wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarneming en gedrag bs 1t/,4

Total questions: 44

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een prikkel?

a)

iets waar een zintuig op reageert

b)

een elektrisch signaal die over de zenuwen naar de hersen gaat.

c)

Een signaal van je zintuigen naar je hersenen

2.

Wat is de prikkel voor de ogen

a)

licht

b)

geluid

c)

geur

d)

smaak

e)

kou , warmte , aanraking, druk, pijn

3.

Wat is de prikkel voor de oren

a)

licht

b)

geluid

c)

geur

d)

smaak

e)

kou , warmte , aanraking, druk, pijn

4.

Wat is de prikkel voor de neus

a)

licht

b)

geluid

c)

geur

d)

smaak

e)

kou , warmte , aanraking, druk, pijn

5.

Wat is de prikkel voor de tong

a)

licht

b)

geluid

c)

geur

d)

smaak

e)

kou , warmte , aanraking, druk, pijn

6.

Wat is de prikkel voor de huid

a)

licht

b)

geluid

c)

geur

d)

smaak

e)

kou , warmte , aanraking, druk, pijn

7.

Welke zintuig hoort bij de prikkel lichte aanraking?

(a)  

8.

Het seintje dat via de zenuwen naar de hersenen gaat noemen we een

(a)  

9.

De (a)   geven de impulsen door aan de hersenen

10.

Waar wordt je, je bewust van een prikkel? In de (a)  

11.

De hoornlaag bestaat uit:

a)

dode huidcellen

b)

levende cellen

12.

De kiemlaag bestaat uit:

a)

dode huidcellen

b)

levende cellen

13.

Waar of niet waar? In de Kiemlaag bevinden zich de zintuigen

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Waar of niet waar? In de lederhuid bevinden zich de zintuigen

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Waar of niet waar? In de lederhuid bevinden zich bloedvaten

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Bij een tatoeage wordt de inkt aangebracht in de opperhuid.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Beschermt het lichaam tegen beschadiging, uitdroging en ziekteverwekkers

a)

Talg

b)

Zweet

c)

hoornlaag

d)

kiemlaag

18.

Hier worden cellen voor de hoornlaag gemaakt

a)

Talg

b)

Zweet

c)

hoornlaag

d)

kiemlaag

19.

Hierdoor koelt het lichaam af

a)

Talg

b)

Zweet

c)

hoornlaag

d)

kiemlaag

20.

Houdt de haren en de hoornlaag soepel

a)

Talg

b)

Zweet

c)

hoornlaag

d)

kiemlaag

21.

Hoe noemen we onderdeel 2

a)

gehoorgang

b)

oorschelp

c)

oorlelletje

d)

Oorsmeerkliertjes

22.

Hoe noemen we onderdeel 4

a)

gehoorgang

b)

trommelvlies

c)

gehoorbeentjes

d)

gehoorvlies

23.

Hoe noemen we onderdeel 6 + 7+ 8

a)

oorschelp

b)

slakkenhuis

c)

gehoorbeentjes

d)

gehoorvlies

24.

Hoe noemen we onderdeel 10

a)

oorschelp

b)

slakkenhuis

c)

rondje van Eustachius

d)

oorzenuw

25.

Hoe noemen we onderdeel 12

a)

Buis van Eustachius

b)

slakkenhuis

c)

rondje van Eustachius

d)

oorzenuw

26.

Hoe noemen we onderdeel 11

a)

Buis van Eustachius

b)

slakkenhuis

c)

gehoorzenuw

d)

oorzenuw

27.

Waar of niet waar. De oorsmeer zorgt ervoor dat het trommelvlies soepel blijft

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Waar of niet waar. Je hebt verschillende kleuren pupillen.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Waar of niet waar. Het harde oogvlies is het witte deel van je oog.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

De oogleden beschermen

a)

tegen fel licht

b)

tegen vuil en vliegjes

c)

tegen zweet

31.

De wenkbrauwen beschermen

a)

tegen fel licht

b)

tegen vuil en vliegjes

c)

tegen zweet

32.

De wimpers beschermen

a)

tegen fel licht

b)

tegen vuil en vliegjes

c)

tegen zweet

33.

Hoe noem je onderdeel 2

a)

Hoornvlies

b)

Harde oogvlies

c)

Netvlies

d)

vaatvlies

34.

Hoe noem je onderdeel 5

a)

Hoornvlies

b)

Harde oogvlies

c)

Netvlies

d)

vaatvlies

35.

Hoe noem je onderdeel 8

a)

Hoornvlies

b)

Harde oogvlies

c)

Netvlies

d)

vaatvlies

36.

Hoe noem je onderdeel 7

a)

Hoornvlies

b)

Harde oogvlies

c)

Netvlies

d)

Vaatvlies

37.

Hoe noem je onderdeel 3

a)

Lens

b)

Pupil

c)

Iris

38.

Hoe noem je onderdeel 4

a)

Lens

b)

Pupil

c)

Iris

39.

Hoe noem je onderdeel 9

a)

gele vlek

b)

blinde vlek

c)

oogzenuw

d)

lichtzenuw

40.

Hoe noem je onderdeel 6

a)

gele vlek

b)

blinde vlek

c)

glasachtiglichaam

d)

doorzichtig lichaam

41.

Het witte gedeelte van het oog noem je het (a)  

42.

Waar in het oog liggen de zintuigcellen?

(a)  

43.

Bij het oog gaan impulsen naar de hersenen, door de (a)  

44.

Teken de stapjes van Prikkel tot hersenen.