WorksheetsHoofdstuk 01 - Onderzoek van het verleden Updaten + Historisch referentiekader Deel 1
Total questions: 94
Worksheet time: 33mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het historisch referentiekader?
a)
Een hulpmiddel om beroemde mensen te herkennen.
b)
Een hulpmiddel om historische plekken te herkennen.
c)
Een hulpmiddel om je weg te vinden in de geschiedenis.
d)
Een hulpmiddel om bronnen te analyseren.
2.
Het historisch referentiekader kan je in vier onderverdelen.
a)
True
b)
False
3.
In hoeveel periodes is de tijdlijn ingedeeld?
a)
9
b)
6
c)
7
d)
8
4.
In welke tijdperiode leven wij?
a)
Moderne tijd
b)
Nieuwste tijd
c)
Prehistorie
d)
Hedendaagse tijd
5.
Wat bedoelen we met de term "ruimte"?
a)
Tijd
b)
Plaats
6.
Er zijn 4 domeinen.
a)
True
b)
False
7.
"Handel' hoort bij welk domein?
a)
Politiek
b)
Economisch
c)
Cultureel
d)
Sociaal
8.
De grotschilderingen vallen onder het domein "economisch".
a)
True
b)
False
9.
"Oorlogen" horen bij het domein "politiek".
a)
True
b)
False
10.
We delen de geschiedenis op in periodes. Hoeveel periodes/tijdvakken kennen we?
a)
5
b)
7
c)
6
d)
geen idee
11.
Welke schrijfwijze is correct?
a)
middenleeuwen
b)
middelleeuwen
c)
mideleeuwen
d)
middeleeuwen
12.
In welk jaar eindigen de middeleeuwen?
a)
476
b)
1453
c)
800
d)
1789
13.
Wat gebeurde er in 1453?
a)
Val van het west-Romeinse rijk
b)
Val van het noord-Romeinse rijk
c)
Val van het oost-Romeinse rijk
d)
Val van het zuid-Romeinse rijk
14.
In welke eeuw ligt het jaar 1453?
a)
13e eeuw
b)
14e eeuw
c)
15e eeuw
d)
2e millennium
15.
1789 is het jaar van de ...
a)
Franse Revolutie
b)
val van het oost-Romeinse rijk
c)
industriële revolutie
d)
start van de Tweede Wereldoorlog
16.
476 is jaar van de val van het west-Romeinse rijk. Welke periode eindigt er in dat jaar?
a)
oude nabije oosten
b)
klassieke oudheid
c)
middeleeuwen
d)
vroegmoderne tijd
17.
In welke eeuw eindigde de klassieke oudheid?
a)
8e eeuw v.C.
b)
4e eeuw
c)
5e eeuw
d)
7e eeuw
18.
Waar (true) of niet waar (false)? De middeleeuwen is de langste periode uit de geschiedenis?
a)
True
b)
False
19.
De moderne tijd begint in ...
a)
476
b)
1453
c)
1789
d)
1945
20.
Na Donald Trump is Joe Biden verkozen tot 46e president van de Verenigde Staten. Dit is een voorbeeld van ...
a)
Continuïteit
b)
Verandering
21.
In 2012 volgde Obama zichzelf op als president. Dit is een voorbeeld van ...
a)
continuïteit
b)
discontinuïteit
22.
Onlangs besloot de regering om de herfstvakantie te verlengen. Dit is een voorbeeld van ...
a)
continuïteit
b)
discontinuïteit
23.
Deze afbeelding is een voorbeeld van ...
a)
continuïteit
b)
discontinuïteit
24.
Tot welk domein behoren de presidenten van Amerika?
a)
sociale domein
b)
economische domein
c)
politieke domein
d)
culturele domein
25.
Tot welk domein horen deze typische Amerikaanse gerechten?
a)
sociale domein
b)
economische domein
c)
politieke domein
d)
culturele domein
26.
Deze protest beweging heeft te maken met het ...
a)
sociale domein
b)
economische domein
c)
politieke domein
d)
culturele domein
27.
Tot welk domein behoort deze afbeelding?
a)
sociale domein
b)
economische domein
c)
politieke domein
d)
culturele domein
28.
Tot welk domein behoort deze tekening?
a)
sociale domein
b)
economische domein
c)
politieke domein
d)
culturele domein
29.
Deze kaart is een voorbeeld van een ...
a)
historische kaart
b)
aardrijkskundige kaart
30.
Welke ruimte beschrijft de onderstaande kaart het beste?
a)
lokale ruimte
b)
regionale ruimte
c)
continentale ruimte
d)
globale ruimte
31.
Deze afbeelding is een voorbeeld van ...
a)
een legende
b)
een windroos
c)
een schaal
d)
een titel
32.
Welke beschrijving geeft het beste de foto weer?
a)
gesloten ruimte, ruraal
b)
open ruimte, stedelijk
c)
open ruimte, ruraar
d)
gesloten ruime, stedelijk
33.
Dit is een voorbeeld van een ...
a)
continentale ruimte
b)
maritieme ruimte
c)
regionale ruimte
d)
globale ruimte
34.
Welke soort bron zie je hier?
a)
(audio)visuele bron
b)
materiële bron
c)
mondelinge bron
d)
geschreven bron
35.
Soort bron?
a)
materiële bron
b)
geschreven bron
c)
mondelinge bron
d)
(audio)visuele bron
36.
Soort bron?
a)
geschreven bron
b)
materiële bron
c)
(audio)visuele bron
d)
mondelinge bron
37.
Soort bron? (Protest tegen kinderarbeid in Engeland, ca. 1820)
a)
materiële bron, primair
b)
visuele bron, secundair
c)
visuele bron, primair
d)
materiële bron, secundair
38.
Uit welke eeuw dateert deze foto? Protest tegen kinderarbeid, ca. 1820
a)
18e eeuw
b)
19e eeuw
39.
In welk tijdvak situeren we deze foto?
a)
vroegmoderne tijd
b)
moderne tijd
c)
hedendaagse tijd
d)
verleden
40.
Historische periode?
a)
Oude Nabije Oosten
b)
Prehistorie
c)
Middeleeuwen
d)
Klassieke Oudheid
41.
De moderne tijd begint in ...
a)
476
b)
1453
c)
1789
d)
1945
42.
Welke jaartallen horen bij de periode Vroegmoderne tijd?
a)
3000 v.C. - 500 n.C.
b)
1500 tot 1800
c)
1800 tot nu
d)
500 tot 1500
43.
Tot welk domein van een beschaving uit de bronstijd hoort. Men had meer tijd om zich te specialiseren in ambachten.
a)
Sociaal domein
b)
Cultureel domein
c)
Politiek domein
d)
Economisch domein
44.
Deze kaart is een voorbeeld van een ...
a)
historische kaart
b)
aardrijkskundige kaart
45.
Historische periodes duren even lang
a)
True
b)
False
46.
Historische periode?
a)
Middeleeuwen
b)
Klassieke Oudheid
c)
Prehistorie
d)
Oude Nabije Oosten
47.
Historische periode?
a)
oude nabije oosten
b)
klassieke oudheid
c)
prehistorie
d)
nieuwe tijd
48.
Historische periode?
a)
Eigen tijd
b)
Nieuwste Tijd
c)
Nieuwe tijd
d)
Prehistorie
49.
Historische periode?
a)
Nieuwe Tijd
b)
Klassieke oudheid
c)
Nieuwste Tijd
d)
Middeleeuwen
50.
Historische periode?
a)
Middeleeuwen
b)
Eigen Tijd
c)
Klassieke Oudheid
d)
Nieuwe Tijd
51.
Historische periode?
a)
Nieuwste Tijd
b)
Nieuwe Tijd
c)
Eigen Tijd
d)
Prehistoris
52.
Historische periode?
a)
Nieuwe Tijd
b)
Middeleeuwen
c)
Klassieke Oudheid
d)
Oude Nabije Oosten
53.
Historische periode?
a)
Nieuwe Tijd
b)
Klassieke Oudheid
c)
Middeleeuwen
d)
Nieuwste Tijd
54.
Historische periode?
a)
Middeleeuwen
b)
Nieuwe Tijd
c)
Klassieke Oudheid
d)
Nieuwste Tijd
55.
Historische periode?
a)
Oudste Tijden
b)
Prehistorie
c)
Middeleeuwen
d)
Klassieke Oudheid
56.
Geef de passende historische periode.
a)
? - 3500 v.C.
b)
476 n.C. - 1453
c)
3500 v.C. - 800 v.C.
d)
800 v.C. - 476 n.C.
57.
Welke periode?
a)
Nieuwste Tijd
b)
Prehistorie
c)
Klassieke Oudheid
d)
Oude Nabije Oosten
58.
Welke periode?
a)
Klassieke Oudheid
b)
Oude Nabije Oosten
c)
Eigen Tijd
d)
Prehistorie
59.
Uit welke historische periode komt dit tafereel ?
a)
prhistorie/oudheid
b)
nieuwe tijden
c)
middeleeuwen
d)
onze tijd
60.
Welke historische periode herken je op deze foto?
a)
prehistorie
b)
oudheid
c)
middeleeuwen
d)
nieuwe tijden
61.
Wat is geen historische bron?
a)
Muurschildering in Pompeii uit het jaar 79
b)
Krant van vandaag
c)
Een skelet van 1000 jaar oud
d)
Gasmasker uit de Eerste Wereldoorlog
62.
Een periode van 100 jaar noemen we een...
a)
decennium
b)
millennium
c)
tijdperk
d)
eeuw
63.
Tot welke periode hoort deze bron?
a)
Eigen tijd
b)
Nieuwste tijd
c)
Nieuwe tijd
64.
Een historische bron is representatief als.........
a)
Hij betrouwbaar is
b)
Hij controleerbaar is.
c)
Hij de mening van de meerderheid weergeeft.
d)
Het uit de tijd zelf is.
65.
Wat is een historische bron?
a)
iets uit het verleden waaruit je informatie kan halen
b)
een boek over een historisch onderwerp
c)
iets uit het heden dat informatie geeft over het verleden
d)
een film over een historisch onderwerp
66.
Een historische bron is representatief als.........
a)
Hij betrouwbaar is
b)
Hij controleerbaar is.
c)
Hij de mening van de (toenmalige) meerderheid weergeeft.
d)
Hij uit de tijd komt waarnaar je onderzoek doet.
67.
Een historische bron is primair als.........
a)
deze net na de tijd komt waarnaar je onderzoek doet.
b)
deze controleerbaar is.
c)
deze de mening van de (toenmalige) meerderheid weergeeft.
d)
deze direct uit de tijd komt waarnaar je onderzoek doet.
68.
Geef de historische periodes in chronologische volgorde.
a)
Prehistorie/Oudheid,Middeleeuwen, Nieuwe Tijden,Onze Tijden
b)
Onze Tijden,Nieuwe Tijden,Middeleeuwen,Prehistorie/ Oudheid
c)
Oudheid/Prehistorie,Middeleeuwen,Nieuwe Tijden,Onze Tijden
d)
Prehistorie/Oudheid,Middeleeuwen,Onze Tijden,Nieuwe Tijden
69.
Hier zien jullie een voorbeeld van een historische bron.
a)
True
b)
False
70.
Welke jaartallen horen bij de periode Vroegmoderne tijd?
a)
3000 v.C. - 500 n.C.
b)
1500 tot 1800
c)
1800 tot nu
d)
500 tot 1500
71.
Wat zijn de vier maatschappelijke domeinen?
a)
Economisch, cultureel, politiek en sociaal
b)
Economisch, cultureel, politiek, ecologisch en sociaal
c)
Ecologisch, cultureel, politiek en sociaal
d)
Economisch, cultureel, politiek en asociaal
72.
De schildering uit Pompei is een voorbeeld van een historische bron
a)
True
b)
False
73.
De studie van belangrijke historische feiten voor het ontwikkelen van geschreven taal...
a)
v.Chr.
b)
prehistorie
c)
n.Chr
d)
geschiedenis
74.
Voor je historische kritiek toepast op een primaire bron moet je eerst de historische ...
a)
handelingen begrijpen
b)
feiten begrijpen
c)
context begrijpen
d)
oorzaken begrijpen
75.
De periode van het Oude Nabije Oosten eindigt ca. 800 v.C.
a)
True
b)
False
76.
Aan welke historisch periode denk je bij het zien van deze trailer?
a)
nieuwe tijden
b)
middeleeuwen
c)
oudheid
d)
prehistorie
77.
Historische periode?
a)
Nieuwe Tijd
b)
Klassieke Oudheid
c)
Middeleeuwen
d)
Nieuwste Tijd
78.
Historische periode?
a)
Vroegmoderne tijd
b)
Middeleeuwen
c)
Klassieke Oudheid
d)
Oude Nabije Oosten
79.
Geef de passende historische periode.
a)
? - 3500 v.C.
b)
476 n.C. - 1453
c)
3500 v.C. - 800 v.C.
d)
800 v.C. - 476 n.C.
80.
Wat was de eerste historische periode?
a)
De oudheid
b)
De nieuwe tijden
c)
De middeleeuwen
d)
De prehistorie
81.
Bij welk domein hoort de afbeelding?
a)
Economisch
b)
Cultureel
c)
Sociaal
d)
Politiek
82.
"Godsdienst" hoort bij het volgende domein:
a)
Cultuur
b)
Politiek
c)
Economie
d)
Geen van bovenstaande
83.
Bij welk domein hoort deze afbeelding?
a)
Economisch
b)
Politiek
c)
Cultureel
d)
Sociaal
84.
Bij welk domein hoort deze afbeelding?
a)
Economisch
b)
Politiek
c)
Sociaal
d)
Cultureel
85.
Bij welk domein hoort deze afbeelding?
a)
Sociaal
b)
Economisch
c)
Cultureel
d)
Politiek
86.
Wat zijn de maatschappelijke domeinen van de samenleving?
a)
Politiek, sociaal, economisch en cultureel
b)
Politiek, sociaal, ecologisch en cultureel
c)
Politiek, asociaal, economisch en cultureel
d)
Politiek, sociaal, economisch en procentueel
87.
Wat hoort NIET bij het sociale domein?
a)
Ongelijkheid
b)
Gelijkheid
c)
Verkiezingen
d)
Broers, zussen, neven en nichten
88.
Wat hoort NIET bij het economische domein?
a)
Geld
b)
Een café
c)
Goden
d)
Industrie
89.
Wat behoort NIET tot het culturele domein?
a)
De kunstwerken van een land
b)
De godsdiensten van een land (christendom, islam...)
c)
De architectuur van een land (verschillende gebouwen)
d)
De munteenheid van een land (bijvoorbeeld de Euro)
90.
Wat behoort NIET tot het culturele domein?
a)
De kunstwerken van een land
b)
De godsdiensten van een land (christendom, islam...)
c)
De architectuur van een land (verschillende gebouwen)
d)
De munteenheid van een land (bijvoorbeeld de Euro)
91.
Over welk domein van de samenleving gaat het hier?
a)
Economisch
b)
Politiek
c)
Cultuur
d)
Klassieke oudheid
92.
Welk begrip hoort niet thuis bij het economisch domein?
a)
Bijbel
b)
Flatgebouw
c)
Cornflakes
d)
Vismarkt
93.
Wat wordt bedoeld met historische tijd?
a)
het aantal woorden in een boek
b)
het aantal bladzijdes van een boek
c)
de tijd die in het verhaal verloopt (bijv. 12 jaar)
d)
de tijd of periode waarin het verhaal zich afspeelt
94.
Welke ruimte beschrijft de onderstaande kaart het beste?
a)
lokale ruimte
b)
regionale ruimte
c)
continentale ruimte
d)
globale ruimte
100 %
