wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voortplanting klas 2Basis

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

In de bijballen worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen.

a)

Ja

b)

Nee

2.
De prostaat voegt samen met de prostaat vocht toe aan de zaadcellen
a)
Juist
b)
Onjuist
3.

Iris had op 3 maart haar eerste dag van de menstruatie. Op welke dag zal haar eerstevolgende eisprong vermoedelijk zijn?

a)

14 maart

b)

16 maart

c)

31 maart

d)

24 maart

4.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Wanneer is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

Vlak na de menstruatie

b)

Vlak voor de menstruatie

c)

Vlak na de eisprong

d)

Vlak voor de eisprong

6.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

7.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
8.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

9.

is deze vrouw zwanger?

a)

ja

b)

nee

10.
Wat zijn primaire geslachtskenmerken?
a)
Geslachtskenmerken die later ontstaan
b)
Geslachtskenmerken die zichtbaar zijn bij de geboorte
c)
Geslachtskenmerken die zichtbaar worden tijdens de pubertijd
11.

er zijn primaire geslachtskenmerken die bij jongens en meiden hetzelfde zijn.

a)

juist

b)

onjuist

12.

Baardgroei is

a)

Primair geslachtskenmerk

b)

Secundair geslachtskenmerk

13.

De balzak is een voorbeeld van een

a)

Primair geslachtskenmerk

b)

Secundair geslachtskenmerk

14.
Waar vindt de bevruchting plaats?
a)
Baarmoeder
b)
Eierstok
c)
Baarmoederslijmvlies
d)
Eileider
15.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

16.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

17.

Wanneer je klaar bent voor seks, is voor iedereen anders

a)

waar

b)

niet waar

18.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

19.
 Met welke letter wordt de plek aangegeven waar een eicel wordt bevrucht?
a)
P
b)
Q
c)
S
d)
R
20.
Waar worden zaadcellen gemaakt?
a)
Bijbal
b)
Zwellichaam
c)
Teelbal
d)
Zaadleider
21.

Wanneer spreken we van een embryo

a)

Tijdens de hele zwangerschap

b)

Na drie maanden van de zwangerschap

c)

De eerste drie maanden van de zwangerschap

d)

Wanneer de baby geboren is

22.
Roken is minder erg dan drinken tijdens een zwangerschap.
a)
Onzin, beide zijn ontzettend schadelijk voor een ongeboren kind.
b)
Klopt.
23.

Welke volgorde van levensfasen klopt?

a)

Baby - peuter - kleuter - schoolkind

b)

Baby - kleuter - peuter - schoolkind

c)

Peuter - baby - schoolkind - kleuter

24.

Welke levensfase duurt tot je ongeveer 65 bent?

a)

Bejaarde

b)

Volwassene

c)

Puber

d)

Adolescent

25.

Wat is een foetus?

a)

Een embryo

b)

Een ongeboren baby vanaf 3 maanden van de zwangerschap tot aan de geboorte

c)

Een ongeboren baby tot aan 3 maanden van de zwangerschap

d)

Een baby

26.

Bevat de navelstreng bloedvaten?

a)

Ja

b)

Nee

27.

Krijgt de moeder via de placenta voedingsstoffen van het embryo?

a)

Ja

b)

Nee

28.

Waarom ligt een embryo in het vruchtwater?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Beschermd tegen stoten

b)

Helpt tegen uitdroging

c)

Gemakkelijker bewegen

d)

Oefenen voor zwemdiploma