wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

signaalwoorden / functiewoorden

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welk functiewoord past bij de onderstaande omschrijving?

De schrijver stelt een feit of verschijnsel vast, hij doet een bepaalde waarneming. Soms beschrijft hij het verschijnsel ook.

a)

Aanleiding

b)

Hypothese

c)

Conclusie

d)

Constatering

2.

Welk functiewoord past bij de onderstaande omschrijving?

De schrijver heeft bijvoorbeeld voor- en nadelen gegeven of voor- en tegenargumenten. Nu moet hij bepalen wat het belangrijkste is, voordat hij een conclusie trekt.

a)

Afweging

b)

Veronderstelling

c)

Voorbehoud

d)

Vergelijking

3.

Welk functiewoord past bij de onderstaande omschrijving?

De schrijver veronderstelt iets wat hij nog moet gaan bewijzen.

a)

Probleemstelling

b)

Hypothese

c)

Voorbehoud

d)

Nuancering

4.

Is het onderstaande woord een signaalwoord of een functiewoord?

bovendien

a)

Signaalwoord

b)

Functiewoord

5.

Is het onderstaande woord een signaalwoord of een functiewoord?

constatering

a)

Signaalwoord

b)

Functiewoord

6.

Welk functiewoord past bij de onderstaande omschrijving?

De schrijver geeft een verfijning in de uitleg of zwakt een standpunt iets af met behulp van details.

a)

Nuancering

b)

Relativering

c)

Bewijsvoering

d)

Karakterisering

7.

Welk functiewoord past bij de onderstaande omschrijving?

De schrijver noemt een actuele gebeurtenis die de auteur gebruikt om zijn tekst aan op te hangen.

a)

Anekdote

b)

Ontkrachting

c)

Aanleiding

d)

Karakterisering

8.

Bij welk tekstverband past het onderstaande signaalwoord?

doordat

a)

redengevend verband

b)

opsommend verband

c)

uitleggend verband

d)

oorzakelijk verband

9.

Bij welk tekstverband past het onderstaande signaalwoord?

ter illustratie

a)

chronologisch verband

b)

tegenstellend verband

c)

toelichtend verband

d)

voorwaardelijk verband

10.

Bij welk tekstverband past het onderstaande signaalwoord?

mits

a)

oorzakelijk verband

b)

doel-middelverband

c)

voorwaardelijk verband

d)

samenvattend verband

11.

Welk functiewoord past het beste bij de omschrijving?


De schrijver vertelt een kort, kenmerkend of grappig verhaal. Vaak als introductie van een probleem of verschijnsel.

a)
anekdote
b)
karakterisering
c)
verklaring
d)
toelichting
12.

Welk functiewoord past het beste bij de omschrijving? De schrijver vergelijkt argumenten, voor- en nadelen of mogelijke oplossingen, gevolgd door een weloverwogen eindoordeel.

a)

constatering

b)

argument

c)

oorzaak

d)

afweging