wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat Taal in Beeld Blok 5 groep 6

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hij is amper weg. Dit betekent:

a)

Hij is al heel lang weg.

b)

Hij is samen met iemand weg.

c)

Hij is nog maar net weg.

d)

Hij komt nooit meer terug.

2.

Het feestje is helemaal spaak gelopen.

Dit betekent dat:

a)

Het een superleuk feest was!

b)

Het feestje helemaal mislukt is.

3.

Als je je geen vin kan verroeren dan...

a)

Kan je niet zwemmen.

b)

Kan je niet zwaaien.

c)

Kan je helemaal niet bewegen.

d)

Kan je heel goed dansen.

4.

Zij gaat als de bliksem naar de trein.

Dat betekent:

a)

Ze gaat heel snel naar de trein!

b)

Ze gaat heel langzaam naar de trein.

c)

Ze loopt normaal naar de trein.

d)

Ze gaat in het donker naar de trein.

5.

Als je op grote voet leeft, dan geef je veel geld uit.

Is dit de letterlijke of de figuurlijke betekenis?

a)

Letterlijke

b)

Figuurlijke

6.

Wat is een ander woord voor controleren?

a)

arresteren

b)

nakijken

c)

verliezen

d)

dansen

7.

Hij wil zijn leven wijden aan de muziek.

Wat betekent dit?

a)

Dat hij niks met muziek wil doen.

b)

Dat hij een muziekinstrument speelt

c)

Dat hij muziek wel ok vindt.

d)

Dat hij al zijn tijd wil besteden aan muziek.

8.

Iemand die muziekstukken bedenkt en opschrijft noem je een...

a)

componist

b)

dj

c)

machinist

d)

archeoloog

9.

Als je opeens erg goed luistert dan..

a)

Kijk je door een roze bril

b)

Leef je op grote voet

c)

Schud je iets uit je mouw

d)

Spits je je oren

10.

Een koprol is voor haar een koud kunstje!

Dat betekent:

a)

Ze vindt een koprol maken erg moeilijk.

b)

Ze vindt een koprol maken erg makkelijk.

c)

Ze vindt een koprol maken spannend.

d)

Ze vindt het te koud om een koprol te maken.

11.

Over de oorzaak van het ongeluk zullen we altijd in het duister tasten.

Dit betekent:

a)

Dat we precies weten wat er gebeurt is.

b)

Dat het erg donker was tijdens het ongeluk.

c)

Dat we het er nooit meer over mogen hebben.

d)

Dat we geen idee hebben wat de oorzaak was.

12.

Op het plaatje zie je iemand door een roze bril kijken. Is dit letterlijk of figuurlijk?

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

13.

Als je iemand signaleert betekent het dat je:

a)

Iemand opmerkt

b)

Iemand niet ziet

c)

Iemand hoort zingen

d)

Iemand ziet seinen

14.

Toen de politie eraan kwam, maakte de dief zich uit de voeten.

Wat deed de dief?

a)

De dief ging vechten

b)

De dief ging schoppen

c)

De dief bleef stil staan

d)

De dief vluchtte

15.

De prijsuitreiking was het hoogtepunt van de dag.

Wat betekent dit?

a)

De prijsuitreiking duurde erg lang.

b)

De prijsuitreiking was het leukste en belangrijkste moment.

c)

De prijsuitreiking was het minst leuke moment.

d)

De prijsuitreiking werd op de bovenverdieping gehouden.