Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Criminaliteit H1 t/m H5

Total questions: 21

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Geef een voorbeeld van een waarde.

(a)  

2.

In welk wetboek staat het misdrijf 'mishandeling'?

a)

Wetboek van Strafrecht

b)

Wet Wapens en Munitie

c)

Wegenverkeerswet

d)

Opiumwet

3.

In welk wetboek staat de overtreding 'rijden zonder helm'?

a)

Wetboek van Strafrecht

b)

Wet Wapens en Munitie

c)

Wegenverkeerswet

d)

Opiumwet

4.

Wat is een voorbeeld van een misdrijf?

a)

Burenoverlast

b)

Openbaar dronkenschap

c)

Wildplassen

d)

Diefstal

5.

Wat is de maximale straf bij een misdrijf?

(a)  

6.

Geef een voorbeeld van georganiseerde misdaad.

(a)  

7.

Leg uit waarom het lerarentekort een politiek probleem is.

4 lines
8.

Het boerenprotest is een sociaal probleem, leg dit uit aan de hand van een kenmerk.

4 lines
9.

Is hier sprake van .........?

a)

Materiële schade

b)

Immateriële schade

10.

Geef een voorbeeld van een immaterieel gevolg.

4 lines
11.

Leg uit in eigen woorden wat het begrip 'eigenrichting' inhoudt.

4 lines
12.

Bij welke theorie hoort de volgende uitspraak?

'Ik heb toch niets meer te verliezen'.

a)

Aangeleerd gedrag theorie

b)

Bindingstheorie

c)

Rationele keuze theorie

d)

Etikettentheorie

13.

Bij welke theorie hoort de volgende uitspraak?

'Drugshandel is snel geld verdienen'.

a)

Aangeleerd gedrag theorie

b)

Bindingstheorie

c)

Rationele keuze theorie

d)

Etikettentheorie

14.

Bij welke theorie hoort de volgende uitspraak?

'Eens een dief, altijd een dief'.

a)

Aangeleerd gedrag theorie

b)

Bindingstheorie

c)

Rationele keuze theorie

d)

Etikettentheorie

15.

Nederland is een rechtsstaat. Leg dit uit aan de hand van een kenmerk.

4 lines
16.

Welke macht heeft het parlement?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

17.

Welke personen hebben op landelijk niveau de uitvoerende macht?

(a)  

18.

Welk uitgangspunt van het strafrecht zorgt ervoor dat iemand de straf TBS krijgt opgelegd?

a)

Je kunt alleen gestraft worden voor iets wat volgens de wet strafbaar is.

b)

Er wordt gekeken naar noodweer of overmacht.

c)

Er wordt gekeken naar de achtergrond en persoonlijke eigenschappen.

d)

Er wordt gekeken naar de leeftijd.

19.

Noem een verschil tussen het volwassen strafrecht en een jeugdstrafrecht.

4 lines
20.

Waar kom je terecht als je vastgezet wordt, maar nog niet veroordeeld bent.

a)

Politiecel

b)

Huis van bewaring

c)

Gevangenis

d)

Penitentiaire inrichting

21.

Ook een verdachte heeft rechten. Zoals het recht om te zwijgen. Noem nog een ander voorbeeld van een recht dat een verdachte heeft.

(a)