Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 6: Papieren

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Vacatures voor studentenjobs vind je tegenwoordig enkel nog online.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Welke website kan je raadplegen om een studentenjob te vinden?

a)

VAB

b)

student@work

c)

VDAB

d)

work@student

3.

"Amerikanen eten graag fastfood"

Dit is een voorbeeld van een:

a)

vooroordeel

b)

stereotype

c)

discriminatie

d)

groepsdruk

4.

Een negatieve mening hebben over iemand die je niet kent

=

a)

Vooroordeel

b)

Stereotype

c)

Discriminatie

d)

Groepsdruk

5.

Iemand uitsluiten omdat hij of zij anders is dan jij in gedachten hebt

=

a)

Groepsdruk

b)

Stereotype

c)

Vooroordeel

d)

Discriminatie

6.

Vanaf welke leeftijd mag je officieel werken in België?

a)

14

b)

15

c)

16

d)

17

e)

18

7.

Wat biedt sociale zekerheid voor elke Belg?

a)

Een goede gezondheid

b)

Solidariteit

c)

Financiële bescherming

d)

Een uitkering

8.

Het bedrag verminderd met de belastingen/ sociale zekerheidsbijdragen, het bedrag dat op je rekening verschijnt =

a)

Brutoloon

b)

Nettoloon

9.

Het totale bedrag van je loon =

a)

Brutoloon

b)

Nettoloon

10.

Wat betekent solidariteit?

a)

een gevoel van een-zijn met anderen.

b)

Een groeipakket of kindergeld.

c)

Dat je gebruik mag maken van de sociale zekerheid.

d)

Dat je belastingen betaalt.

11.

Wie in het zwart werkt is ….

a)

niet solidair

b)

solidair

12.

Vul aan.

De Belgische sociale zekerheid garandeert elke Belg ...

a)

Financiële bescherming

b)

solidariteit

c)

een contract

d)

een reglement

13.

Mag je als student 's nachts werken?

a)

Ja

b)

Neen

14.

Wat is een werkpostiche?

a)

Een samenvatting van je werkuren.

b)

Een samenvatting van maatregelen die je beschermen tegen risico's.

c)

Een samenvatting van wat je op een dag gedaan hebt.

d)

Een samenvatting van je resultaten over een hele maand of een heel jaar.

15.

Een ander woord voor franchise is vrijstelling. Voor wie is deze vrijstelling?

a)

verzekeringnemer

b)

verzekeraar