wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2e klas - Water

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste verhouding tussen zout en zoet water?

a)

96% zout - 4% zoet

b)

97,5% zout - 2,5% zoet

c)

95,5% zout - 4,5% zoet

d)

99% zout - 1% zoet

2.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

Korte kringloop

b)

Lange kringloop

3.

Van de 2,5% zoet water zit .....% opgeslagen in ijskappen en gletsjers.

a)

25%

b)

31%

c)

69%

d)

75%

4.

Water in oceanen, zeeën, rivieren en meren noemen we (a)  

5.

Een gebied kan op verschillende manieren aan water komen,

welke hoort er NIET bij?

a)

Neerslag

b)

Verdamping

c)

Aanvoer van fossiel water

d)

Aanvoer uit andere gebieden

6.

Water in een aquifer is .....

a)

Vernieuwbaar water

b)

Niet-vernieuwbaar water

7.

In welke land zal in de zomer de nuttige neerslag het GROOTST zijn?

a)

Spanje

b)

Frankrijk

c)

Denemarken

8.

Welke TWEE overstromingsrisico's zijn van toepassing op Nederland?

a)

Rivier- en kustvlakten

b)

Ontbossing

c)

Tropische orkanen

d)

Verstening

9.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving: daling van het grondoppervlak.

4 lines
10.

Wanneer er te weinig is geïnvesteerd om water op de juiste plek te krijgen noemen we dat .....

4 lines
11.

Wat zijn twee voordelen van het aanleggen van een stuwdam?

a)

Mensen moeten gedwongen verhuizen.

b)

Er kan elektriciteit mee opgewekt worden.

c)

Er is een grote watervoorraad beschikbaar.

d)

Door sedimentatie slibt het stuwmeer dicht.

12.

Welke vorm van irrigatie is het meest duurzaam?

a)

Druppelirrigatie

b)

Geulirrigatie

c)

Beregening

13.

Waarom wordt de aarde gezien als een "blauwe" planeet?

4 lines
14.

Van welke oppervlaktes is verdamping mogelijk?

a)

Zee, sloten, meren, grondwater

b)

Zee, meren, rivieren, stranden

c)

Grondwater, zee, gletsjers, kanalen

d)

Meren, sloten, kanalen, gletsjers

15.

Stelling: Landijs komt zowel op de Noord- als Zuidpool voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Welke zin beschrijft de korte waterkringloop het beste?

a)

Zee-verdamping-waterdamp-condensatie-neerslag-zee

b)

Zee-verdamping-wind-neerslag-gletsjer-rivieren-zee

c)

Zee-verdamping-condensatie-wind-neerslag-zee

d)

Zee-verdamping-condensatie-wind-neerslag-rivieren-zee

17.

Welke soort rivier heeft het minste kans om droog te vallen?

a)

Gletsjerrivier

b)

Regenrivier

c)

Gemengde rivier

18.

De waterbalans wil zeggen dat je het hele jaar voldoende drinkwater

hebt in alle huishoudens van je land.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Wat bedoelen we met 'nuttige neerslag'?

4 lines
20.

Waar bevindt onze vernieuwbare voorraad aan water zich?

a)

Inde zeeën

b)

In het riool

c)

Bij het grondwater

d)

In bomen en planten (vegetatie)