wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhaling Nederlands 2A Pasen

Total questions: 72

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Is deze zin actief of passief?

"Korneliya wordt weggeblazen door de wind."

a)

Actief

b)

Passief

2.

Is deze zin actief of passief?

"Ik word heel boos op jou."

a)

Actief

b)

Passief

3.

Is deze zin actief of passief?

"Ik ben lang bij haar gebleven."

a)

Actief

b)

Passief

4.

Is deze zin actief of passief?

"Selim is naar huis gebracht door hem."

a)

Actief

b)

Passief

5.

Zit er in deze zin een HV? Typ het HV of / als er geen is.

"Het blad wordt doorgegeven door de jongen."

(a)  

6.

Zit er in deze zin een HV? Typ het HV of / als er geen is.

"Hij is ziek door de regen."

(a)  

7.

Zit er in deze zin een HV? Typ het HV of / als er geen is.

"Ze wordt gedragen door die man."

(a)  

8.

Zit er in deze zin een HV? Typ het HV of / als er geen is.

"Door de storm sluiten de scholen eerder."

(a)  

9.

Maak van deze een actieve zin. Let op je spelling (hoofdletters en leestekens).

"Een verhaaltje werd voorgelezen door moeder."

(a)  

10.

Vul het goede voorzetsel in:

Bij gebrek ___________belangstelling werd de reis uitgesteld.

a)

voor

b)

bij

c)

naar

d)

aan

11.

Vul het goede voorzetsel in.

De schuldige werknemer werd ______ staande voet ontslagen.

a)

met

b)

op

c)

naast

d)

tussen

12.

Vul het goede voorzetsel in.

Kinderen laten zich gemakkelijk ________ een aankoop verleiden.

a)

in

b)

tot

c)

voor

d)

met

13.

Vul het goede voorzetsel in.

De leerlingen keken verlangend uit ________ de vakantie.

a)

in

b)

met

c)

naar

d)

voor

14.

Vul het goede voorzetsel in.

We zouden meer rekening moeten houden _______ elkaar.

a)

voor

b)

aan

c)

achter

d)

met

15.

Vul het goede voorzetsel in.

De docent twijfelt er niet ______ dat de leerling iets in zijn schild voert.

a)

voor

b)

aan

c)

voor

d)

tussen

16.

Vul het goede voorzetsel in.

Het bezoek had behoefte _______ een kop koffie.

a)

voor

b)

aan

c)

in

d)

af

17.

Vul het goede voorzetsel in.

Klaas stoorde zich _______ de drukte in de klas.

a)

voor

b)

met

c)

in

d)

aan

18.

Vul het goede voorzetsel in.

De leerlingen klagen ___ alle taken.

a)

aan

b)

voor

c)

met

d)

over

19.

Vul het goede voorzetsel in.

Heb jij veel vat ___ dat meisje?

a)

aan

b)

voor

c)

met

d)

op

20.

Vul het goede voorzetsel in.

Breek je hoofd niet zo ___ die resultaten.

a)

op

b)

in

c)

tussen

d)

over

21.

Vul het goede voorzetsel in.

Is die zalf bestand ___ deze hitte?

a)

op

b)

in

c)

voor

d)

tegen

22.

Vul het goede voorzetsel in.

Ik droom elke nacht ___ hem.

a)

met

b)

over

c)

bij

d)

tegen

23.

Vul het goede voorzetsel in.

Die leugen komt wel snel ___ het licht.

a)

aan

b)

voor

c)

in

d)

met

24.

Vul het goede voorzetsel in.

Ze lijdt al een tijdje ___ deze ziekte.

a)

aan

b)

onder

c)

in

d)

met

25.

Duid aan welk woord juist is geschreven.

a)

ski-instructeur

b)

skiles

c)

privéeiland

d)

zonne-energie

26.

Duid aan welk woord fout is geschreven.

a)

privé-les

b)

privé-eiland

c)

zonne-energie

d)

zonneenergie

27.

Schrijf het foute woord correct. (kopieen)

(a)  

28.

Welke woorden spreek je fout uit zonder trema?

a)

financiële

b)

onderzeeër

c)

conciërge

29.

Zet een trema op de juiste plaats. (Een hamburger uit de Quick heeft veel calorieen)

(a)  

30.

1 woord is fout. Duid aan.

a)

knieën

b)

patienten

c)

biografieën

d)

poriën

31.

Welke samenstellingen zijn fout geschreven? Duid aan.

a)

solo-optreden

b)

luxeuitvoering

c)

milieu-impact

d)

radiooproep

32.

Herschrijf het woord zoals het moet. (west vlaanderen)

(a)  

33.

Herschrijf het woord op de correcte manier. (50 plusser)

(a)  

34.

Is het juist of fout? De hortensias in de tuin zijn erg mooi dit jaar.

a)

juist

b)

fout

35.

Moet de s aan of af het woord worden geschreven? Is de volgende zin juist of fout? Jokes trui was erg cool.

a)

Het is goed.

b)

Het is fout.

36.

Ik vind dat baby's veel te veel huilen. Werd het onderstreepte woord juist geschreven of niet?

a)

juist

b)

fout

37.

Max' s nieuwe koffiebar is zeer succesvol. Fout of juist?

a)

juist

b)

fout

38.

'kmaak nog veel fouten in dictees. Werd het onderstreepte juist geschreven of niet?

a)

neen, onjuist

b)

jazeker

39.

In 't verslag stond niet veel goeds. Is het onderstreepte juist of fout?

a)

fout

b)

juist

40.

Tijdens de les had ik plots een déjà vu. Werd het onderstreepte goed geschreven?

a)

ja

b)

nee

41.

In het depot werden tientallen radios teruggevonden. Fout of juist?

a)

juist

b)

fout

42.

Renés auto rijdt nog steeds goed. Goed geschreven of fout?

a)

goed

b)

fout

43.

Tante's stoofpot is de beste! Werd het onderstreepte woord goed gespeld?

a)

nee, fout

b)

ja, het is goed

44.

Je moet die gast niet au sérieux nemen. Is het onderstreepte goed of fout?

a)

fout

b)

goed

45.

Theos vriend zei niks. Juist of fout?

a)

fout du-uh

b)

goed

46.

In vergelijking met mijn broer en zus, ben ik heel slim.

(a)  

47.

Het hoofdstuk van de hoofdletters in jullie werkboek loopt van pagina 266 tot en met 268.

(a)  

48.

Ik zou echt wel een nieuwe personal computer kunnen gebruiken voor al deze online opdrachten.

(a)  

49.

Later zou ik graag bij de Vlaamse Radio en Televisieomroep gaan werken.

(a)  

50.

Ik wil graag een televisie op mijn slaapkamer.

(a)  

51.

Ik heb circa twee uur bezig geweest aan die taak.

(a)  

52.

Je kan eventueel ook een mailtje sturen naar je leerkracht.

(a)  

53.

Mijn ouders noemen me altijd de benjamin. Ik ben namelijk de jongste thuis.

(a)  

54.

V.l.n.r. zie je mijn papa, mijn broertje, mijn oma en mezelf.

(a)  

55.

Ik ga goeie punten halen. Ik ben nl. een goeie student!

(a)  

56.

Ik heb vorige week ingenieur Frencken geïnterviewd.

(a)  

57.

Kunnen wij hier in euro betalen?

(a)  

58.

Welk soort zin zie je hier?

a)

een mededeling

b)

een vraag

c)

een uitroep

d)

een bevel

59.

Welk soort zin zie je hier?

a)

een mededeling

b)

een vraag

c)

een bevel

d)

een uitroep

60.

Welk soort zin zie je hier?

a)

een bevel

b)

een uitroep

c)

een vraag

d)

een mededeling

61.

Welk soort zin is dit?

a)

een uitroep

b)

een bevel

c)

een mededeling

d)

een vraag

62.

Welk leesteken hoort op het einde van deze zin?

"Mijn mama maakt vanavond spaghetti"

a)

.

b)

?

c)

!

63.

Welk leesteken hoort op het einde van deze zin?

"Welk weer zal het maandag zijn"

a)

.

b)

?

c)

!

64.

Welk leesteken hoort op het einde van deze zin?

"Neem je rekenboek"

a)

.

b)

!

c)

?

65.

Welk leesteken hoort op het einde van deze zin?

"Joepie, zaterdag ben ik jarig"

a)

?

b)

!

c)

.

66.

Welk leesteken hoort bij een vraag?

a)

.

b)

?

c)

!

67.

Welk leesteken hoort bij een bevel en een uitroep?

a)

.

b)

!

c)

?

68.

Welk leesteken hoort bij een mededeling?

a)

!

b)

.

c)

?

69.

Welk teken is dit?

?

a)

een vraag

b)

een vraagteken

c)

een uitroepteken

d)

een komma

70.

Welk teken is dit?

.

a)

een mededeling

b)

een punt

c)

een vraag

d)

een vraagteken

71.

Welk teken is dit?

!

a)

een uitroep

b)

een punt

c)

een vraagteken

d)

een uitroepteken

72.

Wat is de juiste naam voor deze tekens?

. ? !

a)

leestekens

b)

hoofdletters

c)

vragen

d)

tekentjes