxi's
verkleinvorm: taxietje
meervoud: taxy's
verkleinvorm: taxietje
Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van A4.
meervoud: A4-en
verkleinvorm: A4-tje
meervoud: A4'ren
verkleinvorm: A4'tje
meervoud: A4'en
verkleinvorm: A4'tje
meervoud: A4'en
verkleinvorm: A4'etje
Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van knie
meervoud: knieën
verkleinvorm: knieetje
meervoud: kniën
verkleinvorm: knietje
meervoud: knieën
verkleinvorm: knie'tje
meervoud: knieën
verkleinvorm: knietje
