wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Les 13: taalvariatie en stereotiepen herkennen (gedeeltelijk)

Total questions: 20

Worksheet time: 2hrs 35mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een 'anglofiel'? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Iemand die houdt van alles wat met Engeland te maken heeft.

b)

Iemand die houdt van de Engelse taal.

c)

Iemand die graag op reis gaat naar Engeland.

d)

Iemand die graag Engelse woorden gebruikt in het Nederlands.

2.

Wat is een leenwoord? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Een leenwoord is een woord dat aan een andere taal is ontleend.

b)

Leenwoorden zijn letterlijke vertalingen uit een andere taal.

c)

Direct (schrijfwijze onveranderd) of indirect (schrijfwijze aangepast) uit een andere taal overgenomen woorden.

d)

Leenwoorden zijn woorden die in meerdere talen hetzelfde betekenen.

3.

Teken het leenwoord uit het Engels 'pumps'

4.

Teken het leenwoord uit het Engels 'skateboard'

5.

Teken het leenwoord uit het Frans 'medaille'

6.

Teken het leenwoord uit het Frans 'trottoir'

7.

Lees het groene kader op p. 126.

Maak daarna je eigen taalportret (in volzinne) volgens het voorbeeld van Gad op p. 125.

Noteer minimum vijf zinnen!

4 lines
8.

Bekijk https://www.youtube.com/watch?v=JvwUhwUaBXo.

Vul hier de antwoorden in voor oef. 7 p. 127.

Neem ze ook over in je cursus!

4 lines
9.

Bekijk de eerste vijf minuten van volgend filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=CC92qMaVbTY en geef een aantal kenmerken van Karens Antwerps dialect (denk aan de luisterchallenge).

Nummer je antwoorden en noteer bij elk nummer iets over:

1) Werkwoorden

2) Klanken

3) Niet-standaardtalige woorden

4) Andere

4 lines
10.

Bekijk https://www.youtube.com/watch?v=rBWVqRfxvCc en geef een definitie voor stereotype.

4 lines
11.

Lees 'Hollands voor dummies' op p. 128-129 en beantwoord de eerste vraag.

Wat is de globale inhoud van de tekst?

Neem het correcte antwoord over in je cursus!

a)

Hoe herken je Nederlands dat in Nederland wordt gesproken?

b)

In Nederland wordt op een meer uitgesproken manier gepraat in vergelijking met in België; Nederlanders articuleren meer en beter.

c)

Hoe leer je Nederlands praten als de Nederlanders?

d)

Hoe leer je grapjes maken in het Nederlands?

12.

b. Een Nederlander praat anders dan een Vlaming. Welke tips somt de auteur op om als een Nederlander te spreken?

OOK AANVULLEN IN JE CURSUS!

Tip 1:

Tip 2:

Tip 3:

Tip 4:

Tip 5:

4 lines
13.

c. Wat zijn de valkuilen (= fouten die je kunt maken) bij de eerste en derde tip?

4 lines
14.

d. De onderstaande woorden staan in de tekst. Verklaar ze door naar de context te kijken of met behulp van Google of een woordenboek (https://www.vandale.be).

Nummer je antwoorden en vul in na '='.

1: De Noorderburen =

2: Zich voordoen =

3: Wanen =

4: Het stereotype =

5: Statistisch =

6: Het Repertoire =

7: Goedgelovig =

4 lines
15.

e. De auteur rondt de tekst af met enkele stereotyperingen.

- Wat typeert een Nederlander?

a)

Geen gevoel voor humor

b)

Kaas en stokbrood

c)

Liedjes van Marco Borsato en Frans Bauer meezingen

d)

Oranje kleren

16.

Bijvraag: ken je zelf nog een aantal stereotyperingen voor een Nederlander? Noteer er minimum drie!

4 lines
17.

Terug naar vraag e op p. 129.

- Wat typeert een Belg volgens de tekst 'Hollands voor dummies'?

a)

Alle Belgen eten graag frietjes

b)

Een Belg is gierig

c)

Belgen drinken graag bier

d)

Een Belg is goedgelovig

18.

Ken je nog enkele voorbeelden van stereotypes voor een Belg? Noteer er minimum drie!

4 lines
19.

Lees het groene kader op p. 130. Wat is het verschil tussen stereotype en stereotiep(e)?

4 lines
20.

Bekijk de foto's op p. 130. Als we ons laten leiden door stereotypen, welk beroep +(karakter)eigenschap zou je plaatsen bij elke persoon?

Nummer je antwoorden van 1-9.

Vb. 1: Lerares + serieus

2: ...

3: ...

4 lines