wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zelfstandige naamwoorden (les 1-3)

Total questions: 18

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Vul het ontbrekende woord in.

We gebruiken het (a)   om duidelijk te maken of het gaat om een welbepaalde of een willekeurige persoon of zaak.

2.

Vul het ontbrekende woord in.

(a)   lidwoorden maken duidelijk welke persoon of zaak je precies bedoelt.

3.

Vul het ontbrekende woord in.

Onbepaalde lidwoorden maken duidelijk dat je over iets of iemand (a)   spreekt.

4.

Vul het ontbrekende woord in.

Het ontkennend lidwoord ' (a)   ' duidt op de afwezigheid van iets of iemand of op ontkenning.

5.

Vul het ontbrekende woord in.

Het lidwoord geeft een woordgeslacht of (a)   van het woord aan.

- de-woorden zijn mannelijk of vrouwelijk

- het-woorden zijn onzijdig

6.

Duid aan wat past.

Het zelfstandig naamwoord 'klas' is ___

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

7.

Duid aan wat past.

Het zelfstandig naamwoord 'melodie' is ___

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

8.

Duid aan wat past.

Het zelfstandig naamwoord 'café' is ___

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

9.

Duid aan wat past.

Wanneer je het getal van 'klas' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:

a)

klinkerweglating

b)

medeklinker-verdubbeling

c)

meervoud op -en

d)

klemtoon op laatste 'ie'

10.

Duid aan wat past.

Wanneer je het getal van 'café' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:

a)

geen uitspraak-probleem

b)

uitspreekprobleem : + 's

c)

meervoud op -s

d)

meervoud op -en

11.

Duid aan wat past.

Wanneer je het getal van 'melodie' naar het meervoud verandert, pas je deze twee regels toe:

a)

meervoud op -s

b)

klemtoon niet op laatste 'ie' : + ¨en

c)

meervoud op -en

d)

klemtoon op laatste 'ie' : + ën

12.

Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - kje

Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.

(a)  

13.

Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - pje

Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.

(a)  

14.

Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - etje

Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.

(a)  

15.

Noteer een verkleinwoord met het achtervoegsel - tje

Kies voor één van deze woorden: haring, worm, bank, kom, doel.

(a)  

16.

Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van taxi.

a)

meervoud: taxi's

verkleinvorm: taxi'tje

b)

meervoud: taxies

verkleinvorm: taxietje

c)

meervoud: taxi's

verkleinvorm: taxietje

d)

meervoud: taxy's

verkleinvorm: taxietje

17.

Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van A4.

a)

meervoud: A4-en

verkleinvorm: A4-tje

b)

meervoud: A4'ren

verkleinvorm: A4'tje

c)

meervoud: A4'en

verkleinvorm: A4'tje

d)

meervoud: A4'en

verkleinvorm: A4'etje

18.

Duid het correcte vakje aan: meervoud en verkleinvorm van knie

a)

meervoud: knieën

verkleinvorm: knieetje

b)

meervoud: kniën

verkleinvorm: knietje

c)

meervoud: knieën

verkleinvorm: knie'tje

d)

meervoud: knieën

verkleinvorm: knietje