wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Theorie gelijkheden en ongelijkheden

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Als je in beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal optelt, heb je opnieuw een gelijkheid 

a)

Juist

b)

Fout

2.

Als je in beide leden van een ongelijkheid hetzelfde getal optelt, heb je opnieuw een ongelijkheid 

a)

Juist

b)

Fout

3.

Als we beide leden van een ongelijkheid vermenigvuldigen met een strikt positief reëel getal, dan verkrijg je een ongelijkheid in tegengestelde zin

a)

Juist

b)

Fout

4.

Als we beide leden van een ongelijkheid delen door een strikt positief reëel getal, dan verkrijg je een ongelijkheid in tegengestelde zin

a)

Juist

b)

Fout

5.

Als we beide leden van een gelijkheid vermenigvuldigen met of delen door een strikt negatief reëel getal, dan verkrijg je een gelijkheid in tegengestelde zin

a)

Juist

b)

Fout

6.

Als we beide leden van een ongelijkheid vermenigvuldigen met een strikt negatief reëel getal, dan verkrijg je een ongelijkheid in tegengestelde zin

a)

Juist

b)

Fout

7.

Als we beide leden van een ongelijkheid delen door een strikt negatief reëel getal, dan verkrijg je een ongelijkheid in tegengestelde zin

a)

Juist

b)

Fout

8.

Als je in beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal aftrekt, heb je opnieuw een gelijkheid

a)

Juist

b)

Fout

9.

Als je beide leden van een gelijkheid met hetzelfde getal vermenigvuldigt, heb je opnieuw een gelijkheid

a)

Juist

b)

Fout

10.

Als je beide leden van een gelijkheid met hetzelfde getal vermenigvuldigt, verschillend van nul, heb je opnieuw een gelijkheid

a)

Juist

b)

Fout

11.

Als je beide leden van een gelijkheid deelt door hetzelfde getal, heb je opnieuw een gelijkheid

a)

Juist

b)

Fout

12.

Als je beide leden van een gelijkheid deelt door hetzelfde getal, verschillend van nul, heb je opnieuw een gelijkheid

a)

Juist

b)

Fout

13.

De algebraïsche oplossing van een gelijkheid is een interval

a)

Juist

b)

Fout

14.

De algebraïsche oplossing van een ongelijkheid is een interval

a)

Juist

b)

Fout

15.

De grafische oplossing van een ongelijkheid is een getallenas (een lijn waarop ik altijd het nulpunt aanduid)

a)

Juist

b)

Fout

16.

De algebraïsche oplossingenverzameling van een ongelijkheid x>3x>3 staat tussen accolades

a)

Juist

b)

Fout

17.

De algebraïsche oplossing van een ongelijkheid is een interval tussen vierkante haakjes

a)

Juist

b)

Fout

18.

Als de oplossing x>3x>3 is, dan is de oplossingenverzameling V een interval dat begint met een haakje met benen naar rechts.

a)

Juist

b)

Fout

19.

Wanneer ik het oneindigteken \infty in mijn interval heb, dan staan de benen van het haakje bij oneindig altijd naar binnen.

a)

Juist

b)

Fout

20.

Wanneer ik het oneindigteken \infty in mijn interval heb, dan staan de benen van het haakje bij oneindig altijd naar buiten.

a)

Juist

b)

Fout

21.

Een gelijkheid die geen oplossing heeft (0x=5), noem ik een......................of een.............................vergelijking en stel ik voor met lege accolades

(a)  

22.

Een gelijkheid die oneindig veel oplossingen heeft (0x=0) noem ik een.............................of................................vergelijking en dan is V=R

(a)  

23.

Een ongelijkheid die geen oplossingen heeft dus V= Ø noem je een ................................of een..............................ongelijkheid

(a)  

24.

Een onbepaalde ongelijkheid heeft (a)   oplossingen en  V=R

25.

Wat betekent 'strikt' in de uitdrukking 'strikt negatief reëel getal?

(a)