wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3M H5 Is er werk voor jou? ED 7

Total questions: 73

Worksheet time: 2hrs 13mins

Name
Class
Date
1.
Als je werkloos bent kun je je inschrijven bij het
a)
VWU
b)
VUW
c)
WVU
d)
UWV
2.

Geef aan of het bij dit werk om geschoolde of ongeschoolde arbeid gaat.

1= Verpleegster in een ziekenhuis

2=Kassamedewerker

a)

beide geschoold

b)

beide ongeschoold

c)

1=geschoold 2=ongeschoold

d)

1=ongeschoold 2=geschoold

3.

Wat zijn voorbeelden van flexibel werken (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Oproepcontract

b)

Tijdelijk dienstverband

c)

Nulurencontract

d)

Parttimebaan

4.

Wat zijn redenen voor een werknemer om graag een vast dienstverband te willen hebben? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Zekerheid van inkomen

b)

Zelf weten wanneer je gaat werken

c)

Minder uren werken

d)

Betere doorgroeikansen

5.

Wat heeft te maken met veiligheid en gezondheid van de werknemer.

a)

Arbeidstijdenwet

b)

Arbeidsomstandigheden

c)

CAO

d)

SER (Sociaal Economische Raad)

6.

Wie zijn er betrokken bij de onderhandelingen van een CAO? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

SER

b)

Werkgeversorganisatie

c)

Vakbond

d)

UWV

7.

Welke definitie hoort bij de volgende zin: "Een baan waarbij je minder dan het volledige aantal uren per week werkt."

a)

Voltijdbaan

b)

Werknemer

c)

Werkgever

d)

Deeltijdbaan

8.

Welke definitie hoort bij de volgende zin: Een baan waarbij je het volledige aantal uren werkt.

a)

Voltijdbaan

b)

Werknemer

c)

Werkgever

d)

Deeltijdbaan

9.

Welke definitie hoort bij de volgende zin: "Alles wat te maken heeft met de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van een werknemer op de werkplek"

a)

Arbeidsovereenkomst

b)

CAO

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Brutoloon

10.

Welke definitie hoort bij de volgende zin: "Een afspraak tussen werkgever en werknemer"

a)

Arbeidsovereenkomst

b)

CAO

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Brutoloon

11.

Een ander woord voor deeltijdbaan is:

a)

Contract

b)

Parttimebaan

c)

Fulltimebaan

d)

Nettobaan

12.

Waar staan de letters CAO voor?

a)

Congres arbeidersonderwijs

b)

Collectieve arbeidonderwijs

c)

Collectieve arbeidsovereenkomst

d)

Congres arbeidsovereenkomst

13.

Vul aan: Met een deeltijdbaan heb je, vergeleken met een voltijdbaan,

a)

Meer inkomen en meer vrije tijd

b)

Meer inkomen en minder vrije tijd

c)

Minder inkomen en meer vrije tijd

d)

Minder inkomen en minder vrije tijd

14.

Wat hoort er in het onderstaande rijtje niet thuis?

a)

Deeltijdbaan

b)

Huishoudelijke arbeid

c)

Onbetaalde arbeid

d)

Vrijwilligerswerk

15.
Wat is GEEN voorbeeld van een bedrijfstak?
a)
Horeca
b)
Onderwijs
c)
Ziekenhuizen
d)
Detailhandel
16.

Wat is een bedrijfstak?

a)

Een groep van bedrijven met dezelfde eigenaar

b)

Een groep van bedrijven die hetzelfde doen (bijv tuinbouw)

c)

Een groep van bedrijven die tegenwerken

d)

Een groep van bedrijven die samenwerken

17.

Het verschil tussen bruto- en nettoloon is ...?

a)

Nettoloon krijg je op je bankrekening

b)

Nettoloon is hetzelfde als brutoloon

c)

Brutoloon krijg je op je bankrekening

18.

Iedereen van 15 jaar en ouder heeft recht op het minimum(jeugd)loon

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Wat is geen ondernemingsvorm?

a)

NV

b)

BV

c)

VOV

d)

Eenmanszaak

20.

Wie is er aansprakelijk bij een VOF?

a)

De werknemer

b)

Een van de eigenaren

c)

Alle eigenaren

21.

Een BV en NV zijn rechtspersonen

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Bij arbeidsverdeling doet iedereen waarin hij/zij goed is. Daardoor .....

a)

Kun je meer produceren

b)

Heb je vaak minder kosten

c)

Kun je meer winst maken

23.

In de primaire sector zijn bedrijven bezig met ...?

a)

De natuur

b)

Zorg

c)

Industrie

d)

Overheid

24.

De quartaire sector gaat over ...?

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Niet-commerciële dienstverlening

d)

Commerciële dienstverlening

25.
Netto krijg je minder uitbetaald dat dat je bruto verdient
a)
Juist
b)
Onjuist
26.

Wat is brutoloon?

a)

Loon en reiskosten

b)

Loon waar nog alle premies/ inhoudingen vanaf moeten

c)

Salaris dat je elke maand kunt uitgeven

d)

Loon dat je op je bankrekening krijgt

27.

Zwart werken betekent:

a)

Dat je werkt zonder dat je premies hoeft te betalen aan de overheid

b)

Dat je toch pensioen krijgt van je werkgever als je oud bent

c)

Dat betekent dat je vies en gevaarlijk werk doet

d)

Dat je als je een ongeluk op je werk krijgt je alles betaald krijgt

28.

Tot welke leeftijd ontvangen jongeren een jeugdloon?

a)

15

b)

18

c)

21

d)

23

29.

Over de winst van een eenmanszaak moet ..... betaald worden

a)

dividendbelasting

b)

Inkomstenbelasting

c)

Vennootschapsbelasting

30.

Lees de volgende beweringen en geef het juiste antwoord.

Bewering 1: Bij de bv en nv zijn aandeelhouders hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap.

Bewering 2: Bij de naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders in principe niet bekend bij de vennootschap.

a)

Bewering 1 is waar, bewering 2 is niet waar.

b)

Bewering 1 is niet waar, bewering 2 is waar.

c)

Bewering 1 en 2 zijn allebei waar.

d)

Bewering 1 en 2 zijn allebei niet waar.

31.

Een aandeel is:

a)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een rechtspersoon is.

b)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een natuurlijk persoon is.

c)

een eigendomsbewijs in een onderneming die zowel natuurlijk als rechtspersoon is.

d)

geen van bovenstaand.

32.

Bij welke rechtsvormen is de continuïteit het best gewaarborgd?

a)

Eenmanszaak

b)

Vof

c)

BV

33.
Wat is ZZP?
a)
Zelfstandig zonder functie
b)
Zelfstandig zonder personeel
c)
Zelf zonder pers
d)
Zelfstandige met personeel
34.
Een eenmanszaak heeft...
a)
1 eigenaar
b)
meerdere eigenaren
c)
Het maakt niet uit
35.
De eigenaar van een eenmanszaak is hoofdelijk aansprakelijk
a)
Juist
b)
Onjuist
36.
De vennoten van een VOF zijn hoofdelijk aansprakelijk
a)
Juist
b)
Onjuist
37.
Bij een BV is het eigen vermogen onderverdeeld in aandelen
a)
Juist
b)
Onjuist
38.
De BV is een zelfstandig rechtspersoon
a)
Juist
b)
Onjuist
39.
Bij een BV ben je naar het eigen vermogen ook aansprakelijk met je privé-vermogen
a)
Juist
b)
Onjuist
40.
Bij een naamloze vennootschap (nv) kunnen de aandelen vrij verhandeld worden
a)
Juist
b)
Onjuist
41.
Wat behoort niet tot de dienstensector ?
a)
Winkels
b)
Banken
c)
Overheid
d)
Industrie
42.

Alle bedrijven kunnen in verschillende groepen verdeeld worden. Zo'n groep noem je een ....

a)

productiegroep

b)

bedrijfskolom

c)

productiesector

d)

bedrijfssector

43.

Onder welke productiesector vallen de boerderijen?

a)

dienstverlenende sector

b)

agrarische bedrijven

c)

industriele bedrijven

d)

onderwijs

44.

Bij welke sector horen de winkels?

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

d)

Quartaire sector

45.

De quartaire sector gaat over ...?

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Niet-commerciële dienstverlening

d)

Commerciële dienstverlening

46.

In de primaire sector zijn bedrijven bezig met ...?

a)

De natuur

b)

Zorg

c)

Industrie

d)

Overheid

47.
Wat is een voordeel van een BV of NV ten opzichte van een eenmanszaak of VOF?
a)
Je bent niet met je privévermogen aansprakelijk
b)
Je bent met je privévermogen aansprakelijk
c)
Je hebt meer ideeën
d)
Als er ruzie ontstaat heb je een probleem
48.
Welke van de onderstaande sectoren bestaat niet
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertiaire sector
d)
standaard sector
49.
De productie van elektriciteit valt onder de...
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertraire sector 
d)
Quartaire sector
50.
Wat is de tertiare  sector?
a)
De bedrijven die diensten verlenen met het doel winst te maken.
b)
De bedrijven en instellingen die diensten verlenen zonder het doel winst te maken.
c)
De bedrijven die grondstof en voedsel produceren.
d)
De bedrijven die grondstoffen en voedsel verwerken tot eindproduct.
51.
Wat is de secundaire sector?
a)
De bedrijven die diensten verlenen met het doel winst te maken.
b)
De bedrijven en instellingen die diensten verlenen zonder het doel winst te maken.
c)
De bedrijven die grondstof en voedsel produceren.
d)
De bedrijven die grondstoffen en voedsel verwerken tot eindproduct.
52.
Wat is de primaire sector?
a)
De bedrijven die diensten verlenen met het doel winst te maken.
b)
De bedrijven en instellingen die diensten verlenen zonder het doel winst te maken.
c)
De bedrijven die grondstof en voedsel produceren.
d)
De bedrijven die grondstoffen en voedsel verwerken tot eindproduct.
53.
Als je in de commerciële dienstverlening werkt dan werk je in de ..... sector.
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiare
d)
kwartaire
54.
Als je in de niet commerciële dienstverlening werkt dan werk je in de ..... sector.
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiare
d)
kwartaire
55.
Werk je in een agrarisch bedrijf, de visserij of de mijnbouw dan werk je in de ..... sector.
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiare
d)
kwartaire
56.
Werk je in de industrie of in de bouwnijverheid, dan werk je in de ...... sector.
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiaire
d)
kwartaire
57.
In welke sector hoort het volgende beroep thuis?  Veehouder
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiaire
d)
kwartaire
58.
In welke sector hoort het volgende beroep thuis? Verpleegkundige
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiaire
d)
kwartaire
59.
In welke sector hoort het volgende beroep thuis? Verkoopster in een drogisterij
a)
primaire
b)
secundaire
c)
tertiaire
d)
kwartaire
60.
Waar werkt de Nederlandse beroepsbevolking? 1,48 miljoen werken in de
a)
landbouw en visserij
b)
industrie, bouw en energie
c)
commerciële dienstverlening (zoals winkels, transport en banken)
d)
niet-commerciële dienstverlening (zoals gezondheidszorg, onderwijs en overheid)
61.
Waar werkt de Nederlandse beroepsbevolking? 2.664.000 miljoen werken in de
a)
landbouw en visserij
b)
industrie, bouw en energie
c)
commerciële dienstverlening (zoals winkels, transport en banken)
d)
niet-commerciële dienstverlening (zoals gezondheidszorg, onderwijs en overheid)
62.
Waar werkt de Nederlandse beroepsbevolking? De meeste mensen werken in de:
a)
landbouw en visserij
b)
industrie, bouw en energie
c)
commerciële dienstverlening (zoals winkels, transport en banken)
d)
niet-commerciële dienstverlening (zoals gezondheidszorg, onderwijs en overheid)
63.

1. Laura werkt bij de ijsbaan. Ze kan dit werk alleen een deel van het jaar doen. Welke werkloosheid is dit?

a)

· Conjuncturele werkloosheid

b)

· Frictiewerkloosheid

c)

· Regionale werkloosheid

d)

· Seizoenwerkloosheid

64.

Wie behoren tot de beroepsbevolking?

a)

Mensen tussen de 15 tot 67 jaar

b)

Mensen tussen de 16 tot 68 jaar

c)

Mensen tussen de 14 tot 64 jaar

d)

Mensen tussen de 18 tot 65 jaar

65.

1. Wat is de UWV?

a)

Overheidsinstelling die je helpt een nieuwe baan te vinden en die beoordeelt of je recht op een WW-uitkering hebt.

b)

Overheidsinstelling die je helpt om geld te krijgen wanneer je werkloos bent.

c)

Overheidsinstelling die je helpt om een nieuwe baan te vinden en geld te krijgen al je werkloos bent.

d)

Overheidsinstelling die helpt om aan een WW-uitkering te komen.

66.

Wat betekent de afkorting ZZP’er?

a)

Zelfstandige zieke personeel

b)

Zelfstandige zonder personeel

c)

Zelfstandige zonder partner

d)

Zelfverzekerde zonder personeel

67.

Peter werkt als een Zzp’er, hij heeft een ijskraam. Hij heeft 5 werknemers in bezit, wat voor een baan hebben hun?

· Flexibele baan < goede antwoord

· deeltijd baan

· voltijd baan

a)

· Flexibele baan

b)

· deeltijd baan

c)

· voltijd baan

d)

Deze vraag is FOUT gesteld

68.

Hans is 69 en doet nog vrijwilligerswerk, valt hij onder de beroepsbevolking?

a)

JA

b)

NEE

69.

Kun je een WW-uitkering krijgen als je verborgen werkeloosheid doet?

a)

JA

b)

NEE

70.

Bij welke productiesector horen de bedrijven industrie, bouw en ambachten (zoals bakker)?

a)

Primaire

b)

Secundaire

c)

Tertaire

d)

Quartaire

71.

Bereken de nettoloon, je brutoloon is €2850,- , je loonbelasting is €160,- en je sociale premies zijn €75,-

a)

€2715

b)

€2690

c)

€2615

d)

€2760

72.
Het gaat slecht met de economie doordat bedrijven niet investeren en consumenten niet consumeren. De werkloosheid die hierdoor ontstaat is.............
a)
Seizoenswerkloosheid
b)
Frictiewerkloosheid
c)
Conjuncturele werkloosheid
d)
Structurele werkloosheid
73.

Als een bedrijf verhuisd van Groningen naar de randstad dan ontstaat er

a)

conjuncturele werkloosheid

b)

structurele werkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

seizoenswerkloosheid

Similar Resources on Wayground